Procesrecht. Recht op mondelinge behandeling, art. 134 Rv en art. 6 EVRM. Belang dat uitspraak wordt gewezen door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling plaatsvond. Procedure bij vervanging van rechter(s) na mondelinge behandeling: kennisgeving door gerecht; m
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 279 Rv
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbegins
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
Vennootschapsrecht. Herroeping van besluit tot ontbinding BV toelaatbaar? Vereisten. Tussenkomst rechter vereist; eisen van rechtszekerheid; bescherming van derden. Overeenkomstige toepassing art. 2:19 lid 2 BW. Terugwerkende kracht herroepingsbesluit? Verplichting tot stellen va
Procesrecht. Vervoerrecht. Incidenteel verzoek tot tussenkomst of voeging (art. 217 Rv) of om als belanghebbende te worden toegelaten in cassatiegeding over beperking aansprakelijkheid en vormen van fonds. Toepasselijkheid art. 7 lid 4 Fondsverdrag 1992 of commuun burgerlijk proc
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Ondernemingsrecht. Procesrecht. Recht van enquête. Bevel (als bedoeld in art. 2:352 lid 1 BW) om personen, aangewezen voor een onderzoek naar beleid en gang van zaken van een rechtspersoon onbelemmerde en onvoorwaardelijke inzage te geven in boeken, bescheiden en andere gegevensd
Arbitrage. Procesrecht. Art. 1064a Rv. Art. 1066 Rv. Art. 208 lid 1 Rv. Art. 87 lid 8 Rv. Kan in vernietigingsprocedure incidentele vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging van arbitrale vonnis worden ingesteld? Belang bij schorsing van tenuitvoerlegging indien tenuitvoerleg
Procesrecht. Beschermingsbewind en mentorschap. Hybride zitting. Deelname door deel belanghebbenden, waaronder degene op wie verzochte maatregelen betrekking hebben, via videoverbinding. Bezwaar daartegen; motiveringsplicht.
Rechtspersonenrecht. Schorsing en ontslag op grond van art. 2:298 BW van bestuursleden van stichting wegens wanbeheer waaronder schending van het uitkeringenverbod (art. 2:285 lid 3), maatstaf; voorlopige voorzieningen, benoeming tijdelijk bestuurder zonder betrokkene te horen, s
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie. Procesrecht. Hoger beroep, bevoegdheid vrouw tot wijziging van eis tegen in geding niet verschenen man zonder bekende woon- of verblijfplaats (art. 130 lid 3 Rv.), hernieuwde oproeping na eiswijziging; to
Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Procedurele vragen; wie is belanghebbende in de procedure? Opeenvolgende crisismaatregelen toelaatbaar? Wijzen van horen door of namens de burgemeester als bedoeld in art. 7:1 lid 3 Wvggz.
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbegins
Appelprocesrecht, rechtspersonenrecht. Schorsing bestuurder en benoeming vervanger (art. 2:298 en 2:299 BW). Begrip “belanghebbende” en begrip “grief” (vgl. HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ3242, NJ 2004/76).
non-conformiteit, uitleg inhoud overeengekomen prestatie, CISG
BOPZ. Verzoek voorlopige machtiging (art. 2 Wet Bopz). Mondelinge behandeling zonder dat betrokkene werd bijgestaan door advocaat. Art. 5 EVRM, art. 8 lid 3 Wet Bopz. Motiveringseisen.
Geschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie, wederpartij in de vorige instantie die door juridische fusie is opgehouden te bestaan, dagvaarding van een niet-bestaande procespartij?, onjuiste partijaanduiding?, geen bela
Wzd-zaak. Art. 24 lid 3 Wzd. Art. 38 lid 5 Wzd. Procespositie echtgenote: belanghebbende of informant? Eisen van art. 24 lid 3 Wzd. Deskundigenonderzoek nodig?
Erfrecht. Ontslag executeur wegens gewichtige reden, art. 4:149 lid 2 BW. Omvat ontslag mede de bevoegdheden uit benoeming tot 'afwikkelingsbewindvoerder'? Uitleg gerechtelijke uitspraken.
Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 155 Rv. Rechterswisseling; na mondelinge behandeling, tussenarrest en bewijslevering is eindarrest gewezen door drie andere raadsheren; ook de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden, heeft
Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 155 Rv. Rechterswisseling; na mondelinge behandeling, tussenarrest en bewijslevering is eindarrest gewezen door drie andere raadsheren; ook de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden, heeft