Artt. 84 en 85 Rv. Verzet tegen verstekvonnis terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Fictie van voltooide tenuitvoerlegging en daden van bekendheid met verstekvonnis. In casu geen reden voor achterwege laten onverkorte toepassing regeling verzettermijn
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 143 Rv
Genoemd in 509 uitspraken · Officiële wettekst
509 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verzettermijn van 8 weken ipv 4 weken (143 lid 2 Rv). Terugverwijzing naar rechtbank
Rechtbank kan niet vaststellen of het verzet tijdig was. Eiser heeft niet gesteld wanneer hij voldoende bekend is geworden met (de inhoud van) het verstekvonnis. In dit geval komt die onduidelijkheid voor zijn rekening en risico. Daarom N-O in verzet.
Hoger beroep van verzetvonnis waarbij appellant n-o is verklaard. Verzettermijn. Art. 143-144 Rv. Verstekvonnis geacht ten uitvoer te zijn gelegd. Art. 388 lid 2 Rv. Geen hoger beroep van vonnis waarbij vordering tot herroeping is afgewezen. Art. 843a Rv.
Ondernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders; verzettermijn voor in het buitenland wonende aandeelhouders. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Welke partij dient op te roepen?
Verzet niet tijdig ingesteld, niet-ontvankelijkverklaring in de hoofdzaak en in de incidenten. Geen strijd met de redelijkheid en billijkheid, noch met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.
Verzet tegen verstekvonnis niet tijdig ingesteld. Geen beroep op art. 6 EVRM mogelijk. Koopgarantwoning. Erfpachter heeft de stelling van woningcorporatie dat hij niet voldoet aan zijn zelfbewoningsplicht onvoldoende gemotiveerd betwist.
Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid in verzet. Beroep op artikel 6 EVRM. Het belang van de betrouwbaarheid van de openbare registers weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van een procespartij die tegen de levering van een registergoed in verzet komt.
Verzetzaak, artikel 143 Rv, daad van bekendheid met het verstekvonnis, verzettermijn overschreden
Verzet tijdig ingesteld na derdenbeslag. Onverkorte toepassing van artikel 143 lid 3 en 144 aanhef en onder b Rv komt in strijd met artikel 6 EVRM.
Hoger beroep van vonnis na verzet. Onverkorte toepassing van verzet termijn komt in dit geval in strijd met artikel 6 EVRM. Verzet was daarom ontvankelijk, hoewel verzet termijn was verstreken. Huurovereenkomst. Huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake was van gebreken die
Verzet tegen verstekvonnis terecht ontvankelijk geacht omdat onverkorte toepassing van artikel 143 lid 3 Rv in verbinding met artikel 144 Rv in dit geval in strijd met artikel 6 EVRM zou komen.
termijn verzetdagvaarding, niet-ontvankelijkheid. daad van bekendheid. Nederlandse rechtspersoon met een buitenlandse bestuurder geeft geen reden tot het hanteren van een langere verzettermijn.
Verzetprocedure. Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Verzet tijdig ingesteld. Bewijsopdracht.
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Procesrecht. Kan de vrouw na beëindiging van de gezamenlijke huishouding van partijen aanspraak maken op aan de man in Duitsland uitgekeerd "Kindergeld"? Vordering van de vrouw bij verstek toegewezen. Heeft de man tijdig verzet ingesteld? Art. 143
verzetzaak, huur bedrijfsruimte, gedwongen sluiting pand wegens hennepkwekerij, mondelinge ontbinding huurovereenkomst niet mogelijk, schade onvoldoende onderbouwd
Ontvankelijk in verzet van verstekvonnis. Verschillende begintermijnen voor verzet zijn van toepassing. Voorbij wordt gegaan aan aanvang verzettermijn van art. 3:29 lid 3 BW, mede op grond van art. 6 EVRM. Gevorderde ontruiming en verklaring voor recht ex art. 3:29 lid 1 BW afgew
verzet tegen vonnis ontbinding en ontruiming; ontruiming heeft reeds plaatsgevonden; verzettermijn verstreken; beroep op artikel 6 EVRM slaagt in beginsel maar ook dan is verzettermijn verstreken
Toetsing in hoger beroep van vraag of verzet bij de rechtbank tijdig is ingesteld. Daad van bekendheid van de gedaagde doordat de gemachtigde van de gedaagde op de dag na de betekening (niet in persoon) van het verstekvonnis contact heeft opgenomen met de deurwaarder met de vraag
Ontvankelijkheid verzet? Daad van bekendheid in de zin van artikel 143 lid 2 Rv door de gedetineerde gedaagde, door voeren van overleg met zijn zus en moeder over de afwikkeling van het beslag dat door de eiseres op basis van het verstekvonnis is gelegd?
Verzet is niet tijdig ingesteld. Opposant heeft het verstekvonnis op 30 maart 2016 met haar advocaat besproken; dit is een daad van bekendheid, zodat de verzettermijn op grond van artikel 143 lid 2 Rv op die datum is aangevangen.
Internationale rechtsmacht. Oorspronkelijke gedaagde had ten tijde van de inleidende dagvaarding een filiaal of vestiging in Nederland. Het geschil betreft een overeenkomst of onrechtmatige daad die bij de exploitatie daarvan in Nederland is aangegaan/gepleegd. Anders dan de eers
*
Kort geding - verstekvonnis - verzettermijn 259 Rv 143 Rv en 144 Rv
Procesrecht. Veroordeling bij verstek bij vonnis op tegenspraak, art. 140 lid 3 Rv. Termijn waarbinnen de veroordeelde met het vonnis bekend is geraakt (HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894). Verschoonbare termijnoverschrijding hoger beroep.