Incident, niet-ontvankelijkheid verzet. Verweerder in incident niet-ontvankelijk in verzet omdat dagvaarding te laat uitgebracht. Verweerder in incident was al eerder bekend met de veroordeling door de tenuitvoerlegging.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 143 Rv
Genoemd in 509 uitspraken · Officiële wettekst
509 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Onrechtmatige hinder (artikel 5:37 en 6:162 BW). Geluids- en stankoverlast tussen buren. De eisers in verzet zijn in het ongelijk gesteld en zij mogen niet meer dan drie honden houden.
Verzet-zaak; is opposant tijdig in verzet gekomen?; wanneer is verzettermijn aangevangen?; (niet verschoonbare) overschrijding termijn van artikel 143 lid 2 Rv.
Zakelijke rechten; beperkte rechten; appartementsrechten
Mondelinge uitspraak. Verzet tegen verstekvonnis uit 2023 is tijdig. Verzet is gegrond. Verhuurder heeft onvoldoende concreet gemaakt dat eiser in verzet de huurovereenkomst heeft ondertekend.
Verzet, spoorwissel
Verbintenissenrecht, onrechtmachtige daad; letsel overige
Opposant en geopposeerde zijn getrouwd geweest. In de periode voor ondertekening van het echtscheidingsconvenant heeft opposant € 54.500,00 uitgegeven van een gezamenlijke spaarrekening. Bij verstekvonnis is opposant veroordeeld om aan geopposeerde voornoemd bedrag te betalen op
-
Onrechtmatige daad. Gedaagde heeft de fiets van eiseres beschadigd/vernield en daarmee inbreuk gemaakt op haar eigendomsrecht. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen.
Eiseres in verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat zij het verzet niet tijdig heeft ingesteld. Want op het moment van uitbrengen van de verzetdagvaarding zijn meer dan vier weken verstreken na de eerste daad van bekendheid.
Verzet tegen verstekvonnis niet-ontvankelijk. Verzet niet tijdig gedaan, daad van bekendheid van het verstekvonnis, geen langere verzettermijn. Ook reconventionele vordering niet-ontvankelijk.
Eiser vordert kosten voor stalling van drie voertuigen. Bewijsopdracht ten aanzien van de gestelde overeenkomst.
Verzet. Ambtshalve toetsing. Kredietovereenkomst van voor 25 mei 2011. Opeisingsbeding. Vordering is onvoldoende onderbouwd.
Aandelenkoopovereenkomst. Vordering tot betaling van deel van de koopprijs. Beroep op vernietiging van de koopovereenkomst op grond van bedrog, misbruik van omstandigheden en (subsidiair) dwaling. Waardering van aandelen. Ontvankelijkheid verzet. Eerlijk proces.
Het verzet is niet-ontvankelijk omdat dit te laat is ingesteld. Uit de door eiseres overgelegde stukken volgt namelijk dat gedaagde na de datum van het verstekvonnis met haar gemachtigde een betalingsregeling heeft getroffen en aan haar meerdere betalingen heeft gedaan in de peri
Appelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout, invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn?
Gedaagde heeft motor gekocht en koopprijs betaald vanaf de bankrekening van zijn (ex)vriendin. Dat is onrechtmatig. Verstekvonnis, waarbij gedaagde is veroordeeld om de schade te betalen, wordt bekrachtigd.
Verkeerde partij gedagvaard. Gedaagde bij verstek veroordeeld. Verzet te laat ingesteld. Vonnis herroepen op grond van artikel 382, aanhef en onder a Rv.
Verzetzaak. De oorspronkelijk eiseres is inmiddels failliet en de curator is niet verschenen in de verzetprocedure. Er is daarom niet gereageerd op het gevoerde verweer van de oorspronkelijk gedaagde. De vordering van de oorspronkelijk eiseres wordt daarom alsnog afgewezen en het
Verzet tegen verstekvonnis. Inleidende dagvaarding is nietig, maar nietigheid is gedekt door tijdig verzet. Merkinbreuk. Verstekvonnis vernietigd en vorderingen in conventie (opnieuw) toegewezen. Verstekvonnis is onjuist betekend dus geen dwangsommen verbeurd en onrechtmatig gele
Bevel aan bewaarder ex artikel 3:20 lid 2 BW om verstekvonnis in te schrijven in de openbare registers. Hoewel de verklaring van de griffier van de rechtbank dat ‘tot op heden geen verzetdagvaarding is aangebracht’ niet woordelijk overeenkomt met het bepaalde in artikel 25 lid 1
Verzet niet binnen wettelijke termijn ingesteld. Nadere termijn van 2 weken kan opposant niet baten. Voor gunnen nadere termijn van 4 weken is geen plaats. Niet-ontvankelijkverklaring niet in strijd met art. 6 EVRM.
Art. 143 en 144 Rv. Verstek en verzet. Hoger beroep tegen vonnis waarbij eiser in verzet niet ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Ingeval van een derdenbeslag wordt een verstekvonnis geacht ten uitvoer te zijn gelegd, indien de uitbetaling aan de beslaglegger
Kort geding. Verzet. Verstekvonnis deels vernietigd. Huurachterstand en contactuele boete non-betaling huur.