Werkneemster ontvangt geruime tijd te weinig loon. Na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontvangt ex-werkneemster een WGA-uitkering. Het dagloon is vastgesteld op basis van het (te lage) daadwerkelijk betaalde loon. UWV weigert, ook na bezwaar, het dagloon te herzien. Kant
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 131 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
tussenarrest
art. 7:23 BW; verjaring art. 6:99 BW; alternatieve causaliteit art. 6:6 BW; deelbare verbintenis
Weigering kantonrechter om pleidooi toe te staan. Het al of niet toestaan van pleidooi is een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk al of niet juist is, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer. Geen sprake van zwaarwegende aanwijzingen dat
Appel tegen de afwijzing van het verzoek tot het houden van pleidooi in een exhibitie-incident van artikel 843a Rv. Vaststaat dat partijen op het moment dat B&S c.s. hun verzoek tot pleidooi indienden, hun standpunten nog niet eerder ten overstaan van de rechter hadden uiteengeze
Vernietiging koopovereenkomst wegens benadeling van schuldeisers.
PGB-budgethouder moet circa 18.500 Euro terugbetalen aan zorgkantoor, omdat geen verantwoording is afgelegd over de besteding van de gelden. Hij spreekt vervolgens zijn moeder aan op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad. De rechtbank heeft de vordering toegewezen. He
Bevoegdheidsincident. Rotterdamse Stuwadoorscondities overeengekomen? Verwijzing in offerte naar "onze gebruikelijke voorwaarden" onvoldoende. Slechts één keer eerder overeenkomst tussen deze partijen.
Arbeidszaak. In hoger beroep wordt alsnog het ontslag zonder financiële voorziening kennelijk onredelijk geoordeeld.
Art. 81 lid 1 RO. Inhoud en uitleg van koopovereenkomst betreffende door kopers van verkoper gehuurde woning.
Provisionele vordering tot opheffen van conservatoire beslagen afgewezen. Art. 705 Rv jo 438, 2e lid, 4e zin Rv. Niet aannemelijk dat geen sprake is van een gegronde vrees voor verduisteringen. Voor zover geschonden vormen tot nietigheid leiden is bevel tot herstel passendere dan
Beroepsfout bij uitvoering schaderegelingsovereenkomst; nalaten verjaring schadevordering te stuiten. Recht op pleidooi in hoger beroep. Tijdig voldoen aan klachtplicht, art. 6:89 BW.
(Ex-)samenlevers, gemeenschap, woning, uitsluitingsclausule
Grief tegen de toepassing door de rechtbank van artikel 131 Rv slaagt niet, want comparitie na antwoord is uitgangspunt in eerste aanleg. Partijen zijn gewezen echtgenoten. De vrouw heeft executoriaal beslag gelegd op de woning van de man, omdat hij de alimentatie niet betaalde.
Verzetprocedure. Aanvang verzettermijn. Executiegeschil, Incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis.
Bevoegdheidsincident, bevoegdheid rechtbank, sector civiel recht, objectieve cumulatie van waardevorderingen en vordering van onbepaalde waarde.
Te late betaling van griffierecht. Verzet. Toepassing hardheidsclausule. Bijzonderheden verzetprocedure.
Tijdig beroep op ontbinding koopovereenkomst? Beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Het verzoek is ontvankelijk, omdat de termijn tussen 5 april 2012, de datum waarop het vonnis is gewezen dat aanleiding voor de wraking vormde en het tijdstip van indiening van het wrakingsverzoek, 18 april 2012, niet ontijdig is. Aan een verzoeker mag enige bedenktijd worden geg
Art. 6 en 7 Verordening (EG) Nr. 261/2004, compensatie bij langdurige vertraging. HvJEU 19 november 2009 (Sturgeon), LJN BK4714, NJ 2010/137, nog geldend recht? Hoge Raad houdt uitspraak aan in afwachting van nieuwe uitspraak HvJEU.
Art. 6 en 7 Verordening (EG) Nr. 261/2004, compensatie bij langdurige vertraging. HvJEU 19 november 2009 (Sturgeon), LJN BK4714, NJ 2010/137, nog geldend recht? Hoge Raad houdt uitspraak aan in afwachting van nieuwe uitspraak HvJEU.
Uitleg algemeen verbindend verklaarde CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf; berekening gefixeerde schadevergoeding.
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk g
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk g
Herroepingsprocedure bij het hof.