Schadestaatprocedure. Curaçaose zaak. Letselschade. Verschillende schadeposten. Rechterlijke begrotingsbevoegdheid ex art. 6:97 BW Curaçao en de betekenis van de gewone bewijsregels. Mocht het hof vergoeding van de schadepost ‘gederfde inkomsten’ geheel afwijzen, omdat de benadee
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 128 Rv
Genoemd in 326 uitspraken · Officiële wettekst
326 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Caribische zaak (Sint Maarten). Verzuim te beslissen over verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatig handelen en schadeplichtigheid? Goederenrecht, onrechtmatige daad.
Caribische zaak. Onrechtmatige daad. Onderzoek accountantskantoor naar mogelijke onregelmatigheden door directieleden van stichting. Is persoonsgericht onderzoek onzorgvuldig uitgevoerd? Toepasbaarheid in Aruba van Nederlandse gedrags- en beroepsregels voor accountants. Hoor en w
Caribische zaak. Procesrecht. Matiging contractuele boete; aan stelplicht te stellen eisen; bewijsaanbod. Vervolg op HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:846.
bewijsopdracht; terugkomen op een bindende eindbeslissing; hoor en wederhoor.
Caribische zaak. Ondernemingsrecht. Interne bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:14 (oud) BW Curaçao. Toepassing van HR 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7011, NJ 2003/455.
Bewindvoerder vordering tot betaling wegens verkoop gemeenschappelijke woning en wegens draagplicht huishoudelijke kosten en vordering tot rekening en verantwoording.
Goederenrecht. Verlening van recht van erfpacht door het Land aan particulier. Vordering tot nakoming van de toekomstige erfpachter tot levering van het recht van erfpacht. Bewijsopdracht.
Gebruiksbeperkende voorwaarden. Derdenbeding. Beroep door iemand die zich er zelf niet aan houdt.
Art. 81 lid 1 RO. Curaçaose zaak. Verjaring van vordering tot schadevergoeding. Subjectieve bekendheid met (progressieve) schade, art. 3:310 lid 1 BWC. Stelplicht en bewijslast. Stuiting door middel van erkenning (art. 3:318 BWC, art. 3:37 lid 3 BWC).
Volgens appellant is er jegens hem onrechtmatig gehandeld doordat LVMH de onderhandelingen heeft afgebroken op een moment dat bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat tussen hen een (onder)huurovereenkomst tot stand zou komen. Appellant heeft echter in schriftelijke voo