Procesrecht, cassatie. Vordering tot verdeling van nalatenschap. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411, NJ 2018/81. De Hoge Raad geeft eiser tot cassatie gelegenheid om mede-erfgenamen op te roepen als partijen in digitale vorderingsproced
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 112 Rv
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Gevolgen van het niet in acht nemen van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv.
Procesrecht. Cassatie. Incidentele beslissingen over schorsing van geding tussen onder curatele gestelde persoon en voormalig curator (art. 225 lid 1, onder c, Rv in verbinding met art. 418a Rv), en over oproeping opvolgend curator (art. 30g Rv).
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Herstel van gebreken in procesinleiding (art. 30c lid 6 Rv). Tweede oproepingsbericht; toepasselijkheid art. 112 lid 1 Rv. Gevolgen van het bij exploot betekenen van tweede oproepingsbericht op een datum
Procesrecht. Beoordeling verzoek tot verstekverlening na invoering van digitaal procederen in vorderingszaken (KEI). Kantoorbetekening op de voet van art. 63 lid 1 Rv in de gevallen die worden genoemd in art. 115 Rv (Betekeningsverordening II, Haags Betekeningsverdrag). HR 13 feb
Onteigeningsrecht. Niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep wegens overschrijding van termijn voor betekening van cassatiestukken (art. 52 lid 2 en 53 lid 1 Ow). Verduidelijking van de eliminatieregel (art. 40c Ow); begrip overheidswerken (HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:25).
Cassatieprocesrecht; onteigeningsrecht. Art. 53 Onteigeningswet. Art. 112 Rv niet toepasselijk. Memorie van toelichting niet beslissend. Niet-ontvankelijkverklaring.
Cassatieprocesrecht; onteigeningsrecht. Art. 53 Onteigeningswet. Art. 112 Rv niet toepasselijk. Memorie van toelichting niet beslissend. Niet-ontvankelijkverklaring.
Verstekverlening in cassatie. Regelgeving inzake digitaal procederen (KEI). Betekening van oproepingsbericht en procesinleiding na uiterste verschijndatum (art. 30a lid 3, onder c, Rv en art. 112 Rv). Aanzegging van nieuwe uiterste verschijndatum. Herstel van aanduiding van verwe
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Aruba. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Overschrijding appeltermijn.
niet-ontvankelijk: verzoek onvoldoende gesteld en in strijd met de behoorlijke procesorde
Verstekverlening in cassatie. Regelgeving inzake digitaal procederen (KEI). Betekening van oproepingsbericht en procesinleiding na uiterste verschijndatum (art. 30a lid 3, onder c, Rv en art. 112 Rv). Aanzegging van nieuwe uiterste verschijndatum. Herstel van aanduiding van verwe
KEI. Procesinleiding na oproeping ex art. 113 Rv. Niet onverwijld indienen van het exploot. Herstelexploot.
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Gevolgen van het niet in acht nemen van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv.