Kort geding, franchise, toerekening wanprestatie, gebod voortzetten bestendige werkwijze, dwangsom. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2022:4671)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 256 Rv
Genoemd in 148 uitspraken · Officiële wettekst
148 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
KG. Partijen zijn overeengekomen dat als eiser een bepaald bedrag betaalt aan gedaagde, alle beslagen ten laste van eiser worden opgeheven. Eiser heeft betaald en vordert nakoming. Het executoriaal geworden beslag op woning eiser wordt opgeheven.
KG. Eiser verkoopt en gebruikt software van gedaagde. Later hebben ze samen software verder ontwikkeld. Ged zegt de ovk op. Geschil over rechtsmacht, toepasselijk recht, kwalificatie en inhoud van ovk, IE eigendomsrechten, onrechtmatige concurrentie.
KG. Maakt de oude distributeur inbreuk op het merkrecht van de nieuwe distributeur door verder te gaan met de handel in Surinaamse kruidenmengsels? Is de distributieovereenkomst met de oude distributeur rechtsgeldig opgezegd?
Discussie tussen partijen over de feitelijke uitvoering van in een eerdere procedure gemaakte afspraken. Bewijsopdracht eiser.
Kort geding. Geschil over eigendom auto.
Kort geding. Vordering contact- en gebiedsverbod tegen buurvrouw. Afwijzing. Slechts een incident staat vast, geen (bewijs voor) stelselmatige inbreuk. Daarnaast aanwijzingen voor verstorend gedrag door eiseres zelf. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2021:7043 en ECLI:NL:RBROT:2021:7041 en E
Kort geding. Vordering locatie- en contactverbod. Afwijzing. Schending art 21 Rv. Slechts één incident staat vast. Voor het overige geen (onafhankelijk) ondersteunend bewijs voor door eiseres gestelde en door gedaagde betwiste incidenten. Rol eiseres. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2021:
Kort geding. Vordering contactverbod tegen buurvrouw. Enig onrechtmatig handelen van buurvrouw niet aannemelijk. Buurvrouw ook niet verantwoordelijk voor niet aannemelijke verwijten tegen onbekend gebleven bezoekers van haar woning. Bovendien aanwijzingen voor verstorend gedrag d
Kort geding. Verzekeringszaak. Geschil over schade en verzekeringsdekking n.a.v. gedwongen sluitingen van winkels HEMA-franchisenemers als gevolg van coronapandemie. Uitleg van clausule in polisvoorwaarden. Polisvoorwaarden als geheel worden niet bij uitleg betrokken, omdat claus
Een B.V. heeft twee bestuurders: eiser en gedaagde. Eiser vordert schorsing van gedaagde, omdat eiser als bestuurder van de B.V. tegen acties van een derde wél wil procederen, maar gedaagde als bestuurder niet. Vorderingen (primair en subsidiair) zijn onvoldoende feitelijk onderb
Kort geding. Vernietiging van een huurovereenkomst wegens bedrog/dwaling? Vordering tot ontruiming van het gehuurde toewijsbaar in kort geding?
Toepassing artikel 256 Rv: zaak niet geschikt om in kort geding te worden beslist. Voorziening geweigerd.
Kort geding, geen spoedeisendheid en niet geschikt om in kort geding te worden beslist
Huurachterstand bij een zalencentrum voor feesten en partijen, verplichte sluiting voor 2,5 maanden ivm coronacrisis. In kort geding wordt geoordeeld dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid is ex art. 6:258 BW. Opleggen omzetafhankelijke huur wordt afgewezen. Wel wordt
Kort Geding. Geschil werknemer-werkgever over volgen bijscholingstraject-onderwijs
Huur bedrijfsruimte. Art. 7:230a Bw. Tussen partijen is in conventie in geschil of tussen hun een huurovereenkomst bestaat. Daarover kan in dit kort geding geen uitsluitsel gegeven worden. In reconventie is er een gebrek aan een spoedeisend belang.
Afwijzing loonvordering kort geding. Vervaltermijn vernietiging opzegging 7:681 BW.
Constitutief oordeel verdraagt zich niet met het voorlopige karakter van het kort geding.
Kort geding. Geschil tussen aannemer en diens opdrachtgever. Vordering strekkende tot betaling van een vervangende schadevergoeding ex artikel 6:87 BW toegewezen.
Kort geding, vordering afgifte paardenpaspoort, 3:290 BW jo. 6:52 BW
Geldvordering op grond van arbeidsongeschiktheidsverzekering, schending mededelingsplicht ex art. 7:928 BW, afwijzing wegens ontbreken spoedeisend belang. Eiseres vordert betaling van een geldsom uit hoofde van haar arbeidsongeschiktheidsverzekering door de verzekeraar (gedaagde)
Kort geding, erkende geldvordering toegewezen , gebod om certificaten te verkopen (op basis van de geldleningsovereenkomst) afgewezen.
Ontslag op staande voet. Werknemer heeft niet binnen de wettelijke vervaltermijn van twee maanden een verzoek ingediend tot toekenning van een billijke vergoeding ten laste van de werkgever. Geen behandeling als verzoekschriftprocedure. Vordering niet toewijsbaar in kort geding.
Kort geding. Geschil tussen bestuursleden van een hondendressuurclub. Vraag is wie bestuurders zijn: eisers of gedaagden.