Beëindiging opdracht in onvoltooide staat. UAV
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 118 Rv
Genoemd in 737 uitspraken · Officiële wettekst
737 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Gedaagde sub 1 (een vof met als vennoot gedaagden sub 2 en 3)heeft een franchiseovereenkomst, een huurovereenkomst bedrijfsruimte, twee geldleningsovereenkomsten en koopovereenkomsten gesloten met (steeds één van de) eisers, ten behoeve van de exploitatie van een winkel. Wederzi
Bouw(advies)zaak. Opdrachtgevers realiseren woning in eigen beheer. Ongeacht of de opdrachtnemer m.b.t. (het aanbrengen van) de dakbeplating als hun bouwkundig adviseur dan wel als hun aannemer heeft te gelden, moet worden aangenomen dat de opdrachtnemer aan zijn waarschuwings-/z
Tussenarrest. Partij opgeroepen op grond van 118 Rv (ook partij in de procedure bij de rechtbank) kan geen eigen grieven meer tegen het vonnis opwerpen.
Overdracht waterleidingnet; vordering tot gedeeltelijke teruglevering; vernietiging driepartijenovereenkomst wegens dwaling (art. 3:51 lid 2 BW); grenzen rechtsstrijd na cassatie en verwijzing
Geschil over ligging van de erfgrens; oproeping partijen op grond van artikel 118 Rv; eisvermeerdering
Verdeling verschillende eenvoudige gemeenschappen en personenvennootschappen van drie broers.
erfrecht - artikel 118 Rv
Erfrechtzaak over de vaststelling van de (omvang van de) nalatenschap van moeder.
Geschil tussen (voormalig) aandeelhouders. Is tussen de (voormalig) aandeelhouders een koopovereenkomst dan wel een koopoptieregeling tot stand gekomen, op grond waarvan een aantal(voormalig) aandeelhouders is gehouden het 40%-aandelenbelang en het onroerend goed aan een andere (
Erfrechtelijk geschil; vonnis in incident, 208 Rv; incidentele vordering afgewezen. Het gaat bij incidentele vorderingen meestal om kwesties van processuele aard en niet om beslissingen over een materieel geschilpunt. De vorderingen die nu in het incident aan de rechtbank zijn vo
Geldt één van de in hoger beroep betrokken partijen als derde ex artikel 118 Rv? Uitleg van in notariële akte opgenomen recht van erfdienstbaarheid van weg. Misbruik van recht door plaatsing hekwerk tegen de erfgrens?
Vordering tot vernietiging wegens wilsgebrek van overeenkomst. Bij de overeenkomst is een derde betrokken die niet deelneemt aan het geding. Hof stelt ambtshalve partij in de gelegenheid tot oproepen van de derde in het geding. Art. 3:51 lid 2 en 3:56 BW; art. 118 Rv.
Bewijsopdracht tav ene woning niet geslaagd. Voor uitspraak over rechtsgeldigheid levering andere woning dienen kopers in rechte te worden betrokken. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld kopers op te roepen ex 118 Rv.
Afwijzing incidentele vordering tot oproeping van een derde in het geding op grond van artikel 118 Rv. Er is geen sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding en bovendien wordt geen ander belang gediend bij oproeping van de derde in het geding.
Geschil over afrekening royalty’s. Vorderingen stuiten af op eerder getroffen schikking.
Erfrecht. Erflater in 1998 overleden. Testament met ouderlijke boedelverdeling (artikel 4:1167 (oud) Bw). (Stief)moeder heeft alle goederen toebedeeld gekregen en kinderen een renteloze vordering op (stief)moeder. Eisers vorderen dat hun erfdelen worden vastgesteld en dat (stief)
terugkomen akte van niet-dienen, artikel 225, 118 Rv
Oproepen gedaagde partijen uit eerste aanleg
Vervroegde onteigening. Noodzaak tot onteigening. Alternatieven voor het te realiseren werk. Planologisch verweer.
Vorderingen ter zake staatssteun en 'Didam' blijven onbehandeld; een belangrijk deel van de vorderingen is verjaard; voor het overige is een van eisers niet-ontvankelijk vanwege een verandering van hoedanigheid tijdens de procedure (Trafigura) en de andere drie vanwege het ontbre
Uitleg erfdienstbaarheid. Inbreuk op erfdienstbaarheid. Eigendom dienend erf rust bij gezamenlijke appartementseigenaars, die niet allen zijn gedagvaard. Gelegenheid oproeping gezamenlijke eigenaars dienend erf.
Zaak met een erfrechtelijke achtergrond. Partijen zijn broers van elkaar. Het geschil heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van partijen en spitst zich voornamelijk toe op de vraag of gedaagde broer sub 1 tijdens het leven van moeder onrechtmatig ge
Geschil over ligging erfgrens; oproeping mede-eigenaren op grond van artikel 118 Rv
KG. Herstelvonnis.