Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [appellante] voor de schade aan de aanhanger niet aansprakelijk kan worden gehouden voor zover het gaat om schade ten aanzien waarvan hij met [geïntimeerde 1] zou zijn overeengekomen dat [geïntimeerde 1] de aanhanger daarvoor zou verzek
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 164 Rv
Genoemd in 1.483 uitspraken · Officiële wettekst
1.483 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 48 · live
Vervolg op LJN AS6403. Nu [geïntimeerde sub 1 BV] de overeenkomst met Bending Trade rechtsgeldig heeft ontbonden, en van onrechtmatig handelen van [geïntimeerde sub 1 BV] jegens Bending Trade geen sprake is, is geen rechtsgrond aanwezig voor toewijzing van vorderingen van Bending
15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/130HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het ge
[Appellante] vordert een bedrag van € 3.176,46 (ƒ 7.000,=) als vergoeding van de waarde van een auto. Volgens haar heeft zij in december 1999 met [geïntimeerde] afgesproken dat het kenteken voor één of twee weken op diens naam zou worden gesteld teneinde te voorkomen dat [echtgen
Verzekeringsrecht. Verzwijging strafrechtelijk verleden. art. 251 K.
Verzekeringsrecht; RVS, op wie in casu de bewijslast rust van verzwijging van een strafrechtelijk verleden waarop zij op grond van artikel 251 K beroep heeft gedaan, heeft het bewijs geleverd, waarna X is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs ter ontzenuwing van dit bewijs.
De slotsom uit het voorgaande luidt dat het hof [appellant] niet geslaagd acht in het leveren van het door hem aangeboden tegenbewijs tegen het feitelijk vermoeden dat [appellant] [geïntimeerde] sexueel heeft misbruikt. Dientengevolge zal bij de verdere beoordeling van het geschi
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/262HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n HOUTBANK ROOSENDAAL B.V., gevestigd te Pijnacker, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr
Bewijskracht verklaringen partijgetuigen (artikel 164 Rv); ook in het geval een procespartij uit meerdere personen bestaat, kunnen de verklaringen van deze personen slechts bewijs in het voordeel van de met het bewijs belaste procespartij opleveren indien er, naast deze verklarin
De vraag die zich vervolgens voordoet is of [getuige 2] ook betaling van toekomstige facturen van [eiseres] heeft gegarandeerd. Zelf verklaart [getuige 2] dat hij "zeker geen garantie heeft gegeven dat de toekomstige facturen voldaan zouden worden". Aldus [getuige 2] kan een ban
Bij bedoeld tussenarrest is [geïntimeerde] opgedragen te bewijzen dat hij met [appellant] is overeengekomen dat de dakdekkerswerkzaamheden, tot het verrichten waarvan [geïntimeerde] aanvankelijk gehouden was krachtens een door hem met de [bedrijf] gesloten overeenkomst van ondera
X stelt dat knieoperatie met onvoldoende gesteriliseerde arthroscoop is gebeurd en dat daarom nog pijnklachten resteren. Partijverklaring - artikel 164 Rv
-
-
-
-
-