Interregionaal recht. Rechtsmacht. Verzoek vader tot wijziging kinderalimentatie. Moeder en kind wonen op Curaçao. Dient bij de vaststelling bevoegdheid i.g.v. privaatrechtelijke zaken van interregionale aard bij gebreke van rijkswet aansluiting te worden gezocht bij de bevoegdhe
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 1 Rv
Genoemd in 98 uitspraken · Officiële wettekst
98 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
IPR en volkenrecht. Immuniteit van jurisdictie en immuniteit van executie van vreemde staat. Ambtshalve toetsing van immuniteit van jurisdictie indien vreemde staat of internationale organisatie niet in rechte verschijnt? Bevatten art. 6 en 23 VN-Verdrag inzake staatsimmuniteit c
IPR. Rechtsmacht. Stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid? Art. 26 lid 1 Verordening Brussel I-bis en art. 11 Rv. Immuniteit van jurisdictie en immuniteit van beslag en executie; art. 1 Rv en art. 13a Wet AB. Ligt beroep op ontbreken van rechtsmacht besloten in beroep op immuni
IPR. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte paspoort ten behoeve van in het buitenland verblijvende minderjarige, art. 34 lid 2 Paspoortwet. Inmenging in uitoefening ouderlijk gezag. Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. K
Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat gehouden om vrouwelijke IS-uitreizigers en hun kinderen te repatriëren of zich daartoe in te spannen? Mensenrechten; rechtsmacht buiten grondgebied Staat; art. 1 EVRM, art. 2 IVBPR en art. 2 IVRK. Zorgvuldigheidsnorm; art. 6:162 BW; belange
IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
De rechtsvraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of AJFCH en SHAPE immuniteit genieten van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De rechtbank oordeelt dat AJFCH en SHAPE in beginsel, overeenkomstig het Spaans-criterium van de Hoge Raad functionele immuniteit van juri
-Immuniteit van jurisdictie. Acta iure imperii vs. acte iure gestionis. Ambtshalve toetsing recht van een staat op immuniteit van jurisdictie. Artikel 6 VN-Immuniteitsverdrag. Kan een partij in een procedure een beroep doen op de immuniteit van jurisdictie van een vreemde staat a
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de informatiebeschikkingen opgelegd aan een geliquideerde Curaçaose NV. Was deze opgehouden te bestaan naar het recht van Curaçao? Is dienaangaande de belastingrechter of de civiele rechter tot oordelen bevoegd? Bezwaar en beroep tegen de
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv om kennis te nemen van collectieve actie (mede) tegen buitenlandse gedaagden. Overgangsrecht WAMCA. Samenhang met zaak
Internationaal privaatrecht; staatsimmuniteit. Geschil over beëindiging arbeidsovereenkomst werkneemster ambassade. Immuniteit van jurisdictie. Terughoudend oordeel Nederlandse rechter over vertrouwelijk karakter documenten van vreemde staat, ook bij gebreke van beroep op immunit
Beroep op immuniteit van jurisdictie door internationale organisatie/ rol van artikel 6 EVRM?/ artikel 6 EVRM doet niet af aan immuniteit/ wel redelijk alternatief gezien door partijen gemaakte afspraken ter beslechting van geschillen/ betekenis artikel 7:904 BW
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van civiele vorderingen naar aanleiding van bombardement Gazastrook omdat gedaagden, voormalig opperbevelhebber Israëlisch leger en voormalig bevelhebber Israëlische luchtmacht, functionele immuniteit van jurisdictie genieten. zie ook
IPR. Verzoeken tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone verblijfplaats. Artikel 8 Brussel II-bis
Erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands vonnis; Erkenningsverdrag, verzoek/vordering artikel 431 lid 2 Rv, immuniteit van jurisdictie. Bij verstekvonnis van 6 maart 2023 heeft een rechtbank in Kyiv de Russische Federatie veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan ve
Samenvatting. Hoofdzaak en vrijwaring. Internationaal geschil. Rechtsmacht, betekening en verstekverlening. Artikel 1:88 BW. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de tussen partijen gesloten overeenkomsten naar hun inhoud en strekking geen andere betekenis dan die van geldleni
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarige. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
Huur perceel grond. Volmacht. Kort geding. Vader en moeder zijn gezamenlijk eigenaar van een perceel grond in Suriname. A stelt dat perceel gehuurd te hebben. Dat een dergelijke afspraak door hem met vader en moeder is gemaakt is onvoldoende onderbouwd. Van een volmacht aan de zo
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Internationaal wegvervoer. Vordering tegen één Nederlandse gedaagde met woonplaats binnen het rechtsgebied van de aangezochte rechter en vorderingen tegen een aantal buitenlandse gedaagden. CMR dwingendrechtelijk toepasselijk. Aan
IPR. Forumkeuzebeding in internationale handelsovereenkomst: de rechter te Amsterdam. Afgifte van dagvaarding conform artikel 19 Betekeningsverordening is voldoende tijdig. Forumkeuzebeding in handelsovereenkomst conform artikel 25 EEX-Verordening kan niet worden opzijgezet door
Internationale kinderontvoering vallend buiten het geografische toepassingsbereik van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 (Nederland – India). Rechtsmacht van de Nederlandse rechter terzake het teruggeleidingsverzoek. Aansluiten bij HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU2834?
OTS en uithuisplaatsing. IPR, bevoegdheid Nederlandse rechter, gewone verblijfplaats.
Aansprakelijkheid van voormalig voorzitter van Raad van Bestuur van verzekeraar HDI wegens niet behoorlijke vervulling van zijn taak (artikel 2:9 BW). Veroordeling tot vergoeding van door HDI geleden schade ad € 3,7 miljoen euro. Veroordeling van zijn echtgenote en een bevriend e
Bevoegdheidsincident afgewezen rechtsmacht Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv.