Aansprakelijkheid van bestuurders t.o.v. Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (Curaçao). Ernstig verwijt van onbehoorlijk bestuur. Verjaring. Toerekening van kennis. Matiging van de vergoedingsplicht. Hoofdelijke veroordeling?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 166 Rv
Genoemd in 403 uitspraken · Officiële wettekst
403 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verhuurder eist ontbinding van de huurovereenkomst omdat huurster haar hoofdverblijf niet zou hebben in de woning. Dat heeft de verhuurder onvoldoende onderbouwd gelet op de gemotiveerde stellingen van huurster. Geen bewijslevering. Ook overlast en verwaarlozing is onvoldoende on
Procesrecht. Investeringsarbitrage. Vernietigings- en herroepingsprocedure procedure. Onteigeningen na incorporatie van de Krim. Bevoegdheid scheidsgerecht (art. 1065 lid 1 sub a BW). Materieel toepassingsbereik BIT tussen Oekraïne en Russische Federatie. Legaliteit investeringen
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Afwijzing van enquêteverzoek op basis van belangenafweging. Samenhang met 23/00717.
Derdenbeslag; betwistingsprocedure (art. 477a lid 2 Rv); verrekenbare tegenvordering; stelplicht en bewijslast; dwingende bewijskracht leningsovereenkomst (art. 157 lid 2 Rv); verbruikleen; wijzen van nakoming verplichtingen leninggever; uitleg overeenkomst; verrekeningsverklar
Hof bekrachtigt gezagsbeëindiging ex art. 1:266 BW over vier kinderen. Voorafgaand aan uithuisplaatsing langdurig zorgen over gezin, dat in totaal bestaat uit acht kinderen, die de ouders niet (h)erkenden. Samenwerking tussen ouders en hulpverlening verloopt uiterst moeizaam. Oud
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil tussen erfpachter en erfverpachter van buitenplaats over verplichtingen van erfverpachter tot herstel, aanleg en onderhoud en over canonherziening.
Schijn van volmachtverlening art. 3:61 lid 2 BW – mondelinge overeenkomst van bruikleen voor bepaalde tijd? – stelplicht en bewijslast ontruimingsvordering en verklaring voor recht
Caribische zaak. Passering bewijsaanbod. Op partij rustende stelplicht gelet op stand van processuele debat.
Vordering uit onrechtmatige daad, mishandeling, schulduitsluitingsgrond, noodweerexces, niet toerekenbaar, artikel 6:162 lid 3 BW, afwijzing.
Ondernemingsrecht. Externe bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW en art. 2:11 BW). Waarde van verhaalsactief. Feitelijk bestuurderschap. Schadebegroting.
Vordering nakoming verzekeringsovereenkomst, Schadeverzekering Inzittende, overlijdensschade, schending mededelingsplicht artikel 7:928 en 7:930 lid 4 BW, dekkingsuitsluiting, haviltex, kring van gerechtigden artikel 6:108 lid 1 sub a en c BW
Volmacht opgenomen in levenstestament. Broers van de volmachtgever vorderen vernietiging van de volmacht, onder meer op grond van artikel 3:34 lid 1 BW. Hof: broers komt de vordering tot vernietiging niet toe.
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in verband met bij het hof aanhangige procedure strekkende tot vernietiging van arbitraal appelvonnis.
Procesrecht. Olieverontreiniging in Rotterdamse haven door ms ‘Bow Jubail’. Beperking redersaansprakelijkheid (art. 642a Rv jo. art. 8:750 e.v. BW). Internationaal Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie (Bunkerverdrag); Intern
Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor betreft een juridische beoordeling door de voormalige advocaten van verzoeker en ziet niet op feiten die door middel van een voorlopig getuigenverhoor bewezen kunnen worden. Het verzoek voldoet dus - wegens het ontbreken va
Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Vervolg op Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434. Uitleg achterstellingsovereenkomst. Motivering waardering getuigenverklaring. Schending recht op hoor en wederhoor. Uitleg processtukken.
Beschermingsbewind. Is verweerster aan te merken als ‘andere levensgezel’ van rechthebbende in de zin van art. 1:432 lid 1 BW en daarmee als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 2 Rv? Afwijzing aanbod tot het horen van een getuige in hoger beroep.
Verzoek voorlopig getuigenverhoor afgewezen wegens gebrek aan belang. Het hof ziet niet in waarom besluitvormingsproces waarbij stichtingsgelden in de vorm van een koopsom aan PGB zijn overgedragen om gepensioneerden een verhoogde pensioenuitkering te geven niet rechtsgeldig c.q.
Voorlopig getuigenverhoor. Moet verzoeker in het verzoekschrift de te horen getuigen bij naam noemen? Nee, globale omschrijving volstaat.
Procesrecht. Art. 3:303 BW. Afwijzing van verzoek tot houden van voorlopig getuigenverhoor.
Wmo-zorgaanbieder. Tekortkoming. Ontbinding raamovereenkomsten met gemeenten. Geen onrechtmatige daad. Rolverwijzing t.b.v. begroten schade.
Procesrecht; verzoek voorlopig getuigenverhoor (art. 186 lid 1 Rv); maatstaf toe-/afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor; verzoek art. 843a Rv; maatstaf ‘rechtsbetrekking’; arrest Semtex/X
Verzoek voorlopig getuigenverhoor afgewezen omdat appellanten in hoger beroep niet nader onderbouwen welke feiten zij precies door het voorlopig getuigenverhoor willen bewijzen ter onderbouwing van een vordering op grond van onrechtmatige daad, bestaande uit het profiteren van wa
Niet is komen vast te staan dat appellante een collectief belang ex artikel 3:305a BW, dan wel een eigen belang heeft bij het instellen van een procedure tegen geïntimeerden, reden waarom appellante geen belang heeft bij het verzochte getuigenverhoor. Appellante heeft onvoldoende