Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Onderzoek aan de kleding o.g.v. art. 9.2 Opiumwet. Ernstige bezwaren. Hetgeen het Hof heeft vastgesteld - waarbij het Hof verdachtes antecedenten op het gebied van de Opiumwet heeft genoemd - brengt mee dat de ver
Opiumwet
Art. 9 Opiumwet
Genoemd in 206 uitspraken · Officiële wettekst
206 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De bevoegdheid tot inbeslagneming omvat de bevoegdheid tot het desnoods tegen de wil van de betrokkene met proportioneel geweld openen van diens vuist. Dit is niet aan te merken als een onderzoek aan het lichaam of de kleding of een onderzoek in het lichaam.
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Onderzoek aan de kleding, art. 9.2 Ow. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte, tegen wie ernstige bezwaren bestonden t.z.v. overtreding van de Opiumwet, zich niet alleen heeft moeten ontkleden tot aan zijn onderbroek, maar ook dat de verbalisant vervolgens door met zijn hand
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
Conclusie A-G. Kan het ‘strotten’ van een verdachte (louter) gebaseerd worden op het voorkómen dat de verdachte zichzelf in gevaar brengt en daarmee op de hulpverleningstaak van de politie ex art. 3 Politiewet 2012? Volgens de A-G mag de hulpverleningstaak van de politie alleen i
Sanctionering vormverzuim: onrechtmatige fouillering, art. 359a Sv. OM-cassatie. Bewijsuitsluiting van door het Hof bij onrechtmatig geoordeeld fouilleren in de onderbroek van verdachte aangetroffen verdovende middelen. Oordeel Hof dat aan het vormverzuim het rechtsgevolg van bew
Medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 5,5 kg hennep. Verwerping van verweren m.b.t. vormverzuimen in het opsporingsonderzoek.
Medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 5,5 kg hennep. Verwerping van verweren m.b.t. vormverzuimen in het opsporingsonderzoek. Oplegging van 15 weken gevangenisstraf.
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Bij de staandehouding heeft verdachte zijn identiteit bekend gemaakt. Als verbalisanten hem vervolgens willen fouilleren, rukt hij zich los en rent weg. Bij de ingezette achtervolging rent verdachte tegen een politie-agent, die daardoor valt en een dubbele beenbreuk oploopt. Pas
Opzettelijk aanwezig hebben van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs. Het hof acht het aannemelijk dat de aangetroffen verdovende middelen dienden ter bevoorrading van een (legale) coffeeshop, waar de verdachte op dat moment werkzaam was. Dit vormt evenwel geen reden in het gev
Voorhanden hebben twee pistolen met munitie: twaalf maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar Een van de voorwaarden is een locatiegebod met electronische monitoring voor (maximaal) zes maanden. Vrijspraak witwassen. Verklaring verdachte over
Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00859.
Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00858.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van verschillende hoeveelheden cocaïne en MDMA. Ook heeft hij twee telefoons voorhanden gehad die bestemd waren voor de handel in harddrugs. Splitsing van het tenlastegelegde witwassen.
Handelen in strijd met art. 2 onder B Opiumwet, 359a Sv verweer (onrechtmatige aanhouding en fouillering), verweer verworpen, prille positieve ontwikkelingen in de persoonlijke omstandigheden, artikel 63 Sr, beslagbeslissing, TUL
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 35-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet hij zich onder andere als bijzondere voorwaarden 12 maanden klinisch laten behandelen. In anderhalf jaar tijd pleegde de man twaalf v
Opzettelijk vervoeren van bolletjes cocaïne en heroïne. Onderzoek aan de kleding of onderzoek aan het lichaam na sommatie om onderbroek uit te trekken? Art. 9.2 Opiumwet. Hof heeft vastgesteld dat verdachte zich op verzoek van een opsporingsambtenaar heeft ontdaan van zijn bovenk
Sanctionering vormverzuim: onrechtmatige fouillering, art. 359a Sv. OM-cassatie. Bewijsuitsluiting van in de onderbroek van verdachte aangetroffen verdovende middelen na onrechtmatige fouillering. Oordeel Hof dat aan het vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet wor
De rechtbank overweegt dat ingevolge vormverzuimen niet kan worden volstaan met een strafvermindering, maar dat bewijsuitsluiting de meest passende sanctie is. De bewijsuitsluiting betreft in deze zaak zowel de bij het onderzoek aan het lichaam aangetroffen verdovende middelen al
Onderzoek aan de kleding, art. 9.2 Ow. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte, tegen wie ernstige bezwaren bestonden t.z.v. overtreding van de Opiumwet, zich niet alleen heeft moeten ontkleden tot aan zijn onderbroek, maar ook dat de verbalisant vervolgens door met zijn hand
Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Onderzoek aan de kleding o.g.v. art. 9.2 Opiumwet. Ernstige bezwaren. Hetgeen het Hof heeft vastgesteld - waarbij het Hof verdachtes antecedenten op het gebied van de Opiumwet heeft genoemd - brengt mee dat de ver
Het hof is van oordeel dat er ter zake van het ten laste gelegde onder B sprake is geweest van onrechtmatig politieoptreden wegens het ontbreken van een voldoende graad van verdenking. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim op. Het hof spreekt verdachte vrij van het ten laste g