Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 249 Rv
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verwijzingsbeslissing van de voorzieningenrechter naar de Hoge Raad met prejudiciële vragen aangaande de kostenveroordeling in een kort geding na intrekking
Intellectuele Eigendom. Uniemerk. Oneerlijke Handelspraktijken. Bestuurdersaansprakelijkheid. Verbod jegens gelieerde vennootschappen wegens reële dreiging voortzetting onrechtmatig handelen. Onttrekking van partij voldoet niet aan voorgeschreven vormen.
Proceskostenveroordeling in kort geding van de eisende partij als voor de zitting de dagvaarding wordt ingetrokken? Bij het ontbreken van een wettelijke regeling wordt het procesreglement korte gedingen rechtbanken, sector kanton toegepast. Geen veroordeling in de proceskosten.
Art. 249 en 353 Rv. Intrekking hoger beroep voor memorie van antwoord. Appellant vraagt nog wel proceskostenveroordeling wederpartij. Intrekking aan te merken als afstand van instantie. Appellant in de proceskosten veroordeeld. Gelieerd aan arrest van 19 september 2023, ECLI:NL:G
289 Rv. Proceskostenveroordeling ten laste van faillissementsboedel na intrekking van hoger beroep tegen afgewezen gijzelingsverzoek.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Octrooirecht; uitleg, geen inbreuk; 1019h Rv; artt. 249 en 250 Rv van overeenkomstige toepassing in kort geding
Proceskostenveroordeling na afstand van instantie. Bevelschrift op grond van art. 250 lid 4 rv
Intellectuele eigendom. Kwekersrecht. Kort geding ingegetrokken vóór mondelinge behandeling, maar na indiening conclusie van antwoord met daarbij onder meer veredelingshistorie van vermeend inbreukmakend slaras. Verzoek van gedaagde om eiser te veroordelen in de proceskosten. Toe
Procesrecht. Afstand van instantie en bevelschrift cf artikel 250 lid 4 Rv.
Artikel 249 Rv. Afstand van instantie. Veroordeling in de proceskosten ex artikel 1019h Rv afgewezen. Verwijzing naar bevelschriftprocedure ex artikel 250 lid 4 Rv.
procesrecht; procedure van eigenaar tegen VvE, eigenaar draagt eigendom over; na eerstdienende dag maar voor antwoord verlangt eigenaar/eiser dat nieuwe eigenaar zijn positie als eiser overneemt en voorzover dat niet mogelijk is wordt afstand van instantie (250 Rv) gevraagd; geen
bevelschrift ex artikel 250 Rv.
Afstand van instantie (250 Rv), proceskosten bij niet bestaande partij (245 Rv)
Conclusie AG: De vaststelling of bij verdachte sprake is een ziekelijke stoornis kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Het Hof heeft i.c. kunnen aannemen dat verdachte t.t.v. het begaan van het feit daaraan lijdende was. HR: 81 RO.