21 november 2003 Eerste Kamer nr. C02/099HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te Naarden, EISER tot cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven, t e g e n STICHTING ZIEKENHUIS GOOI NOORD, gevestigd te Blaricum, VERWEERSTER in cassatie, advocaat:
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 243 Rv
Genoemd in 740 uitspraken · Officiële wettekst
740 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 29 · live
Rechtsmacht voorzieningenrechter ter zake vordering van de moeder (woonachtig in België) aan wie de hoofdverplaats van het kind van partijen is toegewezen, strekkende tot afgifte van kind van partijen, dat na de omgang niet is teruggebracht door de vader die in Nederland woont.
[appellante] betwist dat de rechtsverhouding tussen partijen die ten grondslag ligt aan de betalingen die [appellante] als vergoeding voor de schuldbemiddelingsdiensten ten behoeve van [geïntimeerde 1] heeft verricht en waarvan door [geïntimeerde 1] in eerste aanleg terugbetaling
Boedelscheiding. Rechtsmacht. Woonplaats. Spoed.
Grief 1 en de toelichting daarop strekken ten betoge dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat ten aanzien van de contractuele aansprakelijkheid slechts beoordeeld hoeft te worden of [geïntimeerde 1] in haar verplichtingen uit de overeenkomst met [appellant] d.d. 6 juni 1
Ontruiming gekraakt pand; geen spoedeisend belang
matiging wettelijke verhoging
Herroeping van een in kracht van gewijsde gegaan arrest i.c. niet mogelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 382 Rv.
Goed Wonen heeft [geïntimeerde] op 9 juli 2002 in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter. Primair heeft zij een ontruimingsvordering tegen [geïntimeerde] ingesteld per 15 juli 2002, omdat de huur per die datum als gevolg van de huuropzegging door [geïntimeerde] beëindigd zo
Arbeidsongeval, smartengeld
Misbruik van bevoegdheid tot ontruiming.
Samenwonende partijen: hebben partijen hun samenwoning aldus ingericht alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd?
Op zich heeft Woonbron gelijk met haar standpunt, dat de termijn van verzet op 2 mei 2002 is aangevangen en vier weken duurt. De onbekendheid van Huurder met het vonnis doet daar niet aan af. Toch faalt de grief. Vaststaat, dat Huurder ten tijde van de eerste zitting bij de voorz
Ontslag op staande voet, provocaties, doorbetaling van loon
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-