Verklaringsprocedure. Grenzen van de rechtsstrijd.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 118 Rv
Genoemd in 737 uitspraken · Officiële wettekst
737 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 28 · live
Verdeling van mede-eigendom van een woonark. De geregistreerde partner van één van de mede-eigenaren is zelf de mede-eigenares geworden. Geen verknocht goed in de zin van artikel 1:94 BW. Naar aanleiding van de exceptio plurium litisconsortium heeft de rechtbank terecht de geïnti
Verdeling van een nalatenschap. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Niettemin appel tegen medegedaagden in eerste aanleg niet ontvankelijk. Ook geen oproeping van hen op de voet van art. 118 Rv. Zij kunnen zich desgewenst voegen of tussenkomen.
Exceptio plurium litis consortium; oproeping derden als partij in het geding
Civiele bodemzaak. Het gerecht volgt ziektekostenverzekeraar niet in haar stelling dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat tussen partijen gemaakte afspraken ter zake van het declareren van laboratoriumonderzoeken nog langer moeten gelden, e
beslissing op exceptio plurium litis consortium
Vordering tegen perceeleigenaar tot snoei van bomen; rechtsopvolging onder bijzondere titel van perceeleigenaar/gedaagde; schorsing onder artikel 225 lid 1, aanhef en onder c. Rv; hervatting van het proces onder artikel 227 lid 1, aanhef en onder b. Rv; oproeping van derde (opvol
Bodemzaak. Gezamenlijke behandeling conventie en reconventie. Oproeping ex art. 118 Rv. Behandeling artt. 225 en 227 Rv. Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring. Toewijzing conventionele vordering, afwijzing reconventionele vordering. Artt. 3:99, 105, 108, 112 en 113 BW
Incident art. 118 Rv. Voor de zgn. gedwongen tussenkomst is geen toestemming vooraf van de rechter vereist, maar wie zekerheid wil kan toch een incident instellen.
In geschil is betekenis van uitleg van bepalingen in gesloten overeenkomst. Hof acht stellingen van partijen niet voorshands bewezen en geeft bewijsopdracht.
Aanbestedingsrecht. Aanbesteding van schaatslessen op Jaap Edenbaan. Partij die voorheen de schaatslessen organiseerde, maar niet heeft ingeschreven omdat zij het nieuwe samenwerkingsmodel verwierp, heeft geen belang om op te komen tegen gestelde niet-naleving van enkele bepaling
Problemen rond een landinrichting. Betrokken perceel is aan twee gerechtigden toebedeeld. Akte van toedeling stemt niet overeen met vonnis rechtbank aangaande bezwaren tegen plan van toedeling. Mogelijkheid van rectificatieakte?
Vóór betekening van de dagvaarding aan gedaagden zijn zij onder bewind geplaatst. Eiseres wil nu zij daarmee bekend is geworden, de bewindvoerder in het geding roepen. Gedaagden voeren daartegen verweer met een beroep op HR 06-12-2002 NJ 2004/162
Artikel 1:441 lid 1 BW. Eiseres dagvaardt gedaagde terzake van openstaande facturen uit hoofde van verbruiks- en abonnementskosten mobiele telefonie. Bij beschikking van de kantonrechter zijn de goederen van gedaagde onder bewind gesteld. Eiseres heeft evenwel verzuimd de bewindv
Schadeverzekering. Deel vorderingen toegewezen gelet op ter zitting gedane toezeggingen. Overige vorderingen afgewezen nu niet is voldaan aan vereisten voor toewijzing van een geldsom (meer specifiek schadepenningen) in kort geding.
Huur winkelruimte. Schade als gevolg van asbest in winkelcentrum dat vrij kwam ten gevolg van werkzaamheden door huurder. Werkzaamheden zijn tevens verricht op grond van een een samenwerkings- en turn-key overeenkomst, waarbij de huurder als (hoofd)aannemer in opdracht van verhuu
Overheidsaanbesteding; eisen aan tussenkomst; uitleg minimumeis.
Hoger beroep van vonnis waarin de rechtbank zich relatief onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar een andere rechter niet mogelijk. Dat hoger beroep alleen de kostenveroordeling betreft, maakt dit niet anders.
Verklaringsprocedure; art. 477a Rv. Procesrecht. Incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde. Gehoudenheid tot voorafgaande behandeling en beslissing? Maatstaf art. 209 lid 1 Rv. (HR 2 maart 2012, LJN BU8176, NJ 2012/158). Uitleg processtuk; appelgrieven aangevoerd?
Internationale bevoegdheid hof kennis te nemen van de vorderingen van SNSPFF jegens op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen derden.
Bewijsopdracht aan franchiseorganisatie die erop neerkomt dat voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat zij de door haar verhuurde bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW dringend nodig heeft voor eigen gebruik.
In eerste aanleg afgewezen vordering tot het aanwijzen van een noodweg (art. 5:57) ten behoeve van een woonboot. In hoger beroep, nadat reeds tussenarresten waren gewezen, deelt eiser/appellant mee dat hij zijn woonboot na bestuursrechtelijke beslissingen op andere wijze kan bere
Procesrecht. Beslissing rechtbank met betrekking tot oproeping derden op de voet van artikel 118 Rv. Tussenbeslissing. Niet-ontvankelijk.
Incidentele vordering tot afgifte ex artikel 843a Rv in verband met voeren van verweer in de hoofdzaak. Vordering in hoger beroep alsnog toegewezen. Artikel 118 Rv (oproeping van derde in het geding) is niet bedoeld om jegens (rechts)personen die geen partij zijn bij het geding (
Hoofdzaak betreft vordering van specialist op specialistenmaatschap wegens gederfde goodwillvergoeding. Twee incidentele procedures: (1) incident tot oproeping van derden in het geding (art. 118 Rv) en (2) bevoegdheidsincident dat voorwaardelijk is ingesteld (voorwaardelijk bevoe