Kort geding. Vordering tot ontruiming afgewezen ogv belangenafweging. Belang bij (voorlopig) behoud woonruimte weegt zwaarder dan belang om pand aan eigenaar op te kunnen leveren. Korte termijn plannen van eigenaar zijn onvoldoende concreet.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 110 Rv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Burgerlijk Procesrecht. Bevoegdheidsincident. Verwijzing op grond van het Zaaksverdelingsreglement in combinatie met het Besluit interne relatieve bevoegdheid.
Aanvankelijk een mondelinge behandeling bevolen. Ter voorbereiding aan (de gemachtigden van) partijen medegedeeld dat eerst aan de orde zal zijn de betekenis van artikelen 103 en 110 Rv. Nadien verwijzingsverzoek ontvangen. Zaak verwezen ogv 103, 2e zin.
Incident relatieve onbevoegdheid. Forumkeuzebeding.
Bevoegdheid verzoekschrift tot voorlopig getuigenverhoor. 187 Rv. Verwijzing.
forumkeuzebeding, ambtshalve toetsing van bevoegdheid, artikel 108 lid 2 Rv.
Incident. Onbevoegdheid rechtbank. Verwijzing.
artikel 6 sub d Rv; consumentenovereenkomst; verwijzing
: Onbevoegdheid Nederlandse rechter.
Bevoegdheidsincident. Verwijzing op grond van zaaksverdelingsreglement in combinatie met bestuursbesluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Gelderland.
Verstek, internationaal privaatrecht, overeenkomsten van geldlening
Luchtvaartzaak. De Nederlandse rechter is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, op grond van artikel 6 aanhef en onder d Rv. Wel is de rechter van de woonplaats van de passagier op grond van artikel 101 Rv relatief bevoegd. De zaak wordt dan ook verwezen.
Internationale bevoegdheid / relatieve bevoegdheid / beroep op artikel 6 EVRM, oneerlijk proces. Bevoegdheidsincident. Betreft een zaak van een Nederlandse persoon (eiseres in hoofdzaak) tegen een Cypriotische aanbieder van Contracts for Difference (CfD's) (gedaagde in hoofdzaak)
Bevoegdheidsincident. In hoofdzaak buitenlandse eiseres en Nederlandse gedaagde. Onrechtmatige daad. Art. 102 Rv. Universal-arrest van HvJ EU.
Bevoegdheidsincident. Huwelijksvermogensrecht. Internationale bevoegdheid. Toepasselijkheid van de Verordening Huwelijksvermogensstelsels (Verordening (EU) 2016/1103). Rechtsmacht Nederlandse rechter omdat het verzoek tot echtscheiding (ingevolge artikel 3 lid 1, onder a, eerste
Bevoegdheidsincident. Forumkeuzebeding maakt geen deel uit van de overeenkomst. Artikel 99 Rv. Artikel 1:10 BW. Verwijzing naar rechtbank Amsterdam.
Beslagrecht. Kort geding. Schade door beroepsfout advocaat. Opheffing conservatoire beslagen op bankrekeningen wegens het onnodige ervan. Mogelijkheid tot verhaal van in eerste aanleg afgewezen vordering van beslaglegster ingeval de vordering in hoger beroep alsnog zou worden toe
Vonnis in incident.. Incidentele vordering dat curatoren niet-ontvankelijk zijn in hun primaire en subsidiaire vorderingen en dat rechtbank onbevoegd is mbt de meer subsidiaire en uiterst subsidiare vorderingen afgewezen.
Art. 80 lid 1 GMoVo en art. 3 Uitvoeringswet GMoVo; art. 110 lid 2 Rv en art. 353 lid 1 Rv; art. 3.29 en art. 3.8 BVIE; Hoger beroep; onbevoegdheid hof ten aanzien van vorderingen op grond van de Gemeenschapsmodellenverordening; auteursrechten op de Barntent; ‘opdrachtgeversaute
merkrecht, auteursrecht; auteursrechtelijk beschermd werk en art 2 lid 7 Berner Conventie, onrechtmatig handelen, vernietiging voertuig afgewezen, compensatie proceskosten
zie, ECLI:NL:RBAMS:2021:6933
Octrooirecht; procesrecht; relatieve onbevoegdheid
relatieve competentie doorverwijzing
Procesrecht; familierecht. Relatieve bevoegdheid rechter in zaken betreffende onderbewindstelling meerderjarigen; art. 266 Rv. Geldt rechtsmiddelenverbod (art. 270 lid 3 Rv) ook bij ambtshalve oordeel over relatieve bevoegdheid?
Incident relatieve bevoegdheid. Onroerende zaak onderwerp van geschil in geval van koopovereenkomst met betrekking tot die onroerende zaak. Geen grond voor een onderscheid tussen verbintenisrechtelijk en goederenrechtelijke verbintenissen met betrekking tot een onroerende zaak bi