Geen sprake van contractsovername. Friesland Bank wordt toegelaten tot tegenbewijs borgtochtovereenkomst.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 157 Rv
Genoemd in 1.106 uitspraken · Officiële wettekst
1.106 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
Bewijs inhoud overeenkomst. Conflicterende onderhandse akten.
Geldlening (minderjarige) zoon aan moeder; ouderlijk vruchtgenot; samengestelde rente overeengekomen?
Vader en moeder moeten bewijzen dat zij misleid zijn door de zonen en worden in dat kader toegalaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het wettelijk vermoeden van de juistheid van de (notariële) aktes. Vader en moeder zijn partij getuigen ook wat betreft het leveren van tegen
Geldige akte van schuldbekentenis
Dwaling. Wanprestatie. Onredelijk bezwarendheid algemene voorwaarde.
De zaak appellant/geïntimeerde c.s. – uitspraak 13 oktober 2015 - gaat over een vordering die uit drie delen bestaat: € 50.000 wordt teruggevorderd ter ongedaan making na van een samenwerkingsovereenkomst, uit hoofde waarvan oorspronkelijk eiser dat bedrag als investering in een
Akte van cessie; vermeende geldvordering behoort wel of niet tot het vermogen.
Procedure ex art.96 Rv. Vraag of werkgever, een woningcorporatie, gerechtigd is eenzijdig de autoregeling te wijzigen. Kantonrechter toetst aan art. 6:248 lid 2 BW en oordeelt dat het belang van de werkgever bij een sobere financiële huishouding in de gegeven omstandigheden niet
totstandkoming koopovereenkomst; dwingende bewijskracht, artikel 157 lid 2 Rv, bewijsopdracht geslaagd
Kort geding; hoger beroep; vordering van echtgenote wegens vernietiging rechtshandeling (hoofdelijke aansprakelijkheid geldlening) tot opheffing/schorsing van executoriaal beslag in aanloop naar derdenverzet; criterium; geëxecuteerde echtgenoot moet in het geding worden geroepen;
Bevoegdheid pandgever bij openbaar pandrecht op vorderingen. Achterstellingsakte gaat bij cessie als nevenrecht mee over.
Internationale bevoegdheid. Artikel 23 EEX-Vo. Forumkeuzebeding in algemene voorwaarden.
Deze zaak gaat over de vraag of de failliet een opeisbare vordering uit hoofde van een leningsovereenkomst heeft op de gedaagde partij. De vraag of de vordering opeisbaar is wordt beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf en artikel 6:248 lid 1 BW. Vervolgens komt aan de or
Het geschil betreft een vordering van de curatoren tot betaling van huur uit hoofde van huurovereenkomst die gesloten is tussen failliet en diens partner. De partner doet een beroep op verrekening. Zij stelt daartoe een tegenvordering te hebben uit hoofde van een afspraak met de
Verzekeringsovereenkomst. Afwijzing van dekking met beroep op beroep op bestemmingswijziging-beding. Bestemmingswijziging ten tijde van de brand reeds opgeheven.Een redelijke mogelijkheid gehad om kennis te nemen van verzekeringsvoorwaarden.
Gebruik van woonruimte of huur? Tegenprestatie bedongen? Vordering tot ontruiming in Kort Geding.
Opschortende of ontbindende voorwaarde in koopovereenkomst woning?
gerechtelijke vaststelling vaderschap en kinderalimentatie, verwekker of donor? man in de gelegenheid gesteld tot nader bewijs.
Uitleg beding in notariële akte, maatstaf. Beoordeling of opschortende voorwaarden zijn vervuld. Geen grond voor toewijzing nakosten. Vordering toegewezen.
Incident ex art. 351 Rv. tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad. Bewijslastverdeling bij stellige betwisting handtekening onder schuldbekentenis. Artt. 157, 158 en 159 Rv.
Hoger beroep van tussenvonnis met bewijsopdracht waarvan de rechtbank tussentijds hoger beroep heeft toegestaan. Beperkt belang van het hoger beroep omdat het slechts gericht is tegen een voorshands bewijsoordeel. Over het definitieve bewijs kan pas na de bewijslevering worden ge
verdeling nalatenschap Vordering tot inbreng van (materiële) schenkingen afgewezen.
Dwaling door agrariër bij ondertekening van “verklaring en volmacht” waarbij agrariër ten gunste van projectontwikkelaar afstand deed van een aan de agrariër toekomend substantieel bedrag. De verklaring en volmacht wordt vanwege die dwaling vernietigd en de geldvordering van de a
Bank is niet gehouden tot voortzetting kredietrelatie na overeengekomen einddatum. Evenmin tot schadevergoeding wegens beweerdelijk onrechtmatig uitgewonnen hypothecaire zekerheid.