‘Vennootschap onder firma. Verstoorde relatie tussen vennoten. Ene vennoot vordert in kort geding van de andere vennoot inzage en andere maatregelen ter zake van de boekhouding/administratie van de vennootschap en tevens toegang tot het restaurant van de vennootschap alsmede beta
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 225 Rv
Genoemd in 512 uitspraken · Officiële wettekst
512 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Geldlening. Onderhandse akte. Echtheid handtekening.
Curatele/Wzd. Geschil tussen twee curatoren over opname zoon in zorginstelling (art. 1:383 lid 10 BW). Heeft hof miskend dat de bijzondere regeling van art. 24 Wzd prevaleert boven de algemene regeling van art. 1:383 lid 10 BW?
Rolbeschikking. Schorsingsverzoek in verband met overleden partij (art. 225 Rv), niet-ontvankelijk in het verzoek.
Gedaagde partij in conventie/eisende partij in reconventie heeft recht op huurkorting, omdat - wegens de sluiting van de niet-essentiële winkels door de overheid in corona-tijd - sprake is van een onvoorziene omstandigheid (artikel 6:258 BW)
Agentuurzaak. Afwikkeling agentuurovereenkomst naar Duits recht.
Bijdrageplicht aan herstel/vervangingskosten van mede-eigenaren m.b.t. een mandelige, gevaarzettende tuinmuur. Geen grondslag om twee mede-eigenaren voorafgaand aan de werkzaamheden te veroordelen tot betaling aan een derde mede-eigenaar.
Kort geding. Incident tot voeging aan de zijde van overleden eiser afgewezen vanwege gebrek aan belang. Aangenomen wordt dat aan de vereisten voor verkrijging van een erfdienstbaarheid door verjaring is voldaan. Artikel 5:72 BW.
Incident tot schorsing c.q. verwijzing naar de parkeerrol. Afwijzing. Er bestaat geen wettelijke grondslag voor schorsing van een geding in afwachting van een uitspraak van de Ondernemingskamer. De in de wet geregelde gronden voor schorsing van een geding zijn neergelegd in artik
Kort geding, intellectueel-eigendomsrecht, octrooi. Executiegeschil in verband met overdracht octrooien.
1. Schade aan perceel pioenrozen na bespuiting door loonspuitbedrijf. Onder meer op grond van deskundigenbericht acht de eerste rechter terecht de schade veroorzaakt door wanprestatie van het loonspuitbedrijf. 2. Procesrecht. Aanvullend of nieuw deskundigenbericht? Voor bevel daa
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting
Geschil over gezamenlijke steeg. Eén van partijen heeft zijn pand intussen verkocht. De wederpartij vordert bij wege van incident hervatting van de procedure, terwijl die nog niet geschorst was. De verkopende partij verzoekt in een reactie om de procedure te schorsen op grond van
Dagvaarding voldoet niet aan het vereiste van artikel 111 lid 2 sub g Rv, dus nietig. Geen verstek verleend tegen gedaagde. Eiseres in de gelegenheid gesteld om herstelexploot uit te brengen.
Art. 81 lid 1 RO. Echtscheidingsverzoek; betwisting van duurzame ontwrichting huwelijk.
De slotsom is dat eiseres is geslaagd in het bewijs. Aangenomen moet worden dat gedaagden eiseres in het ongewisse hebben gelaten over de inhoud en betekenis van de verklaring van 27 november 2009. De omstandigheid dat gedaagden deze verklaring zonder genoegzame uitleg aan eisere
arbeidsrecht, kennelijk onredelijke opzegging . . . . .
Procesrecht. Schorsing en hervatting; art. 225-227 Rv. Onder verlies van hoedanigheid als bedoeld in art. 226 lid 1 Rv. valt mede te verstaan schorsing als advocaat, hetzij op grond van disciplinaire maatregel, hetzij op andere wettelijke grond. Indien schorsing voor korte tijd,
Verzoek om schorsing ex art. 225 Rv o.g.v. het feit dat gedaagde niet langer de verhuurder is van eiseres. Kantonrechter oordeelt over de vraag of dit al dan niet leidt tot een lacune in het rechtssysteem, nu de nieuwe verhuurder zich niet in de procedure heeft gesteld. Kantonrec
Onteigeningsrecht. Verwerping in cassatie van beroep op schorsing van de onteigeningsprocedure; niet-toepasselijkheid art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv.