ontvankelijkheid verzet; art. 6 EVRM; bestuurdersaansprakelijkheid; causaal verband
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 143 Rv
Genoemd in 509 uitspraken · Officiële wettekst
509 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Aanvang verzettermijn, artikel 143 Rv. Na het verstekvonnis is appellante in persoon beslaglegging op grond van een tussen partijen gewezen executoriale titel aangezegd. Het exploot van beslaglegging moet worden aangemerkt als een ter uitvoering van het verstekvonnis strekkende a
Procesrecht. Tenuitvoerlegging verstekvonnis door derdenbeslag. Aanvang verzettermijn. Art. 143 lid 2 en 3 Rv i.v.m. art. 144, aanvang en onder b, Rv. Bij toepassing van verzettermijnen mag het recht van partijen op toegang tot de rechter niet in de kern worden aangetast (HR 26 m
Ratio van art. 144 onder b Rv is dat een gedaagde bekend verondersteld kan worden met de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. In de gegeven omstandigheden (veel af- en bijschrijvingen, onduidelijke beschrijving afboekingen) hoefde gedaagde niet op de hoogte te zijn van het de
Artt. 1:439 BW, 1:441 BW, 143 Rv, 144 Rv. Overeenkomst; beschermingsbewind; verstekvonnis, executie, verzet, aanvang verzettermijn.
Vraag of verzet tijdig is ingesteld. Rechtbank toetst aan art. 143 en 144 Rv. Wanneer begint de verzettermijn te lopen als het vonnis niet is betekend. Wanneer is het eerste moment van betaling in de zin van art. 144 sub b Rv. Opposant heeft vier weken termijn laten verstrijken.
Verzetprocedure. Buitenlandse betekening verstekvonnis. Verzet tijdig ingestedl. Non-conformiteit verkochte woning. Art. 7:23 lid 2 BW. Verwijzing naar de rol voor aanvullend deskundigenbericht.
Niet tijdig in verzet gekomen, verzet niet-ontvankelijk. Gelet op het onder de Sociale Verzekeringsbank (verder: SVB) gelegde derdenbeslag en de uit hoofde daarvan gedane betalingen, wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geacht te zijn aangevangen op 23 november 2011 en heeft
Huurzaak. Procesrecht. In dit geval moet worden aangenomen dat het verstekvonnis ten uitvoer is gelegd door een gedwongen ontruiming zodat de verzettermijn daardoor is aangevangen. Oorspronkelijk gedaagde heeft vervolgens pas na afloop van die termijn verzet ingesteld zodat hij d
artt. 120, 122, 143 Rv.; premie zorgverzekering deels tijdens detentie; proceskosten. a. Verzetdagvaarding tegen een datum waarop geen rolzitting is. Een herstelexploit is te laat uitgebracht, namelijk niet ná de aangezegde roldatum. Het herstelexploit heeft daarom geen rechtsge
De verzettermijn is op grond van artikel 143 lid 3 juncto 144 onder b RV verstreken. Onverkorte toepassing van de regeling van de verzettermijn moet echter achterwege blijven indien dit tot een resultaat leidt dat niet voldoet aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in ar
Verzet te laat ingesteld
Tijdigheid van het verzet. Verzet ingesteld na een eerste uitbetaling onder een beslag op een periodieke uitkering. Verstekvonnis uit 2000: beoordeling tijdigheid verzet naar oud recht.
"Vraag of Deense gedaagde Engelse vertaling van de dagvaarding mocht weigeren op grond van artikel 8 lid 1 Herziene EG-betekeningsverordening. Antwoord: Gedaagde heeft dagvaarding onterecht geweigerd".
Eiser in verzet is niet ontvankelijk nu hij buiten de ingevolge artikel 143 lid 2 Rv geldende verzettermijn van vier weken in verzet is gekomen. Van omstandigheden die nopen tot het achterwege laten van toepassing van artikel 143 lid 2 Rv is niet, althans onvoldoende, gebleken.
Ontvankelijkheid verzet; de verzettermijn van vier weken vangt in geval van derdenbeslag op een vordering tot periodieke betaling aan, na de eerste uitbetaling aan de beslaglegger (art. 143 lid 3 Rv. art. 144 sub b Rv).
verzettermijn, strijd met eerlijk proces artikel 6 EVRM De verzettermijn is op grond van artikel 143 lid 3 juncto 144 onder b RV verstreken. Onverkorte toepassing van de regeling van de verzettermijn moet echter achterwege blijven indien dit tot een resultaat leidt dat niet voldo
Ontruimingsperikelen Verzettermijn verstreken?
Verzet. Eiser in verzet niet ontvankelijk. Verzettermijn aangevangen na tenuitvoerlegging executoriaal beslag. Artikelen 144 onder a jo 143 lid 3 Rv van toepassing. Geen omstandigheden die leiden tot conclusie dat toepassing van de regeling van de verzettermijn niet voldoet aan d
ontvankelijkheid verzet, betekening in persoon aan een rechtspersoon, eisen waaraan een derdenverklaring moet voldoen.
Verbod tot voortzetting executie van vonnis.
16 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/208HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides, t e g e n [verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma.
Op zich heeft Woonbron gelijk met haar standpunt, dat de termijn van verzet op 2 mei 2002 is aangevangen en vier weken duurt. De onbekendheid van Huurder met het vonnis doet daar niet aan af. Toch faalt de grief. Vaststaat, dat Huurder ten tijde van de eerste zitting bij de voorz