Vonnis in twee incidenten. Criterium voor oproeping in vrijwaring. Opheffing van een beslag kan ook in een incident ex art. 223 Rv gevorderd worden.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 210 Rv
Genoemd in 278 uitspraken · Officiële wettekst
278 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Bevoegdheidsincident. Wegvervoer. Vrijwaringszaak. Voor toepasselijkheid art. 6 sub 2 Brussel I-Vo is niet vereist dat bevoegdheid in hoofdzaak volgt uit Brussel I-Vo.
Bestuurders en commissarissen van failliete vennootschappen worden door de curatoren aangesproken uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur/toezicht. Eerstgenoemden vorderen incidenteel ordening van, inzage in en afschrift van de bedrijfsarchieven, ten behoeve van de formuler
Eisersvrijwaring (artikel 210 lid 2 Rv). Geen sprake van verplichting tot vrijwaring. Kennelijk in hoofdzaak verkeerde partij gedagvaard.
Vrijwaringsincident en incident ex art. 843a Rv. Of in de hoofdzaak nu wel of niet wordt geoordeeld dat de geldleningsovereenkomst valselijk is opgemaakt, vrijwaring is niet aan de orde. Ook de vordering ex art. 843a Rv wordt afgewezen, deels wegens gebrek aan belang en deels weg
Financieel recht. Incidenten tot vrijwaring en tot het overleggen van stukken (artikelen 843a Rv, 223 Rv en 22/162 Rv). Misbruik van procesrechtelijke bevoegdheid?
In de hoofdzaak is een voormalig bestuurder van een vennootschap door de curator aangesproken voor het faillissementstekort van die failliete vennootschap. Er zijn twee incidentele vorderingen ingediend: een vordering ex artikel 843a/843b Rv en een provisionele vordering. De vord
aansprakelijkheid voor schade aan pand door sloop- en bouwwerkzaamheden op belendend perceel; mandeligheid van een vermeende scheidsmuur; aansprakelijlkheid van de opdrachtgever van de werkzaamheden; aansprakelijkheid van de uitvoerders van de werkzaamheden.
De feiten [eiseres] en [gedaagde] hebben een koopovereenkomst gesloten waarbij [gedaagde] van [eiseres] een nieuwe camper heeft gekocht voor een bedrag van € 85.000,00. Het betreft een camper van het merk Fiat, type Ducato Hymer B 674 SL Ka, met het kenteken 08-ZP-GR. [gedaagde]
Vordering tot nakoming van beheersovereenkomsten t.b.v. vakantiebungalows. Diverse geschilpunten.
nietigheid dagvaarding, niet-ontvankelijkheid; instaan voor volmacht;
De rechtbank overweegt daarbij dat de in artikel 210 lid 1 Rv vervatte regel dat een conclusie die strekt tot het in vrijwaring op roepen van iemand dient te worden genomen “voor alle weren” een uitwerking is van een meer algemene regel die beoogt een goede procesorde te bevorder
Incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring niet genomen voor alle weren als bedoeld in artikel 210 lid 1 Rv. Het verzoek tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen. Persoonlijke omstandigheden staan niet in de weg van toewijzing van de vordering in de hoofdzaak.
Art. 210 lid 2 Rv biedt de mogelijkheid dat de eiser een derde in vrijwaring oproept. De vordering tot oproeping in vrijwaring in conventie wordt toegewezen en in reconventie afgewezen. In de hoofdzaak vordert de curator betaling van niet betaalde facturen van Wabru. Het belangri
-
Huurrecht
Overeenkomstenrecht. Overeenkomst inzake bouw kassencomplex; vordering tot schadevergoeding wegens te late oplevering; ontbreken bouwvergunning; in de overeenkomst verdisconteerde omstandigheden.
Vrijwaringsincident op vordering van de eiser in de hoofdzaak. In de hoofdzaak wordt verzet ingesteld tegen een dwangbevel van de gemeente. De rechtbank oordeelt dat incidenteel eiser geen belang heeft bij zijn vordering in het vrijwaringsincident. De dagvaarding waarmee het verz
Een vrijwaringszaak kan niet ontkoppeld en wegens verknochtheid naar een andere rechter verwezen worden.
Art. 210 lid 1 Rv staat in beginsel aan tweede vrijwaring in de weg. Gelet op de omstandigheden wordt de vordering toegewezen.
Het hof volgt [appellanten] niet in hun primaire stelling. De omstandigheid dat [appellanten] in de kosten van het incident ad EUR 452,- zijn veroordeeld, kan geen reden zijn om artikel 337 lid 2 Rv buiten toepassing te laten. Voor [appellanten] bestaat overigens, zoals zij zelf
Procesrecht. Vrijwaringsincident, derde kan niet eerst in appel in vrijwaring worden opgeroepen, strekking van art. 353 lid 1 Rv., correctieve wetsuitleg; niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest; obiter dictum.
In eerste aanleg heeft geïntimeerde appellante en [bedrijf 2] tezamen gedagvaard. Geïntimeerde stelde zich op het standpunt dat zij een partij staal had gekocht van appellante (welke partij appellante in de visie van geïntimeerde had gekocht van [bedrijf 2]), waarvan de levering
Vrijwaring in kort gedingprocedure (incasso). Geen algemene rechtsregel die zich daartegen verzet, waarbij beperkingen zijn gelegen in de eisen van voortvarendheid die de kort gedingprocedure kenmerken. Die beperkingen doen zich in casu niet voor. Vordering in de hoofdzaak en in
In de onderhavige zaak heeft reeds een vrijwaringsincident in eerste aanleg plaatsgevonden en is een vrijwaringsgeding gevolgd dat, door afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, heeft geleid tot afwijzing van de vrijwaringsvordering. Hoewel [geïntimeerden] opnieuw (in hoger be