Conclusie plv. AG. Verduistering (art. 321 Sr). M1. Uos-klacht over bestanddeel ‘onder zich heeft’ mist feitelijke grondslag. M2 en M3. Kon het hof oordelen dat verdachte opzettelijk wederrechtelijk heeft gehandeld, terwijl door slachtoffer aan verdachte algemene notariële volmac
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 237 Rv
Genoemd in 5.074 uitspraken · Officiële wettekst
5.074 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Intellectuele eigendom. Artikel 78 ROW. Opeising van een Nederlands octrooi dat ziet op een methode ter verkrijging van een eiwit-vezelconcentraat. Geen (mede) aanspraak op octrooi op grond van de artikelen 11, 12 of 13 ROW. De tussen partijen gesloten Investment Agreement biedt
In een uitspraak van 19 november 2020 heeft het Generale College voor de Ambtsontheffing in de Protestantse Kerk in Nederland (hierna: het GCA) geoordeeld dat een predikant een protestantse kerkelijke gemeente niet langer met stichting kan dienen en dat zij per 1 maart 2021 daaro
Vordering tot overdracht grafrechten. Ouders hebben de begrafenis van hun dochter en ongeboren kleinkind verzorgd. De echtgenoot/vader was het niet eens met de keuze van de begraafplaats. Hij zat op dat moment gedetineerd op verdenking van doodslag op de vrouw en haar ongeboren k
Procesrecht; octrooirecht. Doorbrekingsgronden rechtsmiddelenverbod tussenuitspraak, ontvankelijkheid in cassatie, HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9614; toepassing VRO-regime door relatief bevoegde rechter na verwijzing, art. 80 ROW
Hoofdzaak en vrijwaring. Is de gedaagde in de hoofdzaak (een vennootschap) gebonden aan een (aannemings-)overeenkomst die één van de zelfstandig bevoegde bestuurders namens haar heeft gesloten met eiseres in de hoofdzaak? Gevolgen van kwade trouw van eiseres in de hoofdzaak bij
Wie is partij bij een overeenkomst? Grenzen van de rechtsstrijd in appel. Dwingende bewijskracht van onderhandse akte. Kostenveroordeling in incidenteel appel vanwege nodeloos veroorzaakte of aangewende kosten.
het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is gedeeltelijk door de rechtbank afgewezen / ingevolge artikel 188 lid 2 Rv is dan ook een hogere voorziening toegelaten / er is dus geen sprake van een rechtsmiddelenverbod / appellant in de zaak 627 is ontvankelijk i
art. 186 Rv / art. 187 Rv / toewijzing verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor / voldoende belang / geen sprake van strijd met de goede procesorde / het is het hof niet gebleken dat zich een afwijsgrond voordoet / het hof neemt geen beslissing omtrent de procesko
verzoek art. 186 Rv inzake het voorlopig getuigenverhoor / art. 188 lid 2 Rv: lezing beslissing rechtbank als toewijzing (met ten onrechte voorwaarden/instructies) / doorbreking rechtsmiddelenverbod omdat de rechter buiten het toepassingsgebied van art. 186 Rv is getreden door he
Procesrecht; integrale proceskostenveroordeling; beginsel van hoor en wederhoor; strijd met goede procesorde; kennelijke misslag; maatstaf beoordeling schorsing uitvoerbaar bij voorraadverklaring.
Kort geding. Vordering van een van de erfgenamen om executeur-bewindvoerder te verbieden tot uitkering van gelden over te gaan afgewezen op grond van uitleg testament en belangenafweging. Bijzondere omstandigheden, geen compensatie proceskosten.
Arbeidsrecht. Wwz. Overgangsregeling van art. XXII lid 7 Wwz jo. art. 2 lid 1 Besluit overgangsrecht transitievergoeding. Afwijking van collectieve regeling. Proceskosten (art. 237 Rv).
Onteigeningsrecht. Aan onteigende aangeboden bijkomende voorziening niet vermeld in het dictum; art. 54i lid 1 Ow. Hoge Raad doet zelf de zaak af.
vraag of levenslanggestrafte in aanmerking moet komen voor re-integratieactiviteiten; art. 3 EVRM; proceskostenveroordeling in strijd met art. 6 EVRM?
Ontslag op staande voet ivm fraude. Wisselbepaling (69 Rv). Gefixeerde schadevergoeding (7:677 lid 2 BW), schadevergoeding ogv onrechtmatige daad (6:162 BW), onderzoekskosten en beslagkosten. Proceskosten gedeeltelijk voor rekening van verzoeker.
Vordering executeur en erfgenaam tot veroordeling opheffen conservatoir beslag. Beroep op n-o faalt. Art. 705 Rv laat mogelijkheid open voor condemnatoir opheffingsvonnis. Privatieve bevoegdheid executeur ex artikel 1:145 BW om opheffing te vorderen. Voldoende aannemelijk dat erf
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Art. 237 lid 1 Rv.
exceptie van niet-ontvankelijkheid
Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Onrechtmatige (overheids)daad. Persoon ten aanzien van wie machtiging is gegeven o.g.v. Wet Bopz wordt geplaatst in een TBS-kliniek die geen psychiatrisch ziekenhuis is. Aanspraak op schadevergoeding? Schade geleden?
Verhuurder aansprakelijk voor schade na rechtmatige ontruiming, de plicht van verhuurder om bij de ontruiming van de woning rekening te houden met de gerechtvaardigde (eigendoms)belangen van de huurder is geschonden. Wel toepassing van artikel 6:101 BW (eigen schuld).
Kort geding. Spoedeisend belang. Vordering tot nakoming van overeenkomsten.
Procesrecht. Artikel 332 Rv, appellant was geen partij in eerste aanleg. Niet-ontvankelijk. Werkelijke proceskostenveroordeling.
Vervolg op Hof ’s-Hertogenbosch 5 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5463. Beroep van WA-verzekeraar op verval van het recht op uitkering op grond van artikel 7:941 lid 5 BW wegens gestelde onjuiste aangifte met betrekking tot de omvang van de door de aanrijding veroorzaakte schad
Het gezag van gewijsde van een eerder tussen partijen over dezelfde vorderingen gewezen vonnis en het feit dat de vorderingen vallen onder de met een schone lei geëindigde wettelijke schuldsaneringsregeling van de debiteur en daarom niet meer afdwingbaar zijn leiden tot het alsn