Vordering tot vereffening maatschap.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 158 Rv
Genoemd in 134 uitspraken · Officiële wettekst
134 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Mondeling vonnis. Bewijsopdracht betreffende overeenkomst van geldlening en betreffende de (omvang van de) verrichte werkzaamheden waarvan bij facturen betaling wordt verzocht.
Beroepsfout advocaat. Trial within a trial. Dwingend of vrije bewijskracht van akte. Het verlies van een kans. Verhaal.
Kwalificatie of sprake is van geldlening, nu overeenkomst na geldverstrekking is opgesteld. Overeenkomst niet onder dwang tot stand gekomen. Vordering toewijsbaar.
Borgstelling an sich niet betwist. Daarmee voldoende aannemelijk geworden dat een overeenkomst van borgstelling is overeengekomen. Ontbreken van dwingende bewijskracht leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de overeenkomst van borgtocht in een kort gedingprocedure niet voldo
Lening of schenking. Bewijsopdracht.
Verbintenissenrecht. Bewijsrecht. Dwingende bewijskracht onderhandse akte (art. 156 lid 1 en 157 lid 2 Rv). Opschorting.
geldlening; zaakwaarneming; welke eisen te stellen aan rekening en verantwoording?
Terugbetaling van geleend geld.
Vorderingen erfgenaam en zijn onderneming op nalatenschap moeder.
Bewijsrecht. Eiser tot cassatie heeft verklaring getekend waarin hij bekent cryptomunten van verweerder in cassatie te hebben gestolen en aangeeft bereid te zijn een deel meteen terug te betalen. Heeft verklaring dwingende bewijskracht tussen partijen ex art. 157 lid 2 Rv? Of hee
Geldlening als vriendendienst. Uitleg contract.
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid voor schuld ex-echtgenoot. Verknochtheid schuld? Verhaalbaarheid na verdeling huwelijksgemeenschap. Bewijskracht akten. Bewijsopdracht betreffende persoon handtekening heeft gezet.
Vordering van een vader uit hoofde van een schuldbekentenis op zijn dochter. Authenticiteit schuldbekentenis ter discussie. Beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden falen.
Geschil tussen vennootschap en curator van twee voormalig werkmaatschappijen over al dan niet gevestigde pandrechten en een al dan niet overeengekomen vergoeding voor afmaken onderhanden werk.
Vordering tot herroeping afgewezen. Geen verband tussen het gestelde bedrog en de beslissing.
Deelname aan 'share-spel' binnen Thaise gemeenschap. Ondertekening van een overeenkomst van geldlening ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis; kwalificatie. Wilsovereenstemming; gerechtvaardigd vertrouwen.
Procesrecht Door partijen overeengekomen regeling is onderhandse akte waaraan geen dwingende bewijskracht toekomt; op grond van art. 158 lid 1 Rv is art. 157 lid 2 Rv niet van toepassing. Aangedragen bewijs ontoereikend.
Vordering tot betaling uit hoofde van geldlening afgewezen. Onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden geconcludeerd dat gelden daadwerkelijk zijn verstrekt
Groot deel van de vordering op grond van nakoming van tussen partijen gemaakte, in een verklaring neergelegde, afspraken toegewezen.
Eindvonnis na (tegen)bewijsopdracht. Het dwingende bewijs dat sprake is van leningen en niet van schenkingen is niet ontzenuwd. Eerder tussenvonnis: ECLI:NL:RBGEL:2019:4176.
Hoger beroep; tussenarrest in verzet; uitlating ontvankelijkheid verzet; afspraken financiering verbouwing prostitutiearken; eenzijdige schuldbekentenis in de uitoefening van bedrijf; uitleg schuldbekentenis; tegenbewijs en bewijs; artikelen 19, 143, 151, 157 en 158 Rv.
Devolutieve werking hoger beroep: door rechtbank niet behandeld subsidiair verweer slaagt. Geen dwingende bewijskracht akte in de zin van 157 lid 2 Rv want niet voldaan aan vereisten 158 lid 1 Rv.
Klacht tegen een notaris. Had de notaris klagers moeten voorlichten over het verschil met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een notariële akte van geldlening met borgtocht en een onderhandse akte van geldlening met borgtocht?
Lening. Hoofdelijke aansprakelijkheid?