Vrijwaringsincident: vrijwaringsbepaling in Fenex-voorwaarden. Arbitragebeding uit de Fenex-voorwaarden staat niet in de weg aan toewijzing van de vordering tot vrijwaring. De rechtbank kan niet nu reeds in het kader van de beoordeling van dit incident vooruitlopen op een mogelij
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 208 Rv
Genoemd in 150 uitspraken · Officiële wettekst
150 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Intellectuele Eigendom. Vrijwaringsincident. Oproeping anonieme waarborgen afgewezen omdat niet is voldaan aan stelplicht. Oproepen niet-anonieme waarborg afwezen gelet op eisen van een doelmatige procesvoering.
incident tot zekerheidsstelling en schorsing; akte niet dienen; art. 208 Rv, art. 209 Rv.
Splitsingincident in octrooizaak; inbreukzaak aangehouden totdat in opeisingszaak is beslist. Compensatie van kosten, onder meer in verband met artikel 208 lid 3 Rv.
Curaçao. Kort geding. Handelszaak. Het hoger beroep wordt ingetrokken. De proceskosten worden gecompenseerd tussen de natuurlijke personen omdat zij bloedverwanten zijn (art. 60 Rv)
Intellectuele Eigendom. Incident tot onbevoegdheid, schorsing en/of aanhouding afgewezen.
Zaak op de rol op 14 maart 2024 voor akte uitlating
Bevoegdheidsincident afgewezen. Artikel 208 lid 3 Rv. Strijd met de goede procesorde door twee bevoegdheidsincidenten achter en los van elkaar te voeren. Procedure onnodig vertraagd.
Vrijwaringsincident.Incidentele vordering toegewezen,nu voldoende is gesteld dat een rechtsverhouding bestaat tussen eiseres in het incident en de in vrijwaring op te roepen partijen. Eiseres in het incident wordt in de proceskostenveroordeeld wegens strijd met artikel 208 lid 3
incident, voeging, verwijzing
Vonnis in bevoegdheidsincident en in vrijwaringsincident. Relatieve competentie. Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Forumkeuzebeding. Onbevoegdheid ten aanzien van grootste deel van de vordering, verwijzing zaak in zijn geheel. Rechter na verwijzing beslist op vrijwaringsinci
Incident relatieve onbevoegdheid art. 110 Rv. Drie gedaagden vorderen in een eerste incidentele conclusie dat de rechtbank zich o.g.v. een arbitragebeding onbevoegd wordt verklaard. Die vordering wordt toegewezen t.a.v. 2 gedaagden, waaronder de gedaagde waarop de relatieve bevoe
bevoegdheidsincident; bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen wegens inbreuken op Gemeenschaps- en Beneluxmerken en wegens onrechtmatige daad; zekerheidsstelling voor proceskosten; 97(5) GMVo; 6 EEX-Vo;
Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vordering afgewezen wegens geslaagd beroep op de uitzondering van art. 224 lid 2 onder a Rv.
(tweede) bevoegdheidsincident tijdig opgeworpen. Rechtsmacht Nederlandse rechter omdat één van de gedaagde partijen in Nederland woonachtig is en de vorderingen van beide gedaagden gelijkluidend zijn en gebaseerd op hetzelfde feitencomplex. Nederlands recht van toepassing. Geen r
Zorgplicht Bank.
Vrijwaringsincident. Onvoldoende belang. Herstel van eerder incidenteel vonnis niet aan de orde. Informele rolvoeging.
Incident tot het stellen van proceskostenzekerheid. Werkelijke proceskosten. Concerngarantie. Procesovereenkomst. Gebondenheid van de rechter. Verval van recht om conclusie van antwoord te nemen in de hoofdzaak indien niet tegelijkertijd met de incidentele conclusie tot stellen v
Onderhandelingen over aankoop van een stuk grond. Procesrechtelijke perikelen. Vordering tot dooronderhandelen en/of vergoeding van schade wegens afgebroken onderhandelingen niet toewijsbaar.
Afwijzing vordering incidenten ex artikel 351 Rv en 234 Rv
Er is tijdig een beroep gedaan op de internationale onbevoegdheid van deze rechtbank, zij het nodeloos niet gelijk met het incident een beroep werd gedaan op de relatieve onbevoegdheid.
208 lid 3 Rv. Het niet gelijktijdig instellen van de incidentele vorderingen leidt tot een onredelijke vertraging van de procedure. De kantonrechter die ambtshalve daarvoor waakt, geeft om die reden de partij die achtereenvolgens incidentele vorderingen heeft ingesteld een korter
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkages in 2003 en 2004 bij het dorp Goi te Nigeria. Vervolg op LJN nummer BM1470. Zie ook NJB 2010, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderingen tot exhibitie (a
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkages in 2006 en 2007 bij het dorp Ikot Ada Udo te Nigeria. Vervolg op LJN nummers BM1469 en BU3521. Zie ook NJB 2010, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderin
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma te Nigeria. Vervolg op LJN nummer BK8616. Zie ook NJB 202, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderingen tot exhibitie (art. 843a