Herrekeningsclausule uit koopovereenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar geschrapt? Persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen van de (indirect) bestuurders. Maar ook causaal verband met de door de gemeente gevorderde schade (te weten het niet ontvangen van de projectontwik
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 157 Rv
Genoemd in 1.106 uitspraken · Officiële wettekst
1.106 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
De rechtbank acht bewezen dat sponsorschap tussen Muermans Vastgoed BV en coureur ten behoeve van de fiscus is ingekleed als leenrelatie en dat de vordering tot terugbetaling van de leningen niet toewijsbaar is. Gevorderde boetes van de sponsor jegens de coureur wegens overtredin
overeenkomst onder opschortende voorwaarde met waterschap; art. 6:23 BW
Koop van een auto. Algemene voorwaarden. Beroep op vernietigbaarheid stuit af op artikel 6:247 BW.
Discussie over erfgrens nadat al over verjaring is beslist. Gedaagden mogen tegenbewijs van dwingend rechtelijke notariele akte leveren.
Bewijskracht akte. Geleverde tegenbewijs ex art. 151 lid 2 Rv slaagt tegen akte die dwingend bewijs oplevert ex art. 157 lid 2 Rv.
tussenarrest
Na verkoop van (de activa van) een onderneming is de bestuurder, tevens 50% aandeelhouder, op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (drie jaar) werkzaam geweest voor de koper. De vraag is of - ondanks de tekst van de overeenkomst - sprake is van een a
recht op uitkering uit hoofde van arbeidsongeschiktheid? Bewijsopdracht.
bewijskracht onderhandse akte m.b.t. geldlening
Verzet tijdig ingesteld? Daad van bekendheid.
Consumentenkoop. Non-conformiteit. Ontbinding. Vernietigbaarheid algemene voorwaarden.
Geldvordering in kort geding en vordering tot opheffing conversatoir beslag. Procesrecht: vraag of deze twee vorderingen bij één dagvaarding kunnen worden ingesteld.
Geschil tussen broer en zus over afrekening na opzegging maatschap en voortzetting agrarisch bedrijf door een van hen. Kernvraag is welke waarderingsgrondslag bij vaststelling van de overnamesom moet worden toegepast. Wijkt de regeling in de (notariële) maatschapsakte op dit punt
Vraag is wie eigenaar is van een strook grond.
Koopovereenkomst met betrekking tot grond; geschil over wat is geleverd. Bij de beantwoording van de vraag wat is geleverd komt het aan op de in de notariële leveringsakte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in deze akte opgenomen omschrijvi
verzekeringsrecht; tekst polis; dwingend bewijs polis als onderhandse akte (156 en 157 lid 2 Rv); verzekeraar wordt toegelaten tot tegenbewijs.
Bewijsrecht. Betwisting ondertekening akte; artikel 159 lid 2 Rv. Bewijsopdracht echtheid handtekening. Gedaagde heeft niet meegewerkt aan het handschriftonderzoek. Toepassing van artikel 198 lid 3 Rv. Door niet mee te werken aan het handschriftonderzoek heeft gedaagde het eisere
Art. 24 lid 1 Colportagewet; bewijs dat een exemplaar van de overeenkomsst is ontvangen; nietige overeenkomst In onopvallende kleine lettertjes is - tussen groot en vet vermelde gegevens - in de koopovereenkomst opgenomen een bepaling waarmee de ondertekenaar tevens verklaart een
Kop-staartbotsing tussen twee personenauto’s op korte afstand van verkeerslichten. Dwingende bewijskracht van het door (appellant) en (geintimeerde 2) ondertekende aanrijdingsformulier. Tegenbewijs.
schijnovereenkomst met betrekking tot huurkoop motorfiets?; tegenbewijs; bewijswaardering
Verplichting gemeente om mee te betaling aan renovatie tennisbaan? Objectieve uitleg erfpachtakte. Geen bindend advies overeengekomen.
Vordering wedertewerkstelling ex art. 7:668a lid 1 subsidiair lid 2 BW. Identiteit werkgever: schriftelijke arbeidsovereenkomst met geïntimeerde maar toch in dienst van El Al. El Al bovendien opvolgend werkgever van geïntimeerde.
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 22 oktober 2010, ECLI: NL: HR: 2010: BM8933. Bewijsopdracht ten aanzien van partijbedoeling met betrekking tot duur opstalrecht.
Onderhandse akte. Stellige ontkenning ex artikel 159 lid 2 Rv. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een stellige ontkenning als bedoeld in artikel 159 lid 2 Rv. Het enkele feit dat het woordje "stellig" wordt gebruikt, maakt de ontkenning in casu nog niet tot een