Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen maar incidenteel schorsing gevorderd tot tijdstip wijzen eindarrest in een samenhangende procedure. Behoudens bijzondere wettelijke bepaling geen aanspraak op behandeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 251 Rv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Vervolg van HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115. Uitleg partijafspraak met betrekking tot verval van instantie; onbegrijpelijk oordeel. Art. 251 lid 1 Rv.
Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen maar incidenteel schorsing gevorderd tot tijdstip wijzen eindarrest in een samenhangende procedure. Behoudens bijzondere wettelijke bepaling geen aanspraak op behandeling
Artikel 251 Rv niet van toepassing. Geen verval van instantie ogv art. 252 Rv. Wel niet-ontvankelijk omdat appellante geen grieven heeft aangevoerd.
Niet-aanbrengen van een zaak na verwijzingsarrest van de Hoge Raad kwalificeert niet voor toepasselijkheid van 251 Rv (verval van instantie). Persoonlijke aansprakelijkheid voor het sluiten van een overeenkomst namens een niet (meer) bestaande CV die de overeengekomen prestatie n
De advocaat van appellanten heeft zich onttrokken na het instellen van het hoger beroep. Er heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld, waarna de zaak ambtshalve is doorgehaald. Geïntimeeerde heeft de zaak weer opgebracht en vraagt bij arrest verval van instantie of ontslag van inst
Procesrecht. Vervolg van HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115. Uitleg partijafspraak met betrekking tot verval van instantie; onbegrijpelijk oordeel. Art. 251 lid 1 Rv.
Verzoekschriftenprocedure, echtscheiding met nevenvoorzieningen, verzoek verval van instantie na verwijzing door HR, verwijzingsprocedure, ontvankelijkheid
Aan de vereisten van art. 251 lid 1 Rv voor verval van instantie is voldaan, immers reeds meer dan 12 maanden is geen proceshandeling verricht door Telecom en het verval van instantie is tenminste twee weken voor de roldatum van 11 juni 2008 aangezegd aan Telecom. De vordering to
De overgangsbepaling van artikel VII van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, luidt als volgt: "1. Ten aanzien van de verdere behandeling door een kantongerecht,