Partijen zijn broers. Het geschil betreft de verdeling van gemeenschappelijke eigendommen. In eerste aanleg heeft de rechtbank ten laste van broer 1 een aantal veroordelingen uitgesproken. In hoger beroep vordert broer 1 in een incident dat die veroordelingen worden geschorst, da
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 235 Rv
Genoemd in 310 uitspraken · Officiële wettekst
310 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Incident. Vordering tot schorsing van executie (primair) en zekerheidsstelling (subsidiair) afgewezen.
Kort geding. Incident schorsing tenuitvoerlegging. Belangenafweging. Vordering afgewezen.
CURAÇAO. Aannemen overeenkomst. Schorsing werkzaamheden vordering hervatting. Schadevergoeding.
Artikel 351 en 235 Rv, incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis en incidentele vordering tot zekerheidstelling voor een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.
Incident ex artikel 235 Rv tot het stellen van zekerheid. Voor toewijzing van de gevorderde zekerheidstelling is geen plaats. Appellanten hebben ervoor gekozen om geen uitvoering te geven aan het bestreden vonnis en om in plaats daarvan de dwangsommen te betalen. Een werkelijke v
incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring en subsidiair een incident tot zekerheidsstelling ex artikel 235 Rv
Arrest in incident. Belangenafweging noopt niet tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis.
Opdracht tot medische repatriëring. Opzegging. Artikelen 6:215, 8:1410, 8:1165 en 7:408 BW. Gemengde overeenkomst van personenvervoer en opdracht. Opzeggingsbepalingen onverenigbaar. In dit geval opzegging beoordelen aan de hand van de opzegregeling voor overeenkomst van opdracht
Niet-ontvankelijkheid. Termijn hoger beroep. De wettelijke beroepstermijn in kort geding is drie weken. Dat is een termijn van openbare orde, waaraan in het belang van de goede rechtspleging de hand moet worden gehouden, behoudens bijzondere omstandigheden. Het nog niet verkregen
Belangenafweging in incident bij verzet, leidt in dit geval niet tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het verstekvonnis of een voorwaarde van zekerheidsstelling.
Schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis, onder voorwaarde van zekerheidstelling van storting bedrag op derdengeldenrekening van eigen advocaat (conform eigen aanbod in de procedure). Artikel 351 Rv, 325 Rv, 224 Rv, 6:51 BW, 6:2 BW.
Incidentele vordering tot zekerheidstelling. Artikel 235 Rv. Incidentele vordering afgewezen.
Verdeling nalatenschap (art. 3:185 BW); waardebepaling registergoed; maatstaf; bewijslast partijafspraak; peildatum; meerwaardeclausule; huurovereenkomst?; beperking spreektijd en omvang pleitnota
Incident schorsing tenuitvoerlegging. Art. 351 Rv. Incidentele vordering afgewezen.
Artikel 351 Rv: afwijzing incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Naast kort geding schorsing van de executie ook onderhavig schorsingsverzoek; geen concreet gestelde feiten en omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
Incident. Schorsing tenuitvoerlegging. 351 Rv. Appellant ontvankelijk. Nieuwe feiten en omstandigheden. Schorsing afgewezen. Belangenafweging.
Vordering ex artikel 351 Rv afgewezen, evenals de subsidiaire vordering ex 235 Rv (zekerheidstelling). Een belangenafweging kan niet in het voordeel van eiser in het incident uitvallen. Restitutierisico niet aannemelijk gemaakt.
Schorsingsincident. 351 Rv. Belangenafweging. Schorsing deels toegewezen.
artikel 351 Rv
Incident. Schorsing tenuitvoerlegging. 351 Rv. Belangenafweging. Hof wijst vordering af.
Incident schorsing tenuitvoerlegging. 351 Rv. Sprake van kennelijke misslag vonnis. Vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, terwijl dat niet is gevorderd. Vordering toegewezen.
351 Rv. Vordering in het incident om aan de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld, wordt afgewezen. Geen kennelijke fouten in het bestreden vonnis. Belangenafweging valt niet in het voordeel van eisers in het incident ui
Zekerheidstelling als voorwaarde voor uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring. Hof bepaalt dat schuldeiser hieraan kan voldoen door de deurwaarder de executieopbrengst rechtstreeks, dat wil zeggen zonder dat die op enig moment onvoorwaardelijk deel gaat uitmaken van het vermogen van d
-Artikel 351 Rv.