Vermeerdering en wijziging van eis in hoger eroep; verstek; competentiegrens kantonrechter
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 130 Rv
Genoemd in 2.052 uitspraken · Officiële wettekst
2.052 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Huur woonruimte. Hoger beroep tegen een afwijzing van de vordering tot vernietiging van uitspraken van de huurcommissie. Geen doorbrekingsgronden gesteld, daarom niet-ontvankelijk. Verstekzaak, daarom niet-ontvankelijk in een eisvermeerdering in hoger beroep. Geen belang bij een
Een veroordeling tot het gedogen van werkzaamheden in de woning is een vordering van onbepaalde waarde en behoort daarom niet tot het takenpakket van de sector kanton. Een wijziging van de vordering in een verstekzaak wordt niet toegestaan indien deze wijziging niet bij exploot i
Lijfsdwang. Onvoldoende aannemelijk dat de man in staat is aan de veroordeling tot afgifte van de paspoorten van de kinderen van partijen te voldoen.
Voor een gerechtelke erkentenis in de zin van 154 Rv is vereist dat de erkenning tot de betreffende wederpartij is gericht en uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is (Life Fit, LJN AU4616). Dat gaat niet op in dit geval. Internationaal wegvervoer. Diefstal. Artt. 3 en 17 CMR. Oegema-m
Inzet geding is verdeling van bij notaris gedeponeerde opbrengst van verkochte woning over de schuldeisers van de verkopers met inachtneming van hun onderlinge rangorde. Werking van artikel 505 lid 2 Rv en tussen een aantal schuldeisers overeengekomen rangwisseling tussen hun hyp
Huurschuld overgenomen van voorganger. Geen duidelijke afspraak, hoogte van de schuld wordt betwist. Verhuurder heeft onvoldoende gesteld om tot bewijs te worden toegelaten, ondanks dat huurders in hoger beroep verstek hadden laten gaan.
Zeevervoer onder cognossement. Tijdbevrachting. Toepasselijk recht op wettelijk retentierecht en op contractueel retentierecht. Artikel 6 Wet IPR zeerecht. Onder 'vervoerder' in sub a van dit artikel moet ook begrepen worden de vervrachter. Genoemd artikel verwijst niet naar de c
Merkenrecht, Handelsnamen recht. IE-recht. Tussenvonnis: bewijsopdracht. Inbreuk op handelsnaam en merkenrecht. Merk niet nietig. Van het Engelse woord ‘(to) boost’ kan niet worden gezegd dat het zodanig in het Nederlands is ingeburgerd dat het (in het Nederlandse taalgebied) als
Het gaat in deze zaak om een Europees betalingsbevel waartegen verweer is gevoerd. Volgens art. 6 van de Uitvoeringswet EBB is na indiening van een verweerschrift op de voortzetting van de procedure art. 69 Rv van overeenkomstige toepassing. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft de za
Verkopers leveren de onroerende zaken in plaats van aan koper rechtstreeks aan derde op grond van een derdenbeding. Op dat moment was koper nog niet in verzuim met de afname, aangezien er geen sprake was van een fatale termijn althans het beroep op verzuim is naar maatstaven van
Uitleg echtscheidingsconvenant en nadere verdeling ingevolge artikel 3:179 lid 2 BW. Gedaagde wordt na verwijzing door de kantonrechter ex artikel 71 lid 4 Rv. geacht in het geding te zijn verschenen. Uitleg echtscheidingsconvenant. Finaal kwijtingsbeding staat nadere verdeling n
Vervolg op HR 14 oktober 2005, NJ 2006, 30. Kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van art. art. 36 lid 3 Invorderingswet 1990 (Iw 1990)? Causaal verband tussen kennelijk onbehoorlijk bestuur en onbetaald blijven van belastingschulden als bedoeld in art. 36 lid 3 Iw 1990? Grenz
Eiswijziging in verstekprocedure niet betekend. Hof doet recht op oorspronkelijke eis.
Onjuiste informatie gemeente bij ontwikkeling bouwproject.
- arbeidsrecht - relatiebeding - bevoegdheid rechter
Auteursrecht inbreuk ten aanzien van elektrische sfeerhaarden. Internationale rechtsmacht. Eiswijziging niet toegelaten jegens niet verschenen gedaagde.
EEX-Vo (Brussel I), artikel 3:37 lid 3 BW, WCK, Weigering EET-waarmerking
Procesrecht. Eisvermeerdering na desisteren advocaat gedaagde. Artikel 130 lid 3 Rv.
Geen (schade door) beroepsfout advocaat.
Defam. Aandelenlease; vervolg op LJN BD2684
Door appellante is naar het voorlopig oordeel van het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorziening als thans door haar gevorderd. Sinds de ontbinding van de VOF in februari 2007 is inmiddels meer dan een jaar verstreken en uit niets b
Het hof is – anders dan MRM – van oordeel dat art. 19 van de EG-Betekeningsverordening niet meebrengt dat de rechtbank gehouden was de zaak gedurende zes maanden aan te houden om MRM de gelegenheid te bieden het bewijs van betekening over te leggen. In de parlementaire geschieden
Gelet op de ratio van het familiaire verschoningsrecht en de parlementaire geschiedenis komt een partijgetuige dit verschoningsrecht echter niet toe (HR 19 februari 1993, NJ 1994, 344; Goossen/Goossen). De vraag moet nu worden beantwoord of de getuige een partijgetuige is.
Auteursrecht; laster en smaad