Beroepsfout advocaat. Trial within a trial. Dwingend of vrije bewijskracht van akte. Het verlies van een kans. Verhaal.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 156 Rv
Genoemd in 285 uitspraken · Officiële wettekst
285 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Huur van restaurantgedeelte in hotel. Wie is huurder? Beroep op vermindering van de huurprijs wegens de coronapandemie bij herhaling onvoldoende onderbouwd. Onderscheid tussen vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW, verschuldigdheid van een gebruiksvergoeding
Kwalificeren ‘promissory notes’ als onderhandse akte? Tegenbewijs geleverd van inhoud akte (art. 151 lid 2 Rv). Vorderingen afgewezen.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Heeft de man de woning waarin zij woonden (en waarvan hij eigenaar is) geschonken aan de vrouw? Bewijsopdracht.
Overeenkomst van geldlening – stellige ontkenning handtekening onder vaststellingsovereenkomst (159 lid 2 Rv) – bewijsopdracht
“Eiseres heeft facturen aan gedaagde verzonden voor werkzaamheden die zij voor gedaagde heeft verricht. Gedaagde heeft een deel van de facturen onbetaald gelaten en daartoe een beroep op opschorting gedaan. De door gedaagde gedane opschorting wordt gedeeltelijk toegewezen.”
Verzet gegrond; eiser kan geen beroep doen op non-conformiteit omdat hij gedaagde geen gelegenheid tot herstel heeft geboden en niet tijdig op de hoogte heeft gesteld over de ziekte van de hond.
Koopovereenkomst van pand tot stand gekomen? Dwaling. Misbruik van omstandigheden. Toestemmingsvereiste van partner.
Kwalificeren promissory notes als orderbriefjes? Dwingend bewijs van inhoud akte. Tegenbewijs toegelaten (art. 151 lid 2 Rv).
Grensoverschrijdend geschil. Nakoming betalingsverplichting koopovereenkomst. Tegenbewijs tegen kwijtingsverklaring met dwingende bewijskracht geleverd (artt. 151-157 Rv). Betalingsverplichting niet vervallen. Tegenvorderingen niet eenvoudig vast te stellen (art. 6:136 BW)
Reparatie auto, conclusie van antwoord niet ondertekend
Huur bedrijfsruimte. Wie is partij bij de huurovereenkomst? Is voldaan aan de inspanningsverplichting om een indeplaatsstelling te bewerkstelligen?
Eiser heeft gedaagde contanten overhandigd. De afspraak was dat gedaagde zou zorgen dat dat geld in Syrië zou worden afgeleverd. Dat is niet gebeurd. Daarom vordert eiser het terug, na de overeenkomst te hebben ontbonden. Volgens gedaagde heeft hij aan de afspraak voldaan door ge
Eindarrest na bewijslevering (tussenarrest: ECLI:NL:GHARL:2020:2650). Tegenbewijs niet geleverd van dwingende bewijskracht van in overeenkomst neergelegde verklaring dat geld is geleend en moet worden terugbetaald.
Geldlening in familierelatie; volledig voldaan aan terugbetalingsverplichting?
personen- en familierecht; uitleg van de afspraken tussen voormalige echtgenoten over pensioenrechten
Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden. Periodiek verrekenbeding. Is aan de periodieke verrekenplicht voldaan met de “Verklaringen inzake jaarlijkse verrekening” in 2006, 2009, 2010, 2011 en 2012? Bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW. Verplichting tot beschrijving ver
Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.
Overeenkomst van geldlening. Lener wordt toegelaten tot leveren tegenbewijs.
Executiegeschil m.b.t. invorderen van dwangsommen. Uitleg van veroordeling en beoordeling van wat na de veroordeling is gedaan om aan de veroordeling te kunnen voldoen. Omdat de geëxecuteerden niet hebben gehandeld zoals van hen op basis van de veroordeling mocht worden verwacht,
Hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen een rechtspersoon die in eerste aanleg geen procespartij was. Eis in reconventie in hoger beroep niet-ontvankelijk. Zakelijke afnemer van energie gebonden aan contracten die door gevolmachtigde zijn aangegaan, waarbij overig
Erfrecht. Geldlening aan erflaatster. Onrechtmatig handelen? Stelplicht. Legitieme portie. Artikel 4:13 BW.
opzegging geldlening, beperkende / aanvullende werking redelijkheid en billijkheid bij opzegging.
art. 6:248 lid 2 BW, geldlening, Haviltex, bewijsopdracht, bindingspremie.
Geschil tussen partijen over de financiële afrekening van theateroptredens en dan met name over de vraag op welke basis (bruto of netto, na aftrek van kosten) tussen partijen moet worden afgerekend. De rechtbank vindt dat voldoende is komen vast te staan dat partijen hebben afges