Verweerster heeft aangevoerd dat zij “op voet van art. 382 onder a Rv vordert (…) in incident” dat het hof het vonnis van 19 maart 2003 van de rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht herroept en dat het hof de vordering van Transfair alsnog afwijst.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 279 Rv
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Voorts is door [geïntimeerde] niet gesteld dat de zaak niet is voortgezet gedurende de termijn die door artikel 279 Rv (oud) wordt gesteld. Uit de roladminstratie kan niet worden afgeleid dat de zaak gedurende drie jaar niet is voortgezet. Nadat de zaken op verzoek van [appellant
Procesrecht. Vordering tot verval van instantie in het geding na cassatie en verwijzing; overgangsrecht, verwijzingsgeding als onvoltooide appèlinstantie valt onder het begrip “verdere behandeling” in art. VII lid 1 NRv.; toepassing van art. 279 (oud) Rv. ongeacht aanhangigheid.
In deze zaak dient te worden bezien of het in art. 388 lid 2 Rv neergelegde appelverbod van de beslissing inzake de heropening van het geding is doorbroken doordat de kantonrechter fundamentele rechtsbeginselen heeft geschonden, aangezien hij in de bestreden beschikking in strij
Bevoegdheid voorzieningenrechter bij ophefing van een beslag, waarvoor door een voorzieningenrechter in een ander arondissement verlof is verleend (art. 705 RV.). Op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval - beslaglegger en beslagene zijn door de verlofverlenende voo
11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/048HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaten: mrs. J.A.M.A. Sluysmans
Het hof zal eerst nagaan of de wet, in het bijzonder artikel 496 Rv, de pandhouder in het algemeen de mogelijkheid biedt om verlof te verkrijgen de onderhandse geregistreerde akte tegen derden, niet zijnde een houder maar een bezitter, (reëel) te executeren. Het hof zal deze vraa
27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/320HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: BOUW- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ ROHAM B.V., gevestigd te Bussum, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n Mr. Nils Sebastiaan REERINK, in zijn hoedanigheid van curator i
-