Artikel 224 Rv en de voorgenomen uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU per 29 maart 2019. Afwijzing vordering.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 224 Rv
Genoemd in 564 uitspraken · Officiële wettekst
564 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Incident tot stellen van zekerheid art. 224 Rv. Eisende partij uit Hong Kong dient zekerheid te stellen. De uitzonderingen van 224 lid 2 Rv doen zich niet voor.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2018:90. Kort geding. Incidentele vordering tot zekerheidstelling toegewezen (Britse Maagdeneilanden). Art. 224 Rv.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:8369. Incidentele vordering tot zekerheidstelling tegen in Zimbabwe gevestigde appellante Luxaflor. Onvoldoende gesteld door Luxaflor dat de uitzonderingen van art. 224 lid 2, onder c of d, Rv zich voordoen. Gelet op de moeilijkheden in het betaalverk
koop paardentruck
Luchtvaartclaim. Incidentele vordering tot zekerheidsstelling ex artikel 224 Rv.
Incidentele vordering zekerheidstelling door in Jordanië wonende appellant. Art. 224 Rv. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:4178 en ECLI:NL:GHAMS:2019:3833.
Vraag of opposant kan worden ontvangen in hernieuwd ingesteld verzet tegen verstekvonnis. Opposant was tijdig in verzet gekomen van een verstekvonnis waarin onder meer was bepaald dat het vonnis in de plaats zou treden van de medewerking van gedaagde aan een levering van een onro
Incident proceskostenzekerheid.Art. 224 Rv. Ambtshalve toetsing art. 224 lid 2 sub a Rv. Eiser heeft niet met zoveel woorden een beroep gedaan op deze uitzonderingsgrond. De rechtbank is ambtshalve gehouden te onderzoeken of in het onderhavige geval deze uitzonderingsgrond van to
Geschil over zekerheidstelling voor schade en proceskosten. Internationale en relatieve bevoegdheid aangenomen. Geschil ziet op handhaving octrooirecht waarvoor Haagse rechter volgens art. 70/80 ROW bevoegd. Vorderingen worden afgewezen.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:1259. Zekerheidstelling. Art. 224 Rv. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:4060 en ECLI:NL:GHAMS:2020:109.
Incidentele vordering tegen eiser uit de Marshall Eilanden tot het stellen van proceskostenzekerheid ex art. 224 Rv.
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:22.
Incident ex artikel 224 jo. 353 Rv, zekerheidstelling proceskosten. Door X is gesteld dat zich de uitzondering als bedoeld in artikel 224 lid 2 onder d Rv voordoet. Een schending van de effectieve toegang tot de rechter, als bedoeld in artikel 224 lid 2 sub d Rv, is vooral aan de
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:4565.
Zekerheidsstelling. Artikel 224 lid 1 en 2 Rv.
Incident tot het stellen van proceskostenzekerheid door de buiten Nederland woonachtige eiser in de hoofdzaak (art. 224 Rv). Aangezien door deze eiser/incidenteel verweerder uiteindelijk (buiten rechte) al proceskostenzekerheid is gesteld, vordert gedaagde in de hoofdzaak/inciden
Incident zekerheidstelling proceskosten ex. art. 224 Rv; uitleg woonplaats rechtspersoon/natuurlijk persoon; vorm en hoogte zekerheidsstelling; vordering gedeeltelijk toegewezen
Zekerheidsincident. Intellectuele Eigendom.
Incidentele vordering tot zekerheidstelling proceskosten ex art. 224 Rv. Eiser sub 1, woonachtig in Zwitserland, is niet gehouden zekerheid te stellen op grond van art. 224 lid 2 sub b Rv. Eiser sub 2, gevestigd te Dubai, dient wel zekerheid te stellen. Het verweer dat gedaagde g
Incident tot zekerheidsstelling ex artikel 224 Rv (Zie ook: ECLI:NL:RBMNE:2020:2333, ECLI:NL:RBMNE:2021:6780, ECLI:NL:RBMNE:2022:2495, ECLI:NL:RBMNE:2022:3317, ECLI:NL:RBMNE:2024:6908)
Procesrecht. Kosten die in aanmerking komen bij zekerheidstelling op de voet van art. 224 Rv.
Distribution Fund (Uitkeringsfonds) ten behoeve van voormalige aandeelhouders van Yukos Oil Company. Plan of Allocation (Verdelingsplan). Incidenten ex artt. 223, 224 en 843a Rv.
IPR. Veroordeling tot zekerheidstelling proceskosten van de appellant die in Qatar woonachtig is. Uitzondering van artikel 224 lid 2 onder c Rv niet van toepassing.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:9733. IPR. Zoals de eerste rechter oordeelde, komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe ten aanzien van de vordering tegen de in Zwitserland wonende geïntimeerde op de voet van art. 7, lid 1, en art. 9, aanhef en onder c, Rv. Wél op de voet van