(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi in incident; art. 134, 208 en 353 Rv. Appelverbod van art. 337 lid 2 Rv; toepasselijkheid ‘doorbrekingsjurisprudentie’; gronden voor doorbreking wettelijk appelverbod. Art. 10 EVRM.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 208 Rv
Genoemd in 150 uitspraken · Officiële wettekst
150 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Toelichten incidentele vordering (tot zekerheidstelling) bij het instellen daarvan (art. 415 en 208 lid 1 Rv); belangenafweging (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012, NJ 2008/311).
Exceptie, incident of principaal verweer? Relatieve onbevoegdheid 110 Rv?
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Verschil tussen incidentele vordering tot aanhouding o.g.v. art. 392 lid 6 Rv en uitstelverzoek. Art. 209 Rv. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding.
Intellectuele Eigendom. Incident. Vordering tot oproepen in vrijwaring afgewezen. Pleidooiverzoek afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
Vrijwaringsincident: vrijwaringsbepaling in Fenex-voorwaarden. Arbitragebeding uit de Fenex-voorwaarden staat niet in de weg aan toewijzing van de vordering tot vrijwaring. De rechtbank kan niet nu reeds in het kader van de beoordeling van dit incident vooruitlopen op een mogelij
Verbintenissenrecht. Wrongful Birth. Schadebegroting. Smartengeld. BGK. Provisionele eis.
Afwijzing verzoek om pleidooi in het incident wegens strijd met de goede procesorde.
Vorering ex artikel 843a Rv tot afgifte van een overeenkomst waarbij eiser zelf geen partij was, wordt toegewezen. Ook een onrechtmatige daad of een ongerechtvaardigde verrijking is een rechtsbetrekking als bedoeld in dat artikel.
Ontvankelijkheid. Rechtbank stelt cassatieberoep tegen tussenvonnis open. Geen sprongcassatie overeengekomen. Cassatieberoep ontvankelijk?
Vonnis in incident. Zekerheidstelling in een betwistingsprocedure als bedoeld in artikel 477a lid 3 Rv. Afwijzing. Eiseres in het incident heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan zij van mening is dat de rechtbank in dit geval gebruik zou moeten maken van haa
Erfrecht, quasi-wettelijke verdeling, afwikkelingsbewind, uitleg bepaling in testament (art. 4:46 BW) over directe opeisbaarheid deel geldvordering kinderen.
Geschil over detacheringsovereenkomst.
De kantonrechter verklaart zich, in de hoofdzaak, onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen (artikel 1022 Rv). De incidentele vordering wordt toegewezen.
De kantonrechter verklaart zich, in de hoofdzaak, onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen (artikel 1022 Rv). De incidentele vordering wordt toegewezen.
Partij B heeft een offerte gestuurd aan partij A m.b.t. betrekking op de fabricage en aflevering van kozijnen. Partij A vordert veroordeling van partij B tot betaling van € 29.528,16, ten titel van nakoming van ongedaanmakingsverbintenissen (na een ontbinding) en aanvullende scha
De rechtbank wijst het in het incident gevorderde toe en verklaart zich onbevoegd in de hoofdzaak om van deze zaak kennis te nemen. Partij A vorderde in de hoofdzaak om de overeenkomst ontbonden te verklaren en om partij B te veroordelen om bedragen aan partij A te betalen. Aan d
In de hoofdzaak vordert partij A, dat ten tijde van het bestaan van een rekening-courantverhouding tussen partij B1 en partij A, geld is onttrokken aan de gezamenlijke bankrekening van partij A1 en partij B1, zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond. Volgens partij A is partij
Betreft de vraag of “de franchiseovereenkomst” tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd en of de juiste partijen wel zijn betrokken in deze procedure. De rechtbank beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten.
Hoofdzaak gaat kort gezegd over een geschil over de eigendom van paarden. Partijen hebben over en weer drie incidenten ingediend, die in deze uitspraak gezamenlijk worden behandeld. (1) Gevorderd wordt om bij wijze van voorlopige voorziening de paarden toe te laten tot wedstrijde
Incident. Schorsing tenuitvoerlegging. 351 Rv. Appellant ontvankelijk. Nieuwe feiten en omstandigheden. Schorsing afgewezen. Belangenafweging.
Incident onbevoegdheid. Tussenvonnis mondelinge behandeling.
Tussenvonnis in incidenten. Verzoek van eiseres in de incidenten, om een mondelinge behandeling van de incidentele vorderingen te gelasten, toegewezen.
Incidenteel arrest.
Incidentele vordering ex art. 351 Rv moet worden toegelicht bij indiening daarvan. Rechter heeft geen gelegenheid geboden voor nadere toelichting.