Afsluiting van gas en licht. Vordering in eerste aanleg (bij verstek) afgewezen, omdat geen verwijzing naar de schuldhulpverlening had plaatsgevonden. Hof wijst de vordering van Enexis alsnog toe, omdat zich hier een uitzondering voordoet op de wettelijke regeling die een dergeli
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 139 Rv
Genoemd in 560 uitspraken · Officiële wettekst
560 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Vervoersovereenkomst, wanprestatie. Stelplicht. Art. 6:89 BW.
terugbetaling reiskostenvergoeding; meerijden met collega; uitleg arbeidsovereenkomst
Te late betaling griffierecht door advocaat van gedaagde. Nu de advocaat van gedaagde niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan en het beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv faalt, moet ingevolge het bepaalde in artikel 128 lid 6 Rv juncto arti
Niet gepubliceerde jaarrekeningen, bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW. Geen aansprakelijkheid indirect (art. 2:11 BW) bestuurder, in verband met andere oorzaak van het faillissement. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op basis van Panmo criterium.
Incident. Exceptie van onbevoegdheid. In eerste aanleg is geen verweer gevoerd. Niettemin is het vonnis geen verstekvonnis, aangezien één van de gedaagden wel in de procedure is verschenen. De andersluidende overweging van de kantonrechter doet daar niet aan af.
Toetsing door de rechter van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst; verstek van de huurder; de tenzij-regel van artikel 6:265 lid 1 BW; artikel 139 Rv.
Wet op het consumentenkrediet. Verstek. Ambtshalve beoordeling. Substantiëringsplicht. Algehele opeising bij de inleidende dagvaarding.
Eisers hebben in dienst van gedaagde sub 2 en in opdracht van gedaagden sub 1 en 2 werkzaamheden verricht aan boord van het schip tegen gages in USD. De genoemde dagvaardingstermijn van drie maanden kan op grond van artikel 117 Rv op verzoek van eiser door de voorzieningenrechter
Tussenarrest. Wet op het cosumentenkrediet. Verstek. Ambtshalve beoordeling. Substantieringsplicht.
Betreffende “verdeling” huwelijkse schuld na echtscheiding, artikel 1:100 en 1:102 BW, ondanks verstek van de man in hoger beroep geen onverkorte toewijzing van de vorderingen van de vrouw.
Beoordeling verstek in hoger beroep; onjuiste of misleidende mededelingen
Partijen verschillen in de eerste plaats van mening over de vraag wat de exacte betekenis is van de ontruimingsbescherming die de kantonrechter in het vonnis van 18 april 2011 aan SZT heeft toegekend. De volgende vraag die partijen verdeeld houdt, is hoe de veroordelingen onder 6
Civiel recht overig. Kort geding strekkende tot heraansluiting op het waterleidingnet. Toewijzing nu gebruiker zijn contractuele verplichtingen tegenover de waterleverancier nakomt en deze zijn machtspositie als monopolist misbruikt om de voldoening af te dwingen van een vorderin
Cassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat een cassatiedagvaarding de gevolgen dient te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht, met nietigheid is bedreigd.
Procesrecht. Vordering tot herroeping op de voet van art. 382, aanhef en onder b, Rv. Oordeel rechtbank dat eiser redelijkerwijs in staat is geweest de bewuste valsheid tijdig te keren en had kunnen voorkomen dat in de eerdere procedure van de valse stukken gebruik zou worden gem
Wet op het consumentenkrediet. Verstek. Ambtshalve beoordeling. Geen rechtsgeldige ingebrekestelling.
Zaak met internationale aspecten. Op de wijze van procederen is het recht van de staat van de bevoegde rechter van toepassing. De vraag of eiseres aan haar stelplicht heeft voldaan moet daarom worden beoordeeld naar Nederlands recht. Eerst daarna komt de vraag aan de orde naar w
Voor een gerechtelke erkentenis in de zin van 154 Rv is vereist dat de erkenning tot de betreffende wederpartij is gericht en uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is (Life Fit, LJN AU4616). Dat gaat niet op in dit geval. Internationaal wegvervoer. Diefstal. Artt. 3 en 17 CMR. Oegema-m
Hoger beroep tegen verstekvonnis; ontvankelijkheid.
Procesrecht. Verstek; afwijzing in hoger beroep van vordering tot opheffing conservatoir beslag op een woning; miskenning door appelrechter van maatstaf dat in verstekzaken de vordering alleen kan worden afgewezen indien de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt;
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Betekeningsverordening II niet van toepassing op kantoorbetekening in de zin van art. 63 Rv. zodat, ingeval degene voor wie het exploot van de cassatiedagvaarding is bestemd, woonplaats of werkelijk verblijf heeft in een andere lidstaat, voor verstekverlening een kan
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis ogv artikel 1065 sub b-e Rv wegens schending artikelen 1027, 1036 en 1045 Rv en GIW Arbitragereglement(en). Referte door respectievelijk verstek verleend aan gedaagden. Vraag of sprake is van twee (samen)gevoegde arbitrale procedures. K
Artikel 139 Rv; nietige dagvaarding.