Betekening dagvaarding, artikel 56 Rv en artikel 9 lid 2 Betekeningsverordening 2007. Betekenis "tijdig" in de zin van artikel 19 lid 1, slotzin Betekeninsverordening 2007? Relatieve bevoegdheid kantonrechter op grond van artikel 5 lid 1 sub b EEX-Verordening.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 115 Rv
Genoemd in 85 uitspraken · Officiële wettekst
85 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
"Oproeping in vrijwaring van in India woonachtige "borg" toegestaan. Om verdere vertraging te voorkomen wordt in de hoofdzaak afzonderlijk naar rol verwezen."
Conservatoir beslag ten laste van IJslandse bank na uitdrukkelijke ter zijde stelling van art. 700 lid 4 Rv. Beslaglegger gevestigd in Duitsland. Geldigheid van dagvaarding die op de voet van artikel 705 lid 3 Rv. jo. art. 63 lid 2 Rv. is betekend. Spoedeisend belang. Toepasselij
Artikel 56 Wet op Consumentenkrediet, artikel 9 lid 2 Betekenisverordening (Vo 1348/2000 EG), verstekverlening, rechtsmacht artikel 15 e.v. EEX-Vo (Brussel I)
Betreft tussenvonnis in een procedure waarin buitenlandse vennootschappen deelname aan kansspelen en sportprijsvragen in Nederland via internet of anderszins aanbieden. De verstekverlening is aangehouden in verband met betekeningsperikelen.
Een eventuele nietigheid van de inleidende dagvaarding wordt op grond van art. 122 Rv gedekt door het ingestelde verzet als de rechter van oordeel is dat de in de verstekprocedure gedaagde partij niet onredelijk in zijn belangen is geschaad, omdat de wetgever er vanuit gaat dat d
4.4. De wet spreekt niet in het algemeen van een minimum termijn voor de dagvaarding in kort geding. Dit betekent weliswaar dat overeenkomstig het beginsel dat de gewone procesregelen ook in kort geding gelden, ten aanzien van een Belgische gedaagde op grond van art. 115 Rv een d
Appeldagvaarding niet tevens naar België verzonden. Geïntimeerde niet onredelijk in belangen geschaad. Is ruim binnen de appeltermijn voor het hof verschenen; moest uit dagvaarding begrijpen dat vonnis in eerste aanleg niet in kracht van gewijsde was gegaan. Doelstellingen Beteke
17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats A], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n 1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats B], België, 2. [Verweerder 2], wonende t
17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats A], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n 1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats B], België, 2. [Verweerder 2], wonende t
-