Internationaal privaatrecht; bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging. Litispendentie, art. 12 Rv. Toepassing van art. 12 Rv in eerste aanleg en in hoger beroep. Erkenning van buitenlandse beslissing naar commuun internationaal privaatrecht: moet buitenlandse beslissing onherr
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 11 Rv
Genoemd in 136 uitspraken · Officiële wettekst
136 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
IPR. Rechtsmacht. Stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid? Art. 26 lid 1 Verordening Brussel I-bis en art. 11 Rv. Immuniteit van jurisdictie en immuniteit van beslag en executie; art. 1 Rv en art. 13a Wet AB. Ligt beroep op ontbreken van rechtsmacht besloten in beroep op immuni
Bijlage bij de conclusies van 7 mei 2020 in de zaken met rolnummers 19/02988, 19/04698, 19/04835, 19/04609, 19/04564, 19/04565, 19/04566 en 19/04567 De volksverzekerings- en premiepositie van Nederlandse Rijnvarenden op Nederlandse schepen in dienst van elders in de EU gevestigde
Premieheffingsbevoegdheid onder de Rijnvarendenovereenkomst en Vo. (EG) 883/2004 bij onjuiste Luxemburgse E-verklaringen. Nederland verplicht tot regularisatie met Luxemburg ex art. 16 Toepassingvo. (EG) 987/009 of tot verrekening van Luxemburgse premies? Feiten: De Nederlandse
Premieheffing Rijnvarende: (i) Is de inspecteur bevoegd premie te heffen zonder voorafgaand stelselaanwijsbesluit? (ii) mag de belastingrechter de premieplicht materieel toetsen? (iii) kan/moet de Inspecteur een regularisatieprocedure voeren met de niet-bevoegde lidstaat ter ontd
De rechtsvraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of AJFCH en SHAPE immuniteit genieten van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De rechtbank oordeelt dat AJFCH en SHAPE in beginsel, overeenkomstig het Spaans-criterium van de Hoge Raad functionele immuniteit van juri
Premieplicht Rijnvarende; werkgever in Luxemburg en scheepsexploitant in Nederland; (i) Inspecteur bevoegd om verzekerings- en premieplicht zelfstandig te beoordelen? (ii) betekenis ingetrokken Luxemburgs certificat d’exploitant en niet-ingetrokken Luxemburgse E101-verklaring; (i
-Immuniteit van jurisdictie. Acta iure imperii vs. acte iure gestionis. Ambtshalve toetsing recht van een staat op immuniteit van jurisdictie. Artikel 6 VN-Immuniteitsverdrag. Kan een partij in een procedure een beroep doen op de immuniteit van jurisdictie van een vreemde staat a
Feiten: De in Nederland wonende belanghebbende is Nederlander en was in de geschiljaren 2007 en 2009 in loondienst bij een Luxemburgs uitzendbureau. Hij werkte op binnenvaartschepen van Nederlandse eigenaren. Niet in geschil is dat hij niet premieplichtig was in Nederland van 27
Premieheffing Rijnvarenden (i) Luxemburgse E101- verklaring rechtsgeldig ingetrokken? (ii) Inspecteur en belastingrechter bevoegd om verzekeringsplicht te beoordelen? (iii) regularisatie ex Vo. 883/2004 van toepassing hoewel Rijnvarendenovereenkomst geldt? (iv) Luxemburgse premie
Internationaal recht. Immuniteit van executie. Beslag onder private, door vreemde staat gehouden vennootschap die geen beroep kan doen op zelfstandigheid. Publieke bestemming beslagen goederen? (Uitspraak tezamen met zaak 19/03144)
Conclusie PG: Is op de belanghebbende het Rijnvarendenverdrag van toepassing en daardoor niet Vo. (EEG) 1408/71, zodat de daarop gebaseerde E 101-verklaring die hij van de Luxemburgse autoriteiten verkreeg betekenisloos is? Is het voor de kwalificatie 'rijnvarende' vereiste certi
Internationaal privaatrecht; staatsimmuniteit. Geschil over beëindiging arbeidsovereenkomst werkneemster ambassade. Immuniteit van jurisdictie. Terughoudend oordeel Nederlandse rechter over vertrouwelijk karakter documenten van vreemde staat, ook bij gebreke van beroep op immunit
'Sjoemeldieselzaak'. WAMCA niet van toepassing. Representativiteit onder het oude collectieve actierecht.
Premieheffing Rijnvarende; werkgever in Luxemburg; scheepsexploitant in Nederland. (i) Mag de Inspecteur verzekeringsplicht beoordelen zonder stelselaanwijsbesluit van de Svb? (ii) Betekenis oud-regime Luxemburgse E106-verklaring voor stelselaanwijzing ex Vo. (EG) 883/2014 (nieuw
Beroep op immuniteit van jurisdictie door internationale organisatie/ rol van artikel 6 EVRM?/ artikel 6 EVRM doet niet af aan immuniteit/ wel redelijk alternatief gezien door partijen gemaakte afspraken ter beslechting van geschillen/ betekenis artikel 7:904 BW
Europees octrooi op intra-oculaire lens. Uitleg conclusies. Lens gedaagden valt onder beschermingsomvang octrooi. Nederlands deel geldig: nawerkbaar, nieuw en inventief. Provisioneel inbreukverbod in afwachting nietigheidsoordeel buitenlandse delen.
Inhoudsindicatie volgt.
Rolbeslissing in een collectieve actie over het in het geding brengen van stukken, gedeeltelijk ter kennisneming van uitsluitend de rechtbank.
Ongeval Nederlandse skiër op skipiste in Oostenrijk. Bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van vordering tegen eigenaar van de skipiste. Bevoegdheid aanvankelijk door gedaagde erkend. Rechtbank neemt nadien ook haar bevoegdheid aan. Gedaagde komt later in de p
bevoegdheidsincident, gedaagde gevestigd in Californië (VS), Brussel Ibis, art. 2 Rv, art. 6 sub e Rv, art. 6 sub a Rv, art. 12 Rv, Nederlandse rechter geen rechtsmacht, rechtbank onbevoegd. Samenvatting: - Brussel Ibis niet van toepassing is, nu Californië noch de VS hierbij pa
Internationale rechtsmacht ten aanzien van eisvermeerdering in hoger beroep; artikel 22 sub 4 EEX mist toepassing nu geen beroep wordt gedaan op buitenlandse delen van het octrooi .
Immuniteit van jurisdictie. Onrechtmatige daad-vordering Mammoet tegen Irak wegens blokkade Iraakse marine. Toepassing VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen (geen ‘commercial transaction’) en internationaal gewoonterecht (geen acta iure ges
Samenvatting. Hoofdzaak en vrijwaring. Internationaal geschil. Rechtsmacht, betekening en verstekverlening. Artikel 1:88 BW. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de tussen partijen gesloten overeenkomsten naar hun inhoud en strekking geen andere betekenis dan die van geldleni
Vernietiging overeenkomst inzake Contracts for Difference (CFD's) met consument vanwege oneerlijke handelspraktijken van de Cypriotische 'broker'.