Procesrecht. Eis van artikel 3.1 aanhef en sub a van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven om bij het indienen van een nieuwe zaak ter griffie de originele exploten te overleggen. Appeldagvaarding niet ingeschreven op de daarbij aangeze
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 160 Rv
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vordering nabestaanden verstrekking medisch dossier op grond van artikel 7:458 lid 1 sub a BW en subsidiair 7:458 lid 1 sub c BW afgewezen. Geen originele machtiging, Machtiging onvoldoende onderbouwd. Vermoeden medische fout onvoldoende onderbouwd.
Einde affectieve relatie. Vordering tot terugbetaling lening. Sprake van lening of schenking? Stelplicht en bewijslast. Schending waarheidsplicht 21 Rv en sanctionering.
Artikel 160 Rv; niet bewezen dat sprake is van gewijzigde overeenkomst.
Partneralimentatie. Lotsverbondenheid. Limitering. Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap. Artikel 1:81 BW, artikel 1:157 BW.
Executiegeschil met betrekking tot dwangsommen.
De curator heeft voor een geslaagd beroep op art. 2:248 lid 7 BW onvoldoende gesteld. Zijn beroep op art. 42 Fw is gegrond.
Geïntimeerde ontkent dat handtekening op schriftelijk stuk 'overeenkomst van opdracht', waarin een relatie- en boetebeding zijn opgenomen, van hem afkomstig is. Bewijsopdracht appellant.
Onrechtmatige overheidsdaad. Vorderingen gegrond op de inhoud van het proefschrift van dr. mr. F.M.J. Jansen getiteld “Nietigheid in het burgerlijk procesrecht” uit 1955 ten aanzien van groot aantal gestelde nietigheden in een rechtsgang bij de voorzieningenrechter en hoger beroe
Aansprakelijkheid voormalig echtgenote voor gemeenschapsschuld uit door echtgenoot gesloten overeenkomst van geldlening - beroep op vernietiging ex 1:88 lid 1 sub c BW faalt - recht van voor 1 januari 2012
art. 157 lid 1 en lid 2 Rv (bewijskracht notariële akte), artt. 151 en 152 Rv (tegenbewijs, ook tegen dwingend bewijs , door alle middelen), art. 160 lid 1 Rv (kracht schriftelijk bewijs in de oorspronkelijke akte)
Opheffing beslag. Summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de door Rail Side gestelde vordering
Zorgovereenkomst waarvoor PGB wordt ingezet niet nietig geoordeeld wegens strijd met de openbare orde of de goede zeden (artikel 3:40 lid 1 BW).
artt. 157, 158, 159 en 160 Rv
Garantstelling binnen concernverband. Kredietverzekeraar spreekt waarborg aan voor onbetaald gebleven vorderingen op vennootschap binnen het concern. Totstandkoming borg: handtekening. Overdracht waarborg op nieuwe kredietverzekeraar. Belgisch recht. Doeloverschrijding.
Vonnis 6 maart 2013: Eiseres heeft ter onderbouwing van haar vordering een kopie van een 'Kort Gesprek Formulier' overgelegd. Dit stuk heeft niet meer bewijskracht dan een gewoon afschrift nu slechts een fotokopie is in het geding is gebracht en het origineel niet meer voorhanden
Relatiebeding. Matiging boetebeding.
vrijwaring hennepzaak, bewijskracht kopie onderhandse huurovereenkomst, bewijslastverdeling.
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van geldlening? Bewijs. Bewijslastverdeling. Betwisting ondertekening akte. Passeren bewijsaanbod. Art. 149, 150, 159 Rv.
Koop winkel. Internationaliteitsvereiste. Bij dagvaarding is de vraag aan de orde gesteld welk recht van toepassing is op de overeenkomst, nu deze is gesteld in het Perzisch en partijen van Iraanse afkomst zijn. Deze omstandigheden doen naar het oordeel van de rechtbank echter ni
borgtocht en toestemmingsvereiste echtgenoot; bewijslastverdeling; bewijswaarde onderhandse akte
Verbintenissenrecht. Uitvoering van overeenkomsten van geldlening en levensverzekering. (81 RO)
[geïntimeerde] verklaart als getuige dat de overeenkomst is ontbonden en dat dit is vastgelegd in het door hem overgelegde schriftelijke stuk. Zijn echtgenote ondersteunt hem hierin als getuige. De echtheid van de handtekening op de kopie van het schriftelijke stuk is gemotiveerd
Erfrecht.