Nietigverklaring bestuursbesluit op vordering aandeelhouder. Oproeping bestuurder 118 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 236 Rv
Genoemd in 928 uitspraken · Officiële wettekst
928 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Appellant heeft een perceel gekocht, waarbij de rechtsvoorganger voor 6,4 m² op het perceel van geïntimeerde heeft gebouwd. In een bodemprocedure is de rechtsvoorganger veroordeeld om die overbouwing ongedaan te maken. De rechtsvoorganger heeft daaraan geen gevolg gegeven. In kor
Art. 7:658 lid 1-4 BW, zorgplichtschending en aansprakelijkheid bij burn-out en arbeidsongeschiktheid? Geen toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Onvoldoende concreet gesteld.
Zakelijke rechten; beperkte rechten; appartementsrechten
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Geschil tussen aansprakelijkheidsverzekeraar en slachtoffer van een verkeersongeval. In een in kracht van gewijsde gegaan vonnis tussen partijen is geoordeeld dat sprake is van beroepsongeschiktheid door het ongeval van 3,6% en dat het slachtoffer
(i) Volgt uit de IB-procedure HR BNB 2017/222 over groot koopmanschap van de grootaandeelhouder/ beleidsbepaler van de belanghebbende dat geen fiscale eenheid heeft bestaan tussen de belanghebbende en haar (kleind)dochters omdat het economische belang bij belanghebbendes vermogen
Bijdrage van eigenaar bedrijfsunit aan vereniging voor kosten van bedrijvenverzamelgebouw. Ongerechtvaardigde verrijking. Redelijkheid en billijkheid. Gezag van gewijsde.
Verkrijgende verjaring van strook grond en toegangsweg vastgesteld in eerdere procedure. Beoordeling van de omvang van deze verkrijging in nieuwe procedure? Artikel 3:24 lid 2 sub e BW en gezag van gewijsde. Vervolg op vonnis rechtbank Noord-Nederland, 2 november 2022, ECLI:NL:RB
Conclusie AG. Ontucht met een vier-jarig meisje dat aan verdachtes zorg is toevertrouwd, meermalen gepleegd (art. 249 Sr). Middel verdachte bevat unus testis klacht. Is het gebruik van olie bij seksuele handelingen een voldoende specifieke handelwijze om steunbewijs te kunnen te
Hoger beroep; -in gewijsde gegane berekening van legitieme portie; daarin zijn wel schulden aan de legitimaris opgenomen maar is de vorderingskant ervan niet in de bevolen verdeling verdisconteerd; uitleg van gewijsde en gezag van gewijsde; schending waarheidsplicht en misbruik v
Faillissementspauliana. Benadeling schuldeisers; toetsingscriterium.
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Intellectuele eigendom; octrooirecht. Procesrecht. Directe octrooi-inbreuk, (leiding geven aan) voorbehouden handelingen, equivalente inbreukbeoordeling, peildatum kennis vakman. Belang bij klachten in kort geding.
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 Rv. Beslissingen over de rechtsbetrekking in geschil. De reikwijdte van het gezag van gewijsde van een beschikking in een verzoekschriftprocedure waarin gedaagde niet is verschenen.
Geschil tussen broer als eiser/appellant, en zus en haar voormalige advocaat (die haar bijstond in procedure omtrent verdeling nalatenschap moeder) als gedaagden/geïntimeerden. Is sprake van gezag van gewijsde van de vonnissen/arresten in de eerdere procedure tussen broer en zus?
Conclusie AG. Vergismoord te Katendrecht. Middel namens de verdachte, inhoudende dat een onderdeel van het requisitoir van de advocaat-generaal in hoger beroep niet mag worden gebruikt als bewijsmiddel, faalt. Middelen namens de benadeelde partijen, die betrekking hebben op de be
Verbintenissenrecht. Schadestaatprocedure (art. 612-615b Rv). Uitleg beslissing in hoofdprocedure; in schadestaatprocedure alsnog vaststellen van causaal verband? Dient de rechter in de schadestaatprocedure ook acht te slaan op de gedingstukken uit de hoofdprocedure, indien die n
vordering vernietiging arbitraal eindvonnis afgewezen
Prejudiciële vragen op de voet van art. 392 Rv. Leidt de jurisprudentie van het HvJ in de arresten van 17 mei 2022 (ECLL:EU:C:2022:394 t/m 397) ertoe dat in verzetzaken tussen een handelaar en consument de wettelijke termijn van verzet buiten toepassing moet worden gelaten indien
Afkoop bestuurdersaansprakelijkheid. Huur.
Verbintenissenrecht. Burgerlijk procesrecht. Incident. Gezag van gewijsde. Eiswijziging. Goede procesorde. Indentieke vordering op andere grondslag stuit niet af op gezag van gewijsde.
Art. 236 Rv. Geschil over gezag van gewijsde verstekvonnis. HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2099. Beroep op gezag van gewijsde slaagt grotendeels.
Inhoud: vervolg van incidenteel arrest (ECLI:NL:GHAMS:2021:4176). Advocaat vordert van vader en zoon o.a. betaling van (in hoger beroep: een gedeelte van) declaraties wegens door hem voor de vader verrichte werkzaamheden in het kader van een strafzaak. In eerste aanleg had de adv
vraag of (inmiddels op staande voet) ontslagen werknemer (controller) onrechtmatig tegenover zijn werkgever heeft gehandeld door een bedrag waarop hij meende recht te hebben naar zichzelf over te maken. Gezag van gewijsde van de WWZ-beschikking waarbij het in verband hiermee aan
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de dreiging van verbeurte van dwangsommen die waren verbonden aan de dictumonderdelen 7.1. en 7.2 van het vonnis van 28 juni 2022 voor gedaagde onvoldoende prikkel is geweest om het daarin bepaalde na te komen. Aan de voorwaarden om nu