Hoofdzaak met gevoegde partij en vrijwaring. Is uitvoerder gehouden tot betaling van een door werkgever overeengekomen aanvulling op FPU-uitkering van voormalig werknemer? Voormalig werkgever heeft zich in de hoofdzaak gevoegd aan de zijde van de uitvoerder. Uitvoerder heeft voor
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 227 Rv
Genoemd in 187 uitspraken · Officiële wettekst
187 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Burenzaak tussen een tante en een neef, naar aanleiding van een kadastrale grensreconstructie, betreffende een bij de neef in gebruik zijnde strook grond, die deel blijkt uit te maken van het kadastrale perceel van tante, naast een door een oom (broer van tante) aan de neef verko
Betaling achterstallige vve (voorschot)bijdragen, stelplicht, bewijslast.
Heeft vennoot bij het maken van afspraken over geldleningen in eigen naam of namens de vof gehandeld?
Tussenkomst (art. 217-219a Rv). Hoger beroep. Belangvereiste. Diverse andere processuele verwikkelingen.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Geen mededeling van cessie gedaan aan schuldenaar. Wordt pandhouder beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid die voortvloeit uit leveringsgebrek? Art. 3:88 BW en art. 3:98 BW.
schending zorgplicht door betaaldienstverlener? tussenvonnis
beroepsaansprakelijkheid advocaat?
omvang huwelijksgemeenschap; vordering man versus schuld vrouw; 22 Rv
Provisionele vordering. De vordering houdt geen voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 Rv in en wordt daarom afgewezen.
heeft de curator een vordering op de voormalig bestuurder uit hoofde van een schriftelijke geldlening of is destijds sprake geweest van een uitbetaling van een netto provisiebedrag?
Beslag op partijen palmolie en palmstearine. Onrechtmatige daad. Op grond van artikel 4 lid 1 Rome II is Nederlands recht van toepassing op de vordering wegens onrechtmatig beslag. Op de vraag of reden bestaat voor vereenzelviging van Gammachim en Gamma-Trade, en of sprake is gew
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Artikel 9 onder a, onder b, onder c, Rv. Forum arresti. Artikel 767 Rv. Derogerende forumkeuze. Artikel 431 lid 2 Rv (‘verkapt exequatur’). Het ‘aangewezen zijn’ op een vordering op de voet van artikel 431 lid 2 Rv in geval van ee
Verzoek om schorsing geding toegewezen op grond van art. 225 lid 1 aanhef en onder c Rv door rechtsopvolging onder bijzondere titel. Verzoek om hervatting van het geding afgewezen, aangezien niet voldaan aan in lid 1 onder a en b genoemde vereisten van art. 227 Rv. Verzoeken geda
Perikelen na schorsing zaak op grond van art. 29 Faillissementswet. Verzoek van derde tot voortzetting van het appel op zijn naam: niet toewijsbaar nu deze derde wél de vorderingen maar niet de schulden van de failliete vennootschap heeft overgenomen. Verzoek tot ontslag van inst
Incidentele procedures tot rectificatie en schorsing. Rectificatie van de aanduiding van de partij die een conclusie heeft genomen. Schorsing van het geding ex artikel 225 Rv na afsplitsing ex artikel 2:334a lid 3 BW. Verwerping van bezwaren van wederpartij.
Appellante heeft in 2006 van derden het erfpachtsrecht met betrekking tot perceel X gekocht, er vanuit gaande dat zij van de Gemeente de blote eigendom van dit perceel zou kunnen verwerven. Het perceel maakt deel uit van een complex van recreatiewoningen. De Gemeente heeft in 200
Cessie; schorsing en hervatting. Cedent blijft na hervatting partij in procedure.
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting
Geschil over gezamenlijke steeg. Eén van partijen heeft zijn pand intussen verkocht. De wederpartij vordert bij wege van incident hervatting van de procedure, terwijl die nog niet geschorst was. De verkopende partij verzoekt in een reactie om de procedure te schorsen op grond van
Incident tot schorsing en hervatting. Fusie van procespartij in hoger beroep en een daaropvolgende splitsing van de opvolgend rechtspersoon. Vooralsnog is onduidelijk wie als de opvolgend procespartij heeft te gelden. Partijen mogen zich daarover uitlaten bij akte.
Beroepsaansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Beroep op verval van recht (art. 6:89 BW) slaagt niet. Niet gebleken van enig concreet nadeel aan de zijde van de tussenpersoon. Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een rede
Erfrecht. Procesrecht. Na overname procedure door vereffenaar in verband met beneficiaire aanvaarding nalatenschap, volgt veroordeling erfgenamen in persoon. Ontvankelijkheid, belang erfgenamen bij cassatieberoep. Wie is in cassatie de (formele) procespartij in geval van bewind?
Vordering tegen perceeleigenaar tot snoei van bomen; rechtsopvolging onder bijzondere titel van perceeleigenaar/gedaagde; schorsing onder artikel 225 lid 1, aanhef en onder c. Rv; hervatting van het proces onder artikel 227 lid 1, aanhef en onder b. Rv; oproeping van derde (opvol
Bodemzaak. Gezamenlijke behandeling conventie en reconventie. Oproeping ex art. 118 Rv. Behandeling artt. 225 en 227 Rv. Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring. Toewijzing conventionele vordering, afwijzing reconventionele vordering. Artt. 3:99, 105, 108, 112 en 113 BW