157 lid 2 Rv; 158 lid 1 Rv. Zoon vordert van moeder nakoming van een door haar ondertekende schuldbekentenis. Schuldbekentenis heeft geen dwingende bewijskracht. Niet met de hand geschreven. Geen bedrijfsschuld. Rechtbank heeft vordering zoon afgewezen. Hof bekrachtigt.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 158 Rv
Genoemd in 134 uitspraken · Officiële wettekst
134 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Bewijsrecht. Levert ondertekende schuldbekentenis dwingend bewijs op nu goedschrift ontbreekt? Art. 157-158 Rv. Voldoende aanbod tot tegenbewijs?
geldlening; zaakwaarneming; welke eisen te stellen aan rekening en verantwoording?
Geschil tussen vennootschap en curator van twee voormalig werkmaatschappijen over al dan niet gevestigde pandrechten en een al dan niet overeengekomen vergoeding voor afmaken onderhanden werk.
Hoger beroep; tussenarrest in verzet; uitlating ontvankelijkheid verzet; afspraken financiering verbouwing prostitutiearken; eenzijdige schuldbekentenis in de uitoefening van bedrijf; uitleg schuldbekentenis; tegenbewijs en bewijs; artikelen 19, 143, 151, 157 en 158 Rv.
Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.
Faillissementsverhoor. Geen verschoningsrecht bankiers. Geheimhoudingsplicht Landsverordening Identificatie bij dienstverlening doet niet af aan getuigplicht.
Civiel. Rogatoire commissie.
Behoeft een vordering uit hoofde van een vaststellingsovereenkomst onderbouwing? Kan een rechtskeuze worden gemaakt voor Nederlands recht op een betwiste in België ondertekende onderhandse akte? Welk recht is van toepassing op de betwisting van een onderhandse akte?
Salarisaanspraak, schuldbekentenis met garantstelling.
onderhandse schuldbekentenis
Executoriale kracht notariële akte; criteria HR 26 juni 1992 (NJ 1993/449). De vermelding in de hypotheekakte is te algemeen om te kunnen dienen ter omschrijving van een ten tijde van het verlijden van de akte bestaande vordering/rechtsverhouding. De aanduiding "uit welken andere
Overgelegde geschrift betreft een onderhandse akte. Art. 157 lid 2 Rv bepaalt dat een onderhandse akte ten aanzien van de verklaring van een partij tussen partijen dwingend bewijs oplevert omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen. Gezien de te
De vordering van de curator betreft de nakoming van een in 1992 gesloten overeenkomst van geldlening. Verjaring?