In tussenvonnis (rov. 4 tot en met 6) is, resumerend, overwogen dat de vraag of gedaagde onrechtmatig jegens de gemeente heeft gehandeld en de daardoor veroorzaakte schade van de gemeente dient te vergoeden, bevestigend moet worden beantwoord indien komt vast te staan dat gedaagd
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 152 Rv
Genoemd in 655 uitspraken · Officiële wettekst
655 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Geschil over de ANWB en een instructrice op zijn slipschool over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst; wettelijk rechtsvermoeden als bedoeld in art. 7:610a BW (81 RO).
Daarmee was, aldus [geïntimeerden], het bod van [appellant] van € 520.000,-- door de verkopers aanvaard en de koop gesloten. [appellant] betwist gemotiveerd op 16 oktober 2005 te zijn gebeld door [A.] met de vraag of zijn bod van € 520.000,-- 'nog stond' en dat hij daarop bevesti
Arbeidsgeschil tussen een advocatenkantoor en een voormalig advocaat-stagiaire, na ontslag op staande voet, over de rechtsgeldigheid van de wijze van ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij wege van een door haar voor dat ontslag ondertekende vaststellingsovereenkomst (81 RO).
Geschil tussen een gemeente en marktkooplieden van in erfpacht uitgegeven standplaatsen over de uitleg van erfpachtvoorwaarden; ontoelaatbare verrassingsbeslissing? (81 RO).
Geschil over niet-nakoming en ontbinding van (mondelinge) overeenkomst tot de bouw van een motorfiets, bewijslevering, bewijskracht van partijgetuigenverklaring, bewijswaardering 81 RO.
Verzekeringszaak, verlies van en schade aan leaseauto’s toebehorend aan een leasemaatschappij, dekking onder verzekeringsovereenkomst, ondertekening van polis?, tegenbewijs, vervolg van HR 24 maart 2000, C98/215HR, NJ 2000, 342, geding na verwijzing; 81 RO.
koopovereenkomst; aangaan (nadere) overeenkomst onder bedreiging; toebrengen van nadeel; onrechtmatige daad; bewijskracht van de verklaring van een partijgetuige; art. 81 RO;
24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/134HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen.
17 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/091HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het gedi
10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/059HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, i
15 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/132HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2] beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woon
Het tussenvonnis van 12 juli 2001, waarbij deze rechtbank zekerheidstelling heeft bevolen, heeft een provisioneel karakter. Op grond van het eerste lid van artikel 337 Rv. oud was het mogelijk om tegen een provisioneel vonnis ofwel direct – met inachtneming van de geldende beroep
In het vonnis van 10 juli 2003 heeft de kantonrechter - zakelijk weergegeven - geoordeeld dat een mishandeling, als door Schur gesteld, mits vaststaand,een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert, nu immers mishandeling van een collega op weg naar zijn werk het onaa
24 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/268HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], zowel voor zich als in zijn hoedanigheid van curator over [betrokkene 1], beiden wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. P. Garr
17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/211HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: HERTEL B.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats
Vraag of eiseres, een bemiddelingsovereenkomst met gedaagde heeft gesloten, om voor gedaagde een baan als voetbaltrainer te vinden.
Tussen partijen zijn geschillen ontstaan over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Eén van die geschilpunten betreft de vraag of bepaalde vermogensbestanddelen al dan niet tot de gemeenschap horen en in de verdeling moeten worden betrokken. [appellante] stelt zich op
3 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/046HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff, t e g e n 1. de vennootschap onder firma [A], handelende onder de naam Stoeterij "Het Viersp
25 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/072HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/095HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], 3. [eiser 3], allen wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerders, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n DE
5 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/154HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STICHTING NIEUW VREDENBURGH, gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.J. Schenck, t e g e n NIEUWE HOLLANDSCHE LLOYD SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., gev
17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/145HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], handelende onder de naam De Koperen Lantaarn, gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiseres 2], 3. [Eiser 3], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advoca
In deze grief klagen [appellanten] over het oordeel van de voorzieningenrechter dat de mishandeling van [buurvrouw] niet als een incident doch eerder als een ernstige vorm van agressie moet worden beschouwd. Volgens [appellanten] mist dit oordeel elke onderbouwing en is het volst
-