Schriftelijk stuk waarop eiseres vordering baseert, voldoet niet aan eisen van art. 158 Rv. Document is onderhandse akte in zin van art. 156 lid 3 Rv. Gedaagde betwist echtheid van handtekening op akte, zodat aan akte ex art. 159 lid 2 Rv. geen bewijskracht toekomt. Benoeming han
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 159 Rv
Genoemd in 372 uitspraken · Officiële wettekst
372 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Echtheid van handtekening wordt door gedaagde gemotiveerd betwist. Eiseres verzuimd een op dat punt toegespitst en specifiek bewijsaanbod te doen.
Overeenkomstenrecht. Geldlening; bewijskracht onderhandse akten (81 RO).
Beroep curator op onverschuldigde betaling/ artikel 42 Fw.
[geïntimeerde] verklaart als getuige dat de overeenkomst is ontbonden en dat dit is vastgelegd in het door hem overgelegde schriftelijke stuk. Zijn echtgenote ondersteunt hem hierin als getuige. De echtheid van de handtekening op de kopie van het schriftelijke stuk is gemotiveerd
Maatstraf handtekeningonderzoek: onderscheid tussen "doorsnee nabootser" of "getalenteerd nabootser".
Overeenkomst van geldlening, onderhandse akte, bewijslastverdeling.
-
Consumentenkrediet. De als kredietnemer aangesproken gedaagde voert aan dat zij niet aan de kredietovereenkomsten is gebonden en doet beroep op verjaring. Aan de hand van NJ 2006, 642, en NJ 2004, 603, NJ 1997, 244 en NJ 2001, 46 wordt onderzocht of de verjaring is gestuit. De r
Kernvraag die in dit kort geding dient te worden beantwoord is, of is voldaan aan verplichtingen voortvloeiend uit de koopovereenkomst.
Geïntimeerde, die destijds een vriendschappelijke relatie had met appellant, heeft een koop/aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot een bouwterrein met daarop een (te realiseren) bebouwing te Almere (hierna: de woning), dat op 26 januari 1999 aan hem in eigendom is ove
Kern van het geschil is of gedaagde zich naast Proventive hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de terugbetaling van het door eiser aan Proventive geleende geldbedrag.
Daargelaten of het door [appellant] gestelde belang ("het ten onrechte stellen van een depot ter vervanging van ten onrechte gelegde beslagen voor niet-bestaande vorderingen, zonder dat er binnen een jaar door Vernieuwing Bouw enigerlei actie wordt ondernomen") voldoende is om ee
Appellant heeft geïntimeerde in eerste aanleg gedagvaard en van haar terugbetaling gevorderd van een bedrag van E. 95.293,84 (ƒ 210.000,=), vermeerderd met rente en kosten. Appellant heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat geïntimeerde in 1999 en 2000 in een echtscheidi
Eiseres vordert een tweetal bedragen van gedaagde op basis van een tweetal overeenkomsten. Gedaagde erkent de vordering niet en stelt dat de handtekening op de overeenkomsten niet van hem zijn. Blijkens een door eiseres ingebracht rapport van het Algemeen Schriftelijk E. & W. Wai
Kort geding. Executiegeschil tussen verkoper van een woonhuis en koper over (de schorsing van) de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis (81 RO).
Veel procespartijen, met name zogenoemde repeatplayers, nemen het procesrecht niet serieus. In deze zaak wijst de kantonrechter op de volgende verplichtingen van de eisende partij: ? het verweer van de tegenpartij in de dagvaarding op te nemen en het te weerspreken, ? bewijsstukk
Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan ingevolge artikel 3:61 lid 2 BW tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toerei
De ratio van verzet is gelegen in het fundamentele beginsel van ons procesrecht van hoor en wederhoor. Daarom begint de verzettermijn eerst te lopen wanneer het verstekvonnis, of een uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte, aan de veroordeelde in p
Bewijslast ten aanzien van onverschuldigde betaling. Gewoonlijk rust de bewijslast voor wat betreft de echtheid van een handtekening onder een onderhandse akte op degene die zich op de onderhandse akte beroept (art. 159 lid 2 Rv), wat zou betekenen dat op X de bewijslast zou rust
14 november 2003 Eerste Kamer Nr. C02/172HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], thans wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n Mr. Johannes Gerrit VAN HARTINGSVELD,
-
-
-
-