In het arbitragebeding wordt het (inmiddels opgeheven) Landbouwschap aangewezen als arbiter. Aldus is sprake van een inhoudelijk krachteloos arbitraal beding ten aanzien waarvan elk van betrokken partijen zich noch bij de totstandkoming daarvan noch daaraan voorafgaand, kenbaar b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 236 Rv
Genoemd in 928 uitspraken · Officiële wettekst
928 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 33 · live
Verzoek faillietverklaring. Verweer dat verzoeker niet-ontvankelijk is op grond van schending artikel 21 Rv. wordt verworpen, daar verweerder niet in zijn belangen is geschaad. Ook beroep op gezag van gewijsde van eerdere beslissing gaat niet op, daar die beslissing geen antwoord
Beschikking. Letselschade. Verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht. Vragen die verzoeker aan de deskundige wenst voor te leggen missen relevantie nu hierop reeds bindend is beslist als bedoeld in artikel 236 Rv (zie vonnis rechtbank Amsterdam d.d. 14 juli 20
Bevoegdheidsincident. EEX-Verordening. Het beroep van eisers in het incident op de bindende kracht van het incidenteel vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarin deze zich onbevoegd heeft verklaard, gaat niet op. Ook vallen de vordering uit onrechtmatige daad niet onder he
Verdeling gemeenschap tussen broers; afrekening met betrekking tot gevoerd beheer van onroerende zaken.
Beroep op gezag van gewijsde. Eiser vordert vernietiging van een hypotheekakte welke akte eerder tussen partijen onderwerp van geschil is geweest in een andere procedure. Die procedure heeft geleid tot een arrest van het hof 's-Gravenhage dat in kracht van gewijsde is gegaan. Nu
Arbeidsrecht. Gehoudenheid en vrijheid werkgever tot toekenning van een bonus. Betekenis van het gezag van gewijsde van een eerder tussen partijen gewezen vonnis voor die vrijheid.
Art. 81 RO. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 1, onder b, F., art. 288 lid 3 F.
Afgebroken onderhandelingen vastgoedprojecten, goedkeuring Raad van Toezicht, gerechtvaardigd vertrouwen.
Pensioenzaak. Dekkingsgraad. Aanvullende premie; verplichting tot bijstorting? Kortetermijnherstelplan; goedkeuringsbesluit DNB geen formele rechtskracht. Uitleg financieringsovereenkomst; Haviltex. Werking 6:248 lid 1 en 2.
Omvang gezag van gewijsde. Goed werkgeverschap bij winstdelingsregeling
Beloning voor door advocaat verleende rechtsbijstand. Op de cliënt rust de verplichting tot betaling op uurbasis onder de opschortende voorwaarde dat de door de Raad voor Rechtsbijstand aan de cliënt verleende voorwaardelijke toevoeging wordt omgezet in een definitieve toevoeging
Geschil tussen erfgenamen. Testamentaire last. De vraag is of de last zo moet worden uitgelegd dat de koopovereenkomst van 1 juni 2011 leidt tot onterving van gedaagde in conventie. De vraag wordt ontkennend beantwoord. Zuivere aanvaarding? De zaak zal naar de rol worden verweze
Het opnieuw opnieuw en op inhoudelijk dezelfde gronden in de onderhavige procedurde vorderien van de ook reeds in de verklaringsprocedure gevorderde veroordeling tot betaling is, tegen de achtergrond van de bestaande overlap tussen de vorderingen, stellingen en argumenten in de b
Cassatie. Ontbreken van belang bij cassatieberoep doordat in parallelzaak tussen partijen over rechtsbetrekking in geschil onherroepelijk is beslist; art. 236 lid 1 Rv. Cassatieberoep wordt verworpen (zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337).
Art. 81 RO. Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Oordeel hof dat op verzoek tot verlenging alimentatietermijn reeds eerder onherroepelijk was beslist (art. 236 Rv.).
Procesrecht. Voeging als benadeelde partij in Belgische strafzaak geldt als instellen eis in hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Deels art. 81 RO.
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor nakoming verplichtingen uit huurovereenkomst. (Ambtshalve toepassen) gezag van gewijsde.
Ondanks eerdere procedure geen situatie van gezag van gewijsde. Hof heeft in het (inmiddels onherroepelijk) arrest tussen partijen geen oordeel gegeven over de vraag of tussen partijen sprake is van onrechtmatig handelen, omdat de grondslag niet was onderbouwd. In de huidige proc
Brandverzekering, uitleg acceptatie-clausule.
Bevoegdheidsincident; artikel 613 lid 2 Rv. De schadestaatprocedure vormt een bijzondere vorm van tenuitvoerlegging die moet worden gezien als voortzetting van het hoofdgeding. Indien in het hoofdgeding geen beroep is gedaan op een arbitraal beding, staat dat arbitraal beding nie
Beroep op gezag van gewijsde ex artikel 236 Rv gaat op. Er is sprake van dezelfde rechtsbetrekking. Zowel de vaststelling van de feiten als de toetsing door de rechtbank op grond van de stellingen van partijen heeft kracht en dus gezag van gewijsde.
Artikel 236 lid 1 Rv. In andere procedure vastgestelde feiten.
Familierecht. Afwikkeling huwelijksgoederengemeenschap. Vordering tot nadere verdeling op de voet van art. 3:179 lid 2 BW. Overgeslagen schulden? Gezag van gewijsde. (81 RO)
Eisers stellen hun voormalig bewindvoerder op grond van art. 1:444 BW aansprakelijk omdat deze toerekenbaar zou zijn tekortgeschoten in haar taak van goed bewindvoerder, omdat er zowel voor als na de uitspraak van het beschermingsbewind nieuwe schulden zijn ontstaan. Rechtank oor