Bevoegdheidsincident. Arbitragebeding. Rechtbank of arbiters bevoegd om kennis te nemen van de ingestelde vorderingen?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 1052 Rv
Genoemd in 80 uitspraken · Officiële wettekst
80 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Afwijzing vordering tot schorsing tenuitvoerlegging arbitraal vonnis. Arbitragecommissie heeft haar bevoegdheden niet overschreden. Geen noodtoestand ontstaan. Enkele mogelijkheid van vernietiging arbitrale vonnissen door het gerechtshof is op zichzelf onvoldoende voor het geven
Geen vernietiging arbitraal vonnis. Arbitragebeding (GIW) geldend en in dit (oude) geval niet onredelijk bezwarend. Voldoende motivering en geen strijd met openbare orde of goede zeden.
Eiseressen vorderen op meerdere gronden vernietiging van een arbitraal vonnis. Het beroep op artikel 1065 lid 1 aanhef en sub c Rv slaagt.
Vernietiging arbitraal vonnis; geen geldige overeenkomst tot arbitrage. De procedure tot vernietiging strekt er niet toe om een eventueel onrechtmatig handelen van de arbiters vast te stellen.
Tegen het arbitraal vonnis zijn meerdere bezwaren aangevoerd zoals strijd met de openbare orde, onvoldoende motivering, treden buiten de opdracht, onjuiste maatstaf en ontbreken van geldig arbitragebeding. Aangevoerde bezwaren leiden niet tot vernietiging van het arbitraal vonnis
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis, art. 1065 Rv..
Vordering in kort geding tot betaling van voorschot op schadevergoeding wegens non-conformiteit windturbine. Voorzieningenrechter bevoegd op grond van art. 1022 lid 2 Rv juncto art. 1051 lid 2 Rv. Onvoldoende aannemelijjk dat vordering van eiser door arbiter(s) in een eventuele a
Arbitragerecht. Vernietiging van een arbitraal vonnis wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst ( art. 1065 lid 1, aanhef en onder a, Rv.) na bevoegdheidsexceptie in arbitraal geding, strekking van art. 1052 lid 2 Rv.; toelaatbaarheid van nieuwe feitelijke of jur
Arbitrage. Afwijzing vordering tot vernietiging arbitraal vonnis met het argument dat de in de arbitrageprocedure ingestelde vordering formeel niet strekt tot aantasting van het dictum van twee eerdere arbitrale vonnissen, zodat geen sprake is van een arbitraal hoger beroep dat i
Arbitragerecht. Vernietiging van een arbitraal kortgedingvonnis op de voet van art. 1065 lid 1, onder a, Rv. wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage (81 RO).
Beroep op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht op de grond dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt, moet worden gedaan ‘voor alle weren’. Voldoende is dat dit beroep geschiedt in het eerste ingediende schriftelijke antwoord.