Huurrecht. Bedrijfsruimte als bedoeld in art. 7:290 BW. (On)bevoegde onderverhuur? Onrechtmatig gebruik?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 236 Rv
Genoemd in 928 uitspraken · Officiële wettekst
928 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vordering van dochter op haar ouders stuit af op het gezag van gewijsde van een eerder tussen hen gewezen arrest (ECLI:NL:GHARL:2017:8789).
nalatenschap; verzoek benoeming andere vereffenaar, vervaltermijn artikel 4:85 lid 1 BW, kracht van gewijsde.
Beroep op gezag van gewijsde met betrekking tot een eerdere uitspraak over dezelfde dakkapel slaagt slechts ten dele; de vordering tot verwijdering berust in de huidige procedure op een nieuwe grondslag.
Toegewezen vordering in conventie en in reconventie. Verrekening mogelijk?
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Verzoek werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Verwijtbaar handelen werknemer of verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder e, respectievelijk onder g, BW)? Stelplicht en bewijslast.
Transitievergoeding ex art. 7:673 lid 1 (aanhef en onder b en sub 2) BW. Rechtsverwerking? Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Bepaling hoogte transitievergoeding. Variabele beloning. Art. 7:673 lid 6 BW.
Het gezag van gewijsde van een eerder tussen partijen over dezelfde vorderingen gewezen vonnis en het feit dat de vorderingen vallen onder de met een schone lei geëindigde wettelijke schuldsaneringsregeling van de debiteur en daarom niet meer afdwingbaar zijn leiden tot het alsn
bestuurdersaansprakelijkheid
Eerdere procedure tussen partijen leidend tot niet-ontvankelijkheid van de loonvordering van werknemer, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van herhaalde vordering, omdat de overwegingen in die voorgaande procedure over het ontbreken van een deskundigenoordeel ex artikel 7:629a
Art. 3:43 BW. Wanneer is geding aanhangig? Art. 1059 (oud) Rv. Gezag van gewijsde arbitraal vonnis.
bouwteamovereenkomst; onderhandelingsplicht; is schadevergoeding verschuldigd in verband met het niet totstandkomen van aannemingsovereenkomst?
gezag van gewijsde
Inzage ex artikel 3:15j sub BW. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers geen rechtstreeks en voldoende belang bij de door haar gevorderde inzage. Eisers wensen immers te onderzoeken of is voldaan aan de stortingsplicht. Het subjectieve recht waarop artikel 2:193 BW ziet,
Ongerechtvaardigde verrijking. Onbegrijpelijk oordeel dat sprake is van verarming. Beroep op arbitraal vonnis waaruit volgt dat vordering is tenietgegaan. Gezag van gewijsde van arbitraal vonnis; art. 236, 1059 Rv.
Wanneer heeft een beslissing gezag van gewijsde. Tussen welke partijen geldt het gezag van gewijsde en om wat voor soort beslissing moet het gaan. Artikel 236 lid 1 Rv
Uithuisplaatsing; Inzet van het appel is niet een wijziging van het dictum van de bestreden beschikking, BJAA heeft onvoldoende belang bij het onderhavige hoger beroep
Incidentele vordering. Open stelsel van incidenten. Art. 236 Rv. Geen gezag van gewijsde komt toe aan een overweging in een uitspraak dat een stelling tardief is en aan een overweging ten overvloede. Het starten van een nieuwe procedure voor de rechtbank die in feite een vervolg
Partneralimentatie. Gewijzigde omstandigheden? Art. 1:401 lid 1 BW. Beperkt gezag van gewijsde van een alimentatiebeschikking; ook indien hetzelfde verzoek eerder was afgewezen wegens onvoldoende gegevens? HR 25 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0902, NJ 2007/518. Toepasselijkheid art.
Tegenbewijs in het kader van artikel 157 lid 2 Rv omtrent ter hand stelling van algemene bepalingen; verrekening en opschorting; gezag van gewijsde van vonnis, tussen partijen in dezelfde zaak gewezen na het instellen van hoger beroep tegen een eerder deelvonnis.
Verzekeringsrecht; arbeidsongeschiktheidsverzekering; percentage arbeidsongeschiktheid.
Luchtvaartwet. Art. 55-vordering; niet-ontvankelijkverklaring Luchthaven; eisen goede procesorde; belang van samenhangende beoordeling met vorderingen in de art. 50-procedure. Leer bindende eindbeslissing. Grenzen rechtsstrijd. Cassatie; ontvankelijkheid; art. 78 lid 5 RO, art. 3
Verhaal ten onrechte ontvangen wachtgeld betaald door eigen risicodrager/ onverschuldigde betaling namens appellant?/vertrouwen ontvanger/redelijkheid en billijkheid/bruto of netto bedrag?/negatief loon/progressief tarief
(Art. 81 RO). Erfrecht/procesrecht. Ontvankelijkheid. Verzoek tot bevelen boedelbeschrijving (art. 672 Rv.). Ontslag executeur (op de voet van art. 4:149 lid 1, onder f, en lid 2 BW)? Hoger beroep tegen (eind)beschikking tijdig ingesteld? Gezag van gewijsde van eerdere beschikkin
Prepensioenpremiezaak. Bevoegdheid van de kantonrechter. Bindende kracht van protocol van CAO-partijen. Onterecht beroep op gezag van gewijsde van een arrest in een eerdere procedure van partijen. Premierestitutie op verzoek van werkgever ten onrechte, zodat vordering van Prepens