Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten (art. 6:171 BW). Werkzaamheden verricht ter uitoefening bedrijf opdrachtgever. Art. 6:171 BW is, ofschoon aan haar de gedachte ten grondslag ligt dat een buitenstaander veelal niet kan onderscheiden of de schade te
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 23 Rv
Genoemd in 212 uitspraken · Officiële wettekst
212 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Procesrecht. Aanvulling uitspraak op voet van art. 32 Rv. ook bij afwijzing van “meer of anders” gevorderde of verzochte indien daarbij (deel van) vordering of verzoek over het hoofd is gezien.
De rechtbank benadrukt dat zij gebonden is aan het petitum. Dit is verankerd in artikel 23 Rv. Het lijkt de rechtbank in deze zaak, gelet op het navolgende, niet verstandig om in het petitum van eis.1 dingen te lezen die er niet staan en om meer toe te wijzen dan gevorderd is.
Arbeidsrecht. Geschil over niet-naleving CAO door werkgever
[A.] vordert van [B.] achterstallig salaris c.a. wegens door hem gewerkte, maar door [B.] niet betaalde arbeidsuren. Om te bewijzen dat hij de gestelde uren heeft gewerkt verlangt [A.] overlegging door [B.] van het vaartijdenboek. Het hof gelast [B.] het vaartijdenboek in het ged
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden in echtscheidingsprocedure over toekenning aan vrouw van het eenhoofdige gezag over hun minderjarige kind. Procesrecht, ontvankelijk hoger beroep vrouw tegen deelbeschikking waarvan dictum nadien is aangevuld op voet van art. 32
Arbeidsrecht, concurrentiebeding. Is er sprake van ongeoorloofde concurrentie ondanks ontbreken geldig concurrentiebeding?
Aansprakelijkheidsrecht. Schadevordering van gedupeerde cliënt tegen bank wegens schending van bijzondere zorgplicht van bank jegens door haar geadviseerde particuliere cliënten die zich met risicovolle optietransacties bezighouden, toezicht van bank op naleving margeverplichting
Huurgeschil over de betaling van huurpenningen voor de inventaris van een bedrijfsruimte met café en een zich daarachter bevindende bedrijfswoning, 81 RO.
14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/042HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN, sinds 1 januari 2002 als rechtsopvolger onder algemene
Het hof is van oordeel dat de rechtbank buiten het toepassingsgebied van artikel 824 lid 2 Rv is getreden door op het verzoek van de man strekkend tot verlaging van de bijdrage voor een bepaalde periode een hogere bijdrage vast te stellen dan was vastgesteld bij de beschikking wa
-