Procesrecht. Bewijsrecht. Levert ondertekende schuldbekentenis dwingend bewijs op nu goedschrift ontbreekt? Art. 157-158 Rv. Voldoende aanbod tot tegenbewijs?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 158 Rv
Genoemd in 134 uitspraken · Officiële wettekst
134 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bewijsrecht. Diefstal bitcoins. Art. 157 lid 2 Rv. Dwingende bewijskracht schriftelijke verklaring waarin diefstal wordt erkend? Reikwijdte uitzondering van art. 158 lid 1 Rv (schuldbekentenissen). Heeft hof ten onrechte tegenbewijsaanbod gepasseerd?
Procesrecht. Bewijsrecht. Vereisten onderhandse akte. Is een meerdere bladzijde tellend geschrift dat uitsluitend aan het slot daarvan is ondertekend, akte in de zin van art. 156 lid 1 Rv? Bewijslast valsheid akte. Wijze waarop bewijs in beginsel geleverd kan worden. HR 15 januar
Diefstal van cryptovaluta (bitcoins). Kan schriftelijke bekentenis als bewijs dienen?
Eerste (hof)arrest over de geldigheid van een woekerrentebeding in een overeenkomst van geldlening (i.c. meer van 1000% per jaar). Strijd met goede zeden en derhalve nietigheid van de rentebepaling.
De zaak gaat over een conflict tussen de vermogende Moeder en haar Zoon. Het hof oordeelt dat de Zoon leningen moet terugbetalen. Ook moet de Zoon een deel van betalingen vanaf rekeningen van de Moeder, waartoe hij gemachtigd was, terugbetalen.
157 lid 2 Rv; 158 lid 1 Rv. Zoon vordert van moeder nakoming van een door haar ondertekende schuldbekentenis. Schuldbekentenis heeft geen dwingende bewijskracht. Niet met de hand geschreven. Geen bedrijfsschuld. Rechtbank heeft vordering zoon afgewezen. Hof bekrachtigt.
Wie is partij bij een overeenkomst? Grenzen van de rechtsstrijd in appel. Dwingende bewijskracht van onderhandse akte. Kostenveroordeling in incidenteel appel vanwege nodeloos veroorzaakte of aangewende kosten.
Vrije bewijskracht schuldbekentenis bij gebreke van goedschrift, toelating tot leveren tegenbewijs van ontvangst gelden uit hoofde van geldlening.
Tussenvonnis. Overeenkomsten van geldlening. Bewijskracht onderhandse akten, betwisting ondertekening en ontvangst gelden, toelaten tot (tegen)bewijs, artikelen 151, 158 en 159 lid 2 Rv.
Terugbetaling geldleningsovereenkomst. Schuldbekentenis. Betwisting handtekening schuldbekentenis.
Hoger beroep; depotovereenkomst effecten; oneigenlijke bewaarneming; vorderingen ten behoeve van nalatenschap; afwikkeling; geen verjaring nakomingsvordering en schadevergoedingsvordering; bevrijdend afrekeningsverweer; bewijskracht kwitanties; comparitie voor bewijsopdracht en/o
Procesrecht. Bewijsrecht. Levert ondertekende schuldbekentenis dwingend bewijs op nu goedschrift ontbreekt? Art. 157-158 Rv. Voldoende aanbod tot tegenbewijs?
Art. 81 lid 1 RO. Bewijsrecht. Financiële afwikkeling verbroken relatie. Dwingende bewijskracht schuldbekentenis. Art. 157 lid 2 Rv.
Bekentenis fraude door werkneemster, heeft slechts gedeeltelijk dwingende bewijskracht waar goedschrift ontbreekt.
Procesrecht. Bewijsrecht; bewijsvermoeden in een tussenbeslissing omtrent valsheid in geschrift. Onpartijdig gerecht in zin van art. 6 EVRM als rechter in eerdere fase van procedure in nadeel van partij heeft beslist? Cassatie, rechtsklacht over eerlijk proces na afgewezen wrakin
Eiser stelt diverse geldbedragen te hebben geleend aan gedaagde en vordert terugbetaling hiervan. Gedaagde betwist de vorderingen. Er wordt een bewijsopdracht gegeven.
Overbedelingsvordering na verdeling woning bij verbreking samenleving viel in de gemeenschap van goederen van man met zijn nieuwe echtgenote. Na echtscheiding is die echtgenote voor deze schuld hoofdelijk aansprakelijk. Nu de man is overleden en de eerste partner een van zijn erf
Nakoming geldlening; tussenkomst en voeging voormalig echtgenote gedaagde; verjaringsverweer; art. 1:88 BW
Partijen zijn in 2020 via Whatsapp met elkaar in contact gekomen. appellant zou tegen betaling inreisvisa voor geintimeerde en zijn gezin regelen om vanuit plaats naar Nederland te reizen. Op enig moment zag geintimeerde daarvan af en wilde hij zijn geld terug. Ook wilde hij het
{Eiser} heeft een eenmanszaak. {gedaagde 1} is bestuurder en middellijk enig aandeelhouder van {gedaagde 2}, een groothandel in levensmiddelen. Partijen hebben jarenlang zaken met elkaar gedaan. Tussen partijen is een geschil ontstaan over een door partijen ondertekende akte van
Proceshouding advocaten in strijd met de goede procesorde. Eiser heeft van gedaagde een woning gekocht en ter zake die woning met gedaagde een geldlening afgesloten. Gedaagde heeft de woning kort voor de verkoop aan eiser voor een lagere prijs van een derde gekocht. Eiser beroept
Verdeling. Testamentaire last om de openstaande vorderingen die erflater en/of eisers hebben op gedaagde uit hoofde van aan hem verstrekte geldleningen te verrekenen met hetgeen door hem uit de nalatenschap zal worden verkregen. Leningen van eisers op gedaagde worden vastgesteld,
De voormalig fractievoorzitter van een politieke partij in de gemeenteraad van Haarlemmermeer heeft via de bankrekeningen van de partij een groot aantal privéuitgaven gedaan. In deze uitspraak oordeelt het hof dat hij hierdoor onrechtmatig jegens de partij heeft gehandeld en dat
Einde samenwoning. Deze zaak gaat om de vragen welk bedrag de man tijdens de samenwoning van de vrouw heeft geleend en of de man dat bedrag aan haar heeft terugbetaald. Geen onrechtmatig handelen van de vrouw, geen onverschuldigde betaling aan de vrouw en geen ongerechtvaardigde