Verzoek moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing met kinderen naar België, art. 1:253a BW. Geen uitvoering geven aan rechterlijke uitspraak. Belangenafweging, alle omstandigheden van het geval. Art. 8 EVRM
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 269 Rv
Genoemd in 64 uitspraken · Officiële wettekst
64 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Moeder verblijft met minderjarige in Wilsum (BRD) en is aldaar ook ingeschreven. Verzoek van vader tot, onder meer, terugverhuizing van moeder naar Simpelveld. Toepassing van art. 10 Verordening Brussel IIbis, omdat sprake is van ongeoorloofde overbrenging van minderjarige door m
ontkenning vaderschap
In schadestaatprocedure vorderen ontwikkelaars bedrag van eigenaars. Hof oordeelt dat Gerecht onjuist geoordeeld heeft dat vaststaat dat er schade is geleden, het Hof heeft geoordeeld dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Hof vernietigt tussenvonnis en verwijst de zaak t
Appellant vordert schadevergoeding die is ontstaan als gevolg van lekkende pijpleiding van Curoil. Hof oordeelt dat causaal verband niet is aangetoond voor wat betreft de vermogensschade. Voor wat betreft de gezondheidsschade acht Hof een onafhankelijk deskundigenbericht geraden.
In geschil is of partijen overeengekomen zijn dat koper de volledige kosten van overdracht zou betalen of niet. Hof oordeelt dat Addendum integraal onderdeel uitmaakt van de koopovereenkomst, daaruit vloeit voort dat partijen zijn overeengekomen dat koper de transactie kosten voo
Appellanten stellen dat zij het betreffende perceel door verjaring hebben verkregen. Appellante krijgt gelegenheid te bewijzen dat zij de enige erfgenaam is van haar vader, en indien dit bewijs niet geleverd kan worden de vordering aan te passen. Hof houdt iedere beslissing aan.
Verbintenissenrecht, beslag. Lossingsrecht ex art. 3:269 BW is niet van overeenkomstige toepassing in geval van executoriale verkoop van onroerende zaken als geregeld in art. 514-529 Rv.
Verzoek tot erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing; de rechtbank verklaart zich onbevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen
[appellant] vordert betaling van de SFT, zijnde opvolger van CITCO Bank Antilles N.V., die ten tijde van de indiensttreding van [appellant] fiduciair rechthebbende was tan aanzien van alle aandelen in de vennootschappen waar [appellant] enige jaren gefungeerd heeft als directeur.
Het beroep op overmacht kan slechts slagen als aannemelijk is dat aan de bestuurder van het motorrijtuig ter zake van de wijze waarop hij heeft deelgenomen aan het verkeer rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt, waarbij eventuele fouten van andere weggebruikers- daaronder
Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat niet in te zien valt hoe hij belang heeft bij hoger beroep tegen de beslissing dat iemand anders wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag aan ontwikkelaar.
Artikel 269 Rv. Relatieve onbevoegdheid leidt in hoger beroep alsnog tot verwijzing naar andere rechtbank.
In geschil is of [geïntimeerde] zich terecht op toezegging waaraan SSC gebonden zou zijn beroept. Hof oordeelt dat de eventuele toezeggingen niet door bevoegde ambtenaren zijn gedaan en dat [geïntimeerde] en zijn vader dit behoorden te beseffen. [geïntimeerde]s' vertrouwen was ni