Schietincident in drugsmileu. Slachtoffer vordert schadevergoeding, waaronder smartengeld. Nietigheid dagvaarding/verjaring/verminderde toerekenbaarheid/eigen schuld/matiging schadevergoeding.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 122 Rv
Genoemd in 351 uitspraken · Officiële wettekst
351 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, n
Onrechtmatige uitlatingen/beschuldigingen van echtgenote Twentse ondernemer via honderden e-mails aan vele derden over een periode van jaren is onrechtmatig jegens ex-partner van die ondernemer. Afweging grondrechten. Dwangsomveroordeling. Verwijzing naar schadestaat.
ncident. Verzoek om verwijzing gedeelte van de procedure (vermeerdering van eis) naar een ander gerecht. De rechtbank wijst de incidentele vordering af. De wet voorziet niet in afsplitsing van een gedeelte van de zaak en de verwijzing van slechts dat gedeelte. Dat dit niet mogeli
Faillissementsrecht. Procesrecht. Subjectieve cumulatie en voortzetting geding ex art. 29 Fw door betwistende schuldeiser in faillissement van een van gedaagden. Buitengedingstelling gefailleerde i.s.m. art. 1 EP EVRM? Gevolg voortzetting voor procedure tussen de andere partijen.
Consumentenkoop. De koop betreft een groot aantal volwassen fruitbomen voor de aanleg van een boomgaard. Korte tijd na het planten gaat een groot aantal bomen dood vanwege te hoge waterstand onder meer vanwege en kleilaag in de grond. Onder de omstandigheden van het geval mocht v
Kort geding. Ontvankelijkheid bewonersvereniging. Voorlopig oordeel dat loodgehalte van meer dan 5 microgram per liter een gebrek is dat recht geeft op huurprijsvermindering als voorlopige voorziening.
Hoger beroep van een in eerste aanleg niet verschenen gedaagde tegen een vonnis dat op grond van artikel 140 lid 3 Rv ook jegens hem als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd. De appellant (in eerste aanleg niet verschenen gedaagde) betoogt dat de aan hem in eerste aanl
Vordering tot betaling van werkzaamheden. De kantonrechter verklaart de dagvaarding nietig, omdat deze niet aan de (minimale) wettelijke vereisten van artikel 111 Rv voldoet. Dagvaarding als ‘obscuur libel’ aangemerkt. Geen tweede kans voor eiseres.
1. Wisseling van procespartij. 2. Overeenkomst is onderhandse akte en levert dwingend bewijs op ten aanzien van hetgeen partijen hebben afgesproken over de bevoegde rechter in geval van een geschil. Partij mag tegenbewijs leveren.
Openbare betekening, terwijl gedaagde stond ingeschreven in GBA. Onvoldoende onderzoeksinspanning. Verstek verleend in eerste aanleg ondanks gebrek dat nietigheid dagvaarding meebrengt. Verjaring niet gestuit. Eindarrest.
Appeldagvaarding uitgebracht aan verkeerde rechtspersoon. Geen herstelexploot. Vraag of hoger beroep ontvankelijk is. Hof past arrest van HR uit 2013 toe en bepaalt dat de goede rechtspersoon in het geding wordt geroepen om zich uit te laten.
KEI-zaak. Nietigverklaring procesinleiding o.g.v. art. 120 lid 1 Rv. In strijd met art. 30a lid 3 aanhef en onder d Rv ontbreekt een feitelijke grondslag. Verweerders hierdoor onredelijk in hun belangen geschaad (art. 122 lid 1 Rv).
WWZ. Ontbindingsverzoek wegens disfunctioneren. Ingediend door werkgever? Partijperikelen. Ambtshalve rectificatie door kantonrechter. Deformalisering.
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheidsverweer in verband met partijwissel (fusie). Steunvorderingen aanwezig?
Vordering jegens krakers tot ontruiming. Voorzieningenrechter constateert dat op het adres van de onroerende zaak vijf personen en een eenmanszaak staan ingeschreven en oordeelt dat wat hen betreft niet is voldaan aan de wettelijke voorschriften voor een anonieme dagvaarding.
Kwalificatie arbeidsovereenkomst/stageovereenkomst - kennelijk onredelijk ontslag - gevolgencriterium - verstoorde arbeidsverhouding verwijtbaar aan werkgever
Beroep op ontbreken internationale rechtsmacht is te laat gedaan. Art. 24 EEX. Beroep op diverse gebreken van de inleidende dagvaarding kunnen de oorspronkelijke gedaagde niet baten. Art. 122 Rv.
Onteigening. Hoor en wederhoor, art. 19 Rv, art. 2 Ow.
Procesrecht, cassatie. Beoordeling verstek. Kennelijke misslag in aanduiding gerekwireerde.
Bevoegdheidsincident. Eiser stelt rechthebbende te zijn op Stolichnaya, Moskovskaya en SPI wodkamerken. Gedaagde beroept zich op internationale en relatieve onbevoegdheid van de rechtbank. Artikel 6, 22 lid 4 EEX-Vo, artikel 7 Rv van toepassing?
Verzekerde heeft recht op zorg die behoort tot de verzekerde prestatie en er een indicatie voor de zorg is. Indicatie: 'zorg waarop de verzekerde naar inhoud en omvang is aangewezen'='bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk'='maatstaf van de internationale stand van d
procesvertegenwoordiging, maatschap als gemachtigde, handelsnaam ontoereikend, nietige dagvaarding De gemachtigde van eiser wordt in de dagvaarding aangeduid met een bedrijfsnaam, waaruit de rechtsvorm niet is af te leiden. Gedaagde concludeert daarom incidenteel tot nietigheid v
Bopz; voorlopige machtiging; hoorplicht als bedoeld in art. 8 lid 1 Wet Bopz; onderzoek psychiater, geen persoonlijk contact met betrokkene, gebruik van andere informatiebronnen.
Internationaal privaatrecht. Betekeningsverordening; ontvankelijkheid hoger beroep; Betekening van de appeldagvaarding op de voet van art. 63 Rv., gevolgen van niet-inachtneming van de betekeningsvoorschriften bij verschijning geïntimeerde, niet-toepasselijkheid art. 56 Rv.