Intellectuele Eigendom. Uniemerk. Oneerlijke Handelspraktijken. Bestuurdersaansprakelijkheid. Verbod jegens gelieerde vennootschappen wegens reële dreiging voortzetting onrechtmatig handelen. Onttrekking van partij voldoet niet aan voorgeschreven vormen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 249 Rv
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bevelschrift ex artikel 250 lid 4 Rv. Intrekking kort gedingprocedure. Verzoek om een proceskostenveroordeling in een IE-geschil. Artikel 1019h Rv. Artikel 9 lid 1 Procesreglement. Artikel 249 en 250 Rv analoog van toepassing in geval van intrekking van een kort gedingprocedure.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Proceskostenveroordeling na afstand van instantie. Bevelschrift op grond van art. 250 lid 4 rv
Kantonrechter komt terug op de verleende afstand van instantie. Na vermindering van eis resteert alleen nog een proceskostenveroordeling. Geen aanleiding om het voorstel van gedaagden te volgen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen over artikel 7:417 lid 2 en 3 B
Procesrecht. Afstand van instantie en bevelschrift cf artikel 250 lid 4 Rv.
procesrecht; procedure van eigenaar tegen VvE, eigenaar draagt eigendom over; na eerstdienende dag maar voor antwoord verlangt eigenaar/eiser dat nieuwe eigenaar zijn positie als eiser overneemt en voorzover dat niet mogelijk is wordt afstand van instantie (250 Rv) gevraagd; geen