Geschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie, wederpartij in de vorige instantie die door juridische fusie is opgehouden te bestaan, dagvaarding van een niet-bestaande procespartij?, onjuiste partijaanduiding?, geen bela
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 259 Rv
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Executiegeschil. Gelet op de omstandigheden was het zuiveren van verstek in strijd met de goede procesorde, zodat de kantonrechter op juiste gronden zuivering van het verstek niet heeft toegestaan en verstekvonnis heeft gewezen. Vonnis kantonrechter berust dus niet op kennelijke
Verzetprocedure bij een kortgedingprocedure niet in Rv geregeld. Analogische toepassing door rechter.
Procesrecht. Verzet in kort geding. Betekening in persoon ex art. 55 Rv. Volstaat mededeling volgens Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954? Wijze van instellen van het verzet: moet worden gedagvaard tegen een vooraf door de voorzieningenrechter opgegeven zitting of tegen een rolzitt
Vorderingen van de vrouw, om de man te veroordelen om zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het tot stand komen van de Iraanse religieuze echtscheiding, waaronder in ieder geval wordt verstaan het verschijnen tijdens een (nog te maken) afspraak met geest
Verzet tegen een in kort geding gewezen verstekvonnis. De bij verstek veroordeelde is in deze verzet-kortgedingprocedure de eiser (opposant). Eiser/opposant heeft in eerste instantie een advocaat gesteld, maar die advocaat heeft zich onttrokken. Tijdens de mondelinge behandeling
Kort geding. Verzet. Publicatieverbod en rectificatie. Toewijzing. Artikel 8 en 10 EVRM. Belangenafweging. Dwangsommen en lijfsdwang.
Appelprocesrecht; kort geding, taak appelrechter, spoedeisend belang. Ambtshalve plicht tot splitsing/retrospectie? Onbegrijpelijke motivering hof van algemene vernietiging verzetvonnis.
KG ZA 23-198. Kort geding. Verzetprocedure. Verzetdagvaarding. Verzet tijdig ingesteld, hoewel geen datum bij voorzieningenrechter is aangevraagd. Voorzieningenrechter bekrachtigt verstekvonnis. Vordering van geopposeerde is voldoende aannemelijk.
Verzet kort geding, op verkeerde wijze ingesteld, verwijzing naar voorzieningenrechter.
Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Verstek en verzet. Werkt het door de ene gedaagde ingestelde verzet tegen een verstekvonnis ook door in de verhouding tussen de oorspronkelijk eiser en de andere gedaagden? Regel van openbare orde. Ambtshalve onderzoek in hoger beroep.
Verzet tegen een (bij verstek gewezen) kortgedingvonnis is aanhangig gemaakt als bodemprocedure. De kantonrechter is niet bevoegd. Ingevolge artikel 259 Rv moet dit verzet worden gedaan bij de voorzieningenrechter. De kantonrechter verwijst de zaak met analogische toepassing van
Kort geding - verstekvonnis - verzettermijn 259 Rv 143 Rv en 144 Rv
Verzet tegen kort-geding vonnis. Termijn voor het instellen van verzet is van openbare orde. Ambtshalve toetsing of binnen verzetstermijn in verzet is gekomen. Geconcludeerd wordt dat dit niet het geval is. Eiser in verzet wordt niet ontvankelijk in het verzet verklaard.
In art. 259 Rv. is bepaald dat het verzet van een vonnis in kort geding moet worden gedaan bij de voorzieningenrechter. De verzetprocedure blijft dus (anders dan artikel 294 Rv. oud bepaalde) een kortgedingenprocedure en moet worden behandeld door de voorzieningenrechter. Dat bet
-