Vervolg op LJN: BL 4899. Het bewijs van de gestelde schade is niet geleverd. Van een aantal declaraties vindt de rechtbank dat deze geen zakelijk karakter hadden, zodat de voormalig bestuurder op grond van art. 2:9 jo. 7:661 BW aansprakelijk is jegens de onderneming door deze nie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 128 Rv
Genoemd in 326 uitspraken · Officiële wettekst
326 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Cassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat een cassatiedagvaarding de gevolgen dient te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht, met nietigheid is bedreigd.
Beroep op artikel 128 lid 2 Rv afgewezen.
Geen aanhouding spoedappel voor betaling griffierecht; 127a Rv, 128 Rv; ontruiming woning na sluiten ongeldige huurovereenkomst tijdens vakantie van eigenaren-bewoners.
Telefoonzaak met bedreiging. enige zorgplicht voor telefoonaanbieder bij het sluiten van de overeenkomst. Artikel 3:44 lid 5 BW.
Verklaring voor recht; beroep op vernietiging; art. 1:88 lid 5 BW; art. 128 Rv; art 137 jo. 111 lid 3 Rv.
Transportgoederenverzekering. Uitzonderlijk lang oponthoud in Las Palmas. Ingevolge verzekeringsvoorwaarden bleef dekking doorlopen. Beeindiging van de dekking door de verzekeraar gedurende dat oponthoud is gelet op de aard van de transportverzekering en de verzekeringsvoorwaarde
Geen samenvatting bijgevoegd.
Bevoegdheidsincident. De benaming ("bevoegdheidsincident" of "exceptie van onbevoegdheid") die eraan wordt gegeven, is op zichzelf niet van invloed op de beoordeling van het beroep op de onbevoegdheid. Het op art. 128 lid 3 Rv gegronde standpunt dat het recht om ten principale te
Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens het ontbreken van belang bij rechtsvordering betreffende een handelsnaam en merk en het terecht opwerpen van een exceptio plurium litis consortium; verweren ten principale; inhoudelijke beoordeling van de rechtsbetrekking
Vordering uit onrechtmatige daad jegens Ontvanger afgewezen vanwege ontbreken causaal verband. Niet-ontvankelijkverklaring van eisers in hun vordering jegens de Inspecteur, nu aan Inspecteur geen zelfstandige procesbevoegdheid toekomt.
Bestuurdersaansprakelijk, betalingsonwil, o.m. blijkende uit selectieve betalingen.
Vorderingen in incident tot niet-ontvankelijk verklaring, subsidiair onbevoegd verklaring. Uitleg dagvaarding en processtukken a.d.h.v. 3:59, 3:33 en 3:35 BW. Onmiskenbaar is dat gedaagde en niet een in VK gevestigde vennootschap is gedagvaard. Gedaagde heeft dat klaarblijkelijk
Gedaagden zijn diverse incidenten gestart: vrijwaring, bevoegdheid, nietigheid dagvaarding, niet-ontvankelijkheid, voeging van zaken, voeging van partij, tussenkomst van partij. Laatste twee vorderingen betreffen zelfs 'incidenten in incidenten'. Mbt de vorderingen inzake nietigh
Inbreuk op auteursrecht; slaafse nabootsing.
Bevoegdheidsincident; nauwe samenhang tussen vorderingen rechtvaardigt gezamenlijke behandeling; rechtbank o.g.v. art. 107 Rv bevoegd ook van vordering tegen gedaagde kennis te nemen; dat bevoegdheid jegens andere gedaagden is gebaseerd op (stilzwijgende) forumkeuze doet daaraan
Verval van rechtswege van bewijsbeslag wegens te laat instellen van de eis in de hoofdzaak. Betekenis "eis in de hoofdzaak" in het kader van bewijsbeslag. Gevolgen van het verval van rechtswege. Zie ook BM1436
De verdere beoordeling Achmea heeft in haar conclusie na enquête verzocht de beslissing om het door [gedaagde] eerst ter gelegenheid van de comparitie naar voren gebrachte verweer toe te staan te heroverwegen gelet op het bepaalde in artikel 128 lid 3 Rv. De rechtbank overweegt d
Procesrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Tijdelijke regeling verbod dierlijke eiwitten in alle diervoeders landbouwhuisdieren (TR). Geen schending plicht tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden. Voorzienbaarheid invoering van het TR-verbod op de korte termijn.
Nevenzittingsplaatsen. HR: 81 RO.
Schorsing executie wegens kennelijke misslag.
Het geschil [geopposeerde] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [opposant] zal veroordelen aan haar te voldoen een bedrag van € 23.529,94 te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede [opposant] te veroordelen
Volgens appellant is er jegens hem onrechtmatig gehandeld doordat LVMH de onderhandelingen heeft afgebroken op een moment dat bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat tussen hen een (onder)huurovereenkomst tot stand zou komen. Appellant heeft echter in schriftelijke voo
Vordering van werknemers tot toelaten op de lijst van erkende crediteuren in het faillissement van Kalmire wegens onrechtmatige daad.
Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie varkensrechten in kader van Wet herstructurering varkenshouderij; verjaring (81 RO).